Je kunt onderscheid maken tussen lichamelijke afhankelijkheid en geestelijke afhankelijkheid.
We spreken van lichamelijke afhankelijkheid, als het lichaam protesteert wanneer met gebruik van een middel wordt gestopt (er treden dan ontwenningsverschijnselen op). Bij het gebruik van cocaïne treedt dit nauwelijks op.
Van geestelijke afhankelijkheid spreekt men wanneer de gebruiker steeds sterker naar het middel verlangt en zich eigenlijk niet meer prettig kan voelen zonder. Cocaïnegebruik kan wel leiden tot geestelijke afhankelijkheid. Want als iemand vaker of meer gaat gebruiken dan is dat vanwege de aangename effecten die cocaïne kan hebben, bijvoorbeeld op de stemming maar ook op je zelfbeeld. De gebruiker kan dan cocaïne nemen om zijn zelfvertrouwen op te krikken, bijvoorbeeld in stressvolle situaties.
Een dergelijke situatie kan een toename van gebruik in de hand werken; de drempel om elke onzekere situatie met behulp van cocaïne te lijf te gaan wordt dan steeds lager. Het vervelende daarbij is, dat onzekerheidsgevoelens toenemen naarmate vaker gebruikt wordt. Zo kan de gebruiker in een vicieuze cirkel terechtkomen. De meeste gebruikers zien dat gevaar wel, maar denken dat het hen niet zal overