U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Prenatale screening downsyndroom

Uw keuze

U heeft al veel kunnen lezen over Downsyndroom en prenatale screening. Minstens zo belangrijk is hoe u hier zelf over denkt. Sommige vrouwen kiezen wél voor prenatale screening en andere vrouwen niet.

Uw keuze hangt af van uw eigen ideeën over bijvoorbeeld Downsyndroom, prenatale screening, vervolgonderzoek en het voortijdig beëindigen van een zwangerschap. Hier staan drie manieren om u te helpen met het maken van de keuze die het beste bij u past.

U kunt uw keuze of twijfels met anderen bespreken, zoals uw partner of uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Punten om over na te denken

Voordat u besluit om wel of geen prenatale screening te doen is het goed uzelf de volgende vragen te stellen:

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Hoe denk ik over mijn kans op een kind met Downsyndroom? Maak ik me daar zorgen over?
  • Hoe denk ik over het leven van mensen met Downsyndroom?
  • Hoe denk ik over de gezondheid van mensen met Downsyndroom?
  • Hoe zou een kind met Downsyndroom in ons gezin passen? Hoe zal dit zijn in de toekomst als ik nog meer kinderen wil?
  • Wat zou het effect kunnen zijn van het hebben van een kind met Downsyndroom op mijn relatie, mijn werk en mijn hobby’s?

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Prenatale screening heeft geen risico’s voor mijzelf en mijn kind.
  • De kans op Downsyndroom kan met prenatale screening preciezer berekend worden dan alleen op basis van mijn leeftijd.
  • De uitslag van prenatale screening is een kans en geeft geen zekerheid. Voor zekerheid is vervolgonderzoek nodig. Dit vervolgonderzoek veroorzaakt bij ongeveer 4 van de 1000 vrouwen een miskraam.
  • Als de uitslag een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom aangeeft, moet ik kiezen of ik wel of geen vervolgonderzoek wil.
  • De meeste vrouwen met een verhoogde kans blijken toch niet zwanger te zijn van een kind met Downsyndroom.
  • Als ik geen verhoogde kans heb, is de kans op Downsyndroom klein, maar niet 0%.
  • Bij prenatale screening naar Downsyndroom worden soms ook andere aandoeningen gevonden.

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Na vervolgonderzoek weet ik zeker of mijn kind Downsyndroom heeft.
  • Bij vervolgonderzoek worden soms ook andere aandoeningen gevonden.
  • Vervolgonderzoek veroorzaakt in ongeveer 4 van de 1000 vrouwen een miskraam.
  • Als Downsyndroom wordt vastgesteld moet ik kiezen of ik de zwangerschap voortijdig wil beëindigen of niet.

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Zou ik me beter voorbereid voelen op de geboorte van een kind met Downsyndroom?
  • Zou ik kiezen voor het voortijdig beëindigen van de zwangerschap?

Misschien is het voor u al duidelijk of u prenatale screening wilt. Wanneer de keuze voor u nog niet duidelijk is, leest u dan verder:

Punten om over na te denken

Voordat u besluit om wel of geen prenatale screening te doen is het goed uzelf de volgende vragen te stellen:

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Hoe denk ik over mijn kans op een kind met Downsyndroom? Maak ik me daar zorgen over?
  • Hoe denk ik over het leven van mensen met Downsyndroom?
  • Hoe denk ik over de gezondheid van mensen met Downsyndroom?
  • Hoe zou een kind met Downsyndroom in ons gezin passen? Hoe zal dit zijn in de toekomst als ik nog meer kinderen wil?
  • Wat zou het effect kunnen zijn van het hebben van een kind met Downsyndroom op mijn relatie, mijn werk en mijn hobby’s?

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Prenatale screening heeft geen risico’s voor mijzelf en mijn kind.
  • De kans op Downsyndroom kan met prenatale screening preciezer berekend worden dan alleen op basis van mijn leeftijd.
  • De uitslag van prenatale screening is een kans en geeft geen zekerheid. Voor zekerheid is vervolgonderzoek nodig. Dit vervolgonderzoek veroorzaakt bij ongeveer 4 van de 1000 vrouwen een miskraam.
  • Als de uitslag een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom aangeeft, moet ik kiezen of ik wel of geen vervolgonderzoek wil.
  • De meeste vrouwen met een verhoogde kans blijken toch niet zwanger te zijn van een kind met Downsyndroom.
  • Als ik geen verhoogde kans heb, is de kans op Downsyndroom klein, maar niet 0%.
  • Bij prenatale screening naar Downsyndroom worden soms ook andere aandoeningen gevonden.

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Na vervolgonderzoek weet ik zeker of mijn kind Downsyndroom heeft.
  • Bij vervolgonderzoek worden soms ook andere aandoeningen gevonden.
  • Vervolgonderzoek veroorzaakt in ongeveer 4 van de 1000 vrouwen een miskraam.
  • Als Downsyndroom wordt vastgesteld moet ik kiezen of ik de zwangerschap voortijdig wil beëindigen of niet.

Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Zou ik me beter voorbereid voelen op de geboorte van een kind met Downsyndroom?
  • Zou ik kiezen voor het voortijdig beëindigen van de zwangerschap?

Misschien is het voor u al duidelijk of u prenatale screening wilt. Wanneer de keuze voor u nog niet duidelijk is, leest u dan verder:

Uw redenen op een rij

Hier vindt u een wizard die bestaat uit een aantal stappen. In de wizard staat een aantal uitspraken. U kunt bij elke uitspraak aangeven of u het er mee eens, oneens of niet eens/niet oneens bent. Daarna geeft u bij elke uitspraak aan hoe belangrijk u deze vindt. Als u alles heeft ingevuld, krijgt u een overzicht van uw redenen voor en tegen prenatale screening op Downsyndroom.

Het overzicht geeft u geen advies over uw keuze. Het overzicht kan u wel helpen bij het maken van uw keuze. U kunt het overzicht ook uitprinten en bespreken met bijvoorbeeld uw partner of uw huisarts, verloskundige of gynaecoloog.

Start de wizard

Hoe kiezen anderen?

Hieronder vindt u voorbeelden van hoe vrouwen een keuze maken over prenatale screening.

Hoe kiezen anderen?

Marjon

Marjon was 36 toen ze in verwachting was van haar eerste kind. Het heeft bij haar jaren geduurd voordat ze zwanger werd. Tijdens haar zwangerschap maakte ze zich wat zorgen over haar kans op een kind met Downsyndroom. Marjon kon vanwege haar leeftijd kiezen voor prenatale diagnostiek: “Ik wist zeker dat ik dat niet wilde. Ik wilde niet het risico lopen op een miskraam bij een zwangerschap waarop ik zo lang op had gewacht.” Ze overwoog prenatale screening om gerustgesteld te worden, maar realiseerde zich dat de uitslag ook ongunstig kon zijn: “Omdat ik zeker wist dat ik geen prenatale diagnostiek wilde, zou een ongunstige screeningsuitslag mij erg onzeker maken voor de rest van mijn zwangerschap. Dat risico wilde ik niet nemen. Ik heb toen besloten om geen prenatale screening te laten doen.”

Diane

Diane is 30 jaar en zwanger van haar eerste kind. Haar kijk op Downsyndroom en prenatale screening: “Een kind met Downsyndroom zou te zwaar zijn voor mij. Met prenatale screening kunnen ze bepalen hoe groot de kans is dat mijn kind Downsyndroom heeft. Van die mogelijkheid wil ik graag gebruik maken.” Diane kiest voor prenatale screening.

Linda

Toen Linda op haar 32e zwanger was van haar eerste kind heeft ze met haar partner gesproken over prenatale screening. Hij wilde graag zekerheid. Linda wilde geen onderzoek: “Ik wil gewoon genieten van mijn zwangerschap, zonder na te hoeven denken over allerlei onderzoeken. Ik maak me eigenlijk ook helemaal geen zorgen over mijn kans op een kind met Downsyndroom.” Na veel praten werden zij het met elkaar eens. Zij besloten geen prenatale screening te laten doen.

