Marjon was 36 toen ze in verwachting was van haar eerste kind. Het heeft bij haar jaren geduurd voordat ze zwanger werd. Tijdens haar zwangerschap maakte ze zich wat zorgen over haar kans op een kind met Downsyndroom. Marjon kon vanwege haar leeftijd kiezen voor prenatale diagnostiek: “Ik wist zeker dat ik dat niet wilde. Ik wilde niet het risico lopen op een miskraam bij een zwangerschap waarop ik zo lang op had gewacht.” Ze overwoog prenatale screening om gerustgesteld te worden, maar realiseerde zich dat de uitslag ook ongunstig kon zijn: “Omdat ik zeker wist dat ik geen prenatale diagnostiek wilde, zou een ongunstige screeningsuitslag mij erg onzeker maken voor de rest van mijn zwangerschap. Dat risico wilde ik niet nemen. Ik heb toen besloten om geen prenatale screening te laten doen.”
Diane is 30 jaar en zwanger van haar eerste kind. Haar kijk op Downsyndroom en prenatale screening: “Een kind met Downsyndroom zou te zwaar zijn voor mij. Met prenatale screening kunnen ze bepalen hoe groot de kans is dat mijn kind Downsyndroom heeft. Van die mogelijkheid wil ik graag gebruik maken.” Diane kiest voor prenatale screening.
Toen Linda op haar 32e zwanger was van haar eerste kind heeft ze met haar partner gesproken over prenatale screening. Hij wilde graag zekerheid. Linda wilde geen onderzoek: “Ik wil gewoon genieten van mijn zwangerschap, zonder na te hoeven denken over allerlei onderzoeken. Ik maak me eigenlijk ook helemaal geen zorgen over mijn kans op een kind met Downsyndroom.” Na veel praten werden zij het met elkaar eens. Zij besloten geen prenatale screening te laten doen.
Sandra was 38 jaar oud toen zij zwanger werd van haar derde kind. Als zij zwanger zou zijn van een kind met Downsyndroom zou ze dat graag willen weten: “Ik had al twee gezonde kinderen. We wilden heel graag een derde, maar een kind met een aandoening zou heel zwaar zijn voor ons gezin. We hadden daarom al vóór de zwangerschap tegen elkaar gezegd dat we wilden laten screenen op Downsyndroom. Je weet nooit zeker of je kind gezond is, omdat je lang niet alles kunt onderzoeken. Maar onderzoek naar Downsyndroom is wel mogelijk. Dan maken we daar graag gebruik van.” Doordat Sandra 38 was, kwam zij in aanmerking voor prenatale diagnostiek. Diagnostisch onderzoek geeft zekerheid over Downsyndroom, maar kan ook een miskraam veroorzaken. Ze koos daarom voor prenatale screening. Een gunstige screeningsuitslag zou haar voldoende zekerheid geven. Bij een ongunstige uitslag zou ze alsnog prenatale diagnostiek laten doen.
Esther is 28 jaar oud en zwanger van haar eerste kind. Ze weet dat met prenatale screening niet alle aandoeningen opgespoord kunnen worden. Toch zal ze gerustgesteld zijn als ze alles heeft gedaan om uit te zoeken of ze zwanger is van een kind met Downsyndroom: “Ik wil het liefst een gezond kind. Met prenatale screening heb ik daar voor mijn gevoel wat meer invloed op. Als blijkt dat mijn kind Downsyndroom heeft, kan ik zelf beslissen om mijn zwangerschap af te breken.” Esther koos voor prenatale screening.
Mariska was 25 toen zij voor het eerst zwanger werd. De kans op een kind met Downsyndroom voor vrouwen van haar leeftijd vond ze klein: “Ik vind die kans niet opwegen tegen de spanning en onzekerheid die prenatale screening mij geeft”. Ze koos niet voor prenatale screening.
Anne is 33 jaar oud en zwanger van haar eerste kind. Ze wil haar zwangerschap natuurlijk laten verlopen: “Als ik zwanger ben van een kind met Downsyndroom, dan heeft dat zo moeten zijn. Zo voel ik dat.” Anne heeft geen prenatale screening laten doen.
Toen Karin 37 was, werd zij zwanger van haar tweede kind. Een kind met Downsyndroom zou best in haar gezin passen, maar ze zou zich er wel op willen voorbereiden. Ze zou dan in het ziekenhuis willen bevallen, zodat het kind na de geboorte direct kan worden onderzocht. Ook zouden zij en haar gezin voorbereid willen zijn op een kind met Downsyndroom: “Ik zou mijn zwangerschap er zeker niet voor afbreken. Toch zou ik het wel al in de zwangerschap willen weten. Als blijkt dat je kind Downsyndroom heeft is dat toch schrikken. Die schrik heb ik liever tijdens mijn zwangerschap dan vlak na de geboorte, als mijn kind er al is.” Karin koos voor prenatale screening.
naar boven
Dit zijn maar enkele voorbeelden. Ze maken duidelijk hoe vrouwen argumenten afwegen en beslissen of ze wel of geen prenatale screening willen. Misschien herkent u sommige punten. Maar bij uw keuze kunnen natuurlijk ook andere redenen meespelen. Wat uw keuze wordt is afhankelijk van uw eigen ideeën en situatie. Het is belangrijk dat u een keuze maakt die daarbij past.
Veruit de meeste vrouwen krijgen een gunstige uitslag na prenatale screening. Maar er is ook een kans dat de uitslag ongunstig is. Ook geeft de uitslag van een screeningstest nog geen zekerheid (zie ook Combinatietest in de keuzehulp). Het is belangrijk dat u dat van te voren weet.
Bij een ongunstige uitslag moet u namelijk beslissen of u wel of geen vervolgonderzoek wilt. Vervolgonderzoek biedt zekerheid, maar veroorzaakt bij ongeveer 4 van de 1000 vrouwen een miskraam. Als u geen vervolgonderzoek laat doen kan dit voor spanning en onzekerheid zorgen tijdens de rest van de zwangerschap.
Weeg voor uzelf de voordelen en nadelen van prenatale screening goed tegen elkaar af voordat u uw keuze maakt. Uw redenen op een rij kan u daarbij mogelijk helpen.
naar boven