Hielprik voor baby's

hielprik

Doel van het onderzoek

In de eerste week na de geboorte van uw kind wordt wat bloed afgenomen uit de hiel. In een laboratorium wordt dit bloed onderzocht op een aantal aandoeningen. Het onderzoek is belangrijk. Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling voorkomen of beperken. De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Het is dan ook in het belang van de gezondheid van uw kind dat u meedoet aan het onderzoek. Deelname is echter niet verplicht. Wilt u niet meedoen, dan kunt u dit aangeven wanneer u wordt benaderd voor een afspraak voor de hielprik. Aan het onderzoek zijn voor u geen kosten verbonden.

Het onderzoek

Een medewerker van het consultatiebureau, de GGD of de verloskundige komt bij u thuis voor de hielprik. U wordt gebeld voor een afspraak. Hij of zij prikt met een speciaal apparaatje in de hiel van uw baby en vangt een paar druppels bloed op. Kinderen vinden de hielprik meestal niet leuk. Uw baby kan daarom even gaan huilen. Als uw kind in het ziekenhuis ligt, wordt de hielprik daar uitgevoerd.

Uitslag

Soms is de hoeveelheid afgenomen bloed te weinig voor het onderzoek. Dan wordt de hielprik opnieuw uitgevoerd. We spreken dan van een herhaalde eerste hielprik. Het kan ook gebeuren dat de uitslag niet duidelijk is; dan is een tweede hielprik nodig. Een tweede hielprik gebeurt meestal binnen twee weken na de eerste hielprik. Over de uitslag van de tweede hielprik krijgt u ALTIJD bericht, ook als de uitslag goed is.

Op welke aandoeningen wordt het bloed onderzocht?

Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op verschillende aandoeningen. Daarbij gaat het om een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Ze komen gelukkig niet vaak voor. Wilt u weten om welke aandoeningen het precies gaat? Kijkt u dan op de website: www.rivm.nl/hielprik. Daar staat ook een korte beschrijving van de aandoeningen. Alle aandoeningen zijn goed te behandelen.

Erfelijkheid

Als uit de screening blijkt dat uw kind een aandoening heeft, betekent dit meestal dat de ouders drager zijn van die aandoening. Dragers hebben de aandoening zelf niet. Maar dragerschap kan wel gevolgen hebben voor uw eventuele volgende zwangerschap. Uw verloskundige of huisarts kan u hier meer over vertellen.

Uit het onderzoek kan blijken dat uw kind drager is van sikkelcelziekte. Sikkelcelziekte is erfelijke bloedarmoede. Dragers van deze ziekte zijn gezond en in principe niet ziek. Ze hebben hooguit meer kans op een lichte bloedarmoede. Als blijkt dat uw kind drager is van sikkelcelziekte, dan betekent dit dat één of beide ouders ook drager is van deze aandoening. Als dit zo is, ontvangt u hierover bericht via de huisarts. Wilt u deze informatie niet ontvangen? Geeft u dit dan aan bij degene die de hielprik uitvoert. Uw keuze komt dan op de hielprikkaart te staan. Deze kaart wordt ingevuld bij de uitvoering van de hielprik.

Geboorteaangifte

De geboorteaangifte bij de gemeentelijke burgerlijke stand is het vertrekpunt voor de hielprikscreening. Daarom is het belangrijk om zo snel mogelijk na de geboorte aangifte te doen, maar uiterlijk binnen 3 werkdagen. Houdt u er rekening mee dat afdelingen Burgerzaken op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen gesloten zijn.

Voor meer informatie ga naar: www.rivm.nl/hielprik

© RIVM, 2009

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.