Gehoorscreening

Iedere baby krijgt een gehoorscreening

Iedere pasgeboren baby krijgt een gehoorscreening aangeboden. Dat gebeurt in de eerste weken na de geboorte. U wordt meestal van tevoren gebeld voor een afspraak. Er kan geen gehoorscreening meer worden aangeboden aan baby’s die ouder zijn dan zes weken.

Thuis of op het consultatiebureau

In de meeste regio’s wordt de gehoorscreening in combinatie met de hielprik uitgevoerd tussen de vierde en zevende levensdag. Dat gebeurt meestal thuis door een medewerker van het consultatiebureau. In sommige regio’s in Zuid-Holland en Gelderland wordt de gehoorscreening afgenomen op het consultatiebureau als het kind enkele weken oud is.

Zacht dopje in het oor

Uw baby krijgt een klein, zacht dopje in het oor. Het dopje is verbonden met een apparaat dat het gehoor van uw baby meet. Beide oren worden apart getest. De test duurt meestal maar een paar minuten.

Zo kunt u zich voorbereiden

De gehoorscreening verloopt het beste als uw baby rustig is en slaapt. Uw baby zal nauwelijks iets van de test merken en waarschijnlijk rustig doorslapen.

Gehoorbaby

Wat als uw kind onvoldoende gehoor heeft?

Uit het vervolgonderzoek in het audiologisch centrum wordt duidelijk of uw kind een gehoorverlies heeft. Als dat het geval is, onderzoekt het audiologisch centrum of het om een tijdelijk of blijvend gehoorverlies gaat.

Wat kan er aan de hand zijn?

Het gehoorverlies kan veroorzaakt worden door vocht in het middenoor. Dat staat bekend als een ‘lijmoortje’. In zo’n geval gaat het om een tijdelijk gehoorverlies. Maar het kan ook zijn dat uw kind een blijvend gehoorverlies heeft, we spreken dan van slechthorendheid. Meestal zit de oorzaak daarvan in het binnenoor, in het zogeheten ‘slakkenhuis’. Dat kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een infectie tijdens de zwangerschap of zuurstoftekort tijdens de geboorte. De oorzaak kan ook erfelijk zijn.

Wat is eraan te doen?

Als uw kind slechthorend is aan één oor, loopt de taal- en spraakontwikkeling geen gevaar. Het is wel nodig dat u er rekening mee houdt. In een rumoerige omgeving zal uw kind bijvoorbeeld moeite hebben om iemand te verstaan. Het audiologisch centrum zal u adviezen geven voor de begeleiding van uw kind.

Is uw kind aan beide oren slechthorend? Dan zijn de volgende maatregelen mogelijk:

  • Uw kind kan hoortoestellen krijgen, die het geluid versterken.
  • Het is belangrijk dat het in uw huiskamer niet teveel galmt en dat gezichten goed verlicht zijn. Ook hierover kan het audiologisch centrum u adviseren.
  • Als uw kind echt doof blijkt te zijn, hebben hoortoestellen geen zin. In dat geval kunnen eventueel gehoorimplantaten (cochleaire implantaten) worden aangebracht. Dat gebeurt met een operatie.
  • Uw gezin kan begeleiding krijgen om de taal- en spraakontwikkeling van uw kind te stimuleren en om u te ondersteunen bij de opvoeding en begeleiding van uw kind. Daarnaast kunnen uw kind en de overige gezinsleden gebarentaal leren.

Ga voor meer informatie naar www.rivm.nl/gehoorscreening

© RIVM, 2009

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.