Sandra

Sandra was 38 jaar oud toen zij zwanger werd van haar derde kind. Als zij zwanger zou zijn van een kind met Downsyndroom zou ze dat graag willen weten: “Ik had al twee gezonde kinderen. We wilden heel graag een derde, maar een kind met een aandoening zou heel zwaar zijn voor ons gezin. We hadden daarom al vóór de zwangerschap tegen elkaar gezegd dat we wilden laten screenen op Downsyndroom. Je weet nooit zeker of je kind gezond is, omdat je lang niet alles kunt onderzoeken. Maar onderzoek naar Downsyndroom is wel mogelijk. Dan maken we daar graag gebruik van.” Doordat Sandra 38 was, kwam zij in aanmerking voor prenatale diagnostiek. Diagnostisch onderzoek geeft zekerheid over Downsyndroom, maar kan ook een miskraam veroorzaken. Ze koos daarom voor prenatale screening. Een gunstige screeningsuitslag zou haar voldoende zekerheid geven. Bij een ongunstige uitslag zou ze alsnog prenatale diagnostiek laten doen.

Esther

Esther is 28 jaar oud en zwanger van haar eerste kind. Ze weet dat met prenatale screening niet alle aandoeningen opgespoord kunnen worden. Toch zal ze gerustgesteld zijn als ze alles heeft gedaan om uit te zoeken of ze zwanger is van een kind met Downsyndroom: “Ik wil het liefst een gezond kind. Met prenatale screening heb ik daar voor mijn gevoel wat meer invloed op. Als blijkt dat mijn kind Downsyndroom heeft, kan ik zelf beslissen om mijn zwangerschap af te breken.” Esther koos voor prenatale screening.

Mariska

Mariska was 25 toen zij voor het eerst zwanger werd. De kans op een kind met Downsyndroom voor vrouwen van haar leeftijd vond ze klein: “Ik vind die kans niet opwegen tegen de spanning en onzekerheid die prenatale screening mij geeft”. Ze koos niet voor prenatale screening.

Anne

Anne is 33 jaar oud en zwanger van haar eerste kind. Ze wil haar zwangerschap natuurlijk laten verlopen: “Als ik zwanger ben van een kind met Downsyndroom, dan heeft dat zo moeten zijn. Zo voel ik dat.” Anne heeft geen prenatale screening laten doen.

Karin

Toen Karin 37 was, werd zij zwanger van haar tweede kind. Een kind met Downsyndroom zou best in haar gezin passen, maar ze zou zich er wel op willen voorbereiden. Ze zou dan in het ziekenhuis willen bevallen, zodat het kind na de geboorte direct kan worden onderzocht. Ook zouden zij en haar gezin voorbereid willen zijn op een kind met Downsyndroom: “Ik zou mijn zwangerschap er zeker niet voor afbreken. Toch zou ik het wel al in de zwangerschap willen weten. Als blijkt dat je kind Downsyndroom heeft is dat toch schrikken. Die schrik heb ik liever tijdens mijn zwangerschap dan vlak na de geboorte, als mijn kind er al is.” Karin koos voor prenatale screening.

naar boven

Uw eigen keuze

Dit zijn maar enkele voorbeelden. Ze maken duidelijk hoe vrouwen argumenten afwegen en beslissen of ze wel of geen prenatale screening willen. Misschien herkent u sommige punten. Maar bij uw keuze kunnen natuurlijk ook andere redenen meespelen. Wat uw keuze wordt is afhankelijk van uw eigen ideeën en situatie. Het is belangrijk dat u een keuze maakt die daarbij past.

Veruit de meeste vrouwen krijgen een gunstige uitslag na prenatale screening. Maar er is ook een kans dat de uitslag ongunstig is. Ook geeft de uitslag van een screeningstest nog geen zekerheid (zie ook Combinatietest in de keuzehulp). Het is belangrijk dat u dat van te voren weet.

Bij een ongunstige uitslag moet u namelijk beslissen of u wel of geen vervolgonderzoek wilt. Vervolgonderzoek biedt zekerheid, maar veroorzaakt bij ongeveer 4 van de 1000 vrouwen een miskraam. Als u geen vervolgonderzoek laat doen kan dit voor spanning en onzekerheid zorgen tijdens de rest van de zwangerschap.

Weeg voor uzelf de voordelen en nadelen van prenatale screening goed tegen elkaar af voordat u uw keuze maakt. Uw redenen op een rij kan u daarbij mogelijk helpen.

naar boven

U bevindt zich hier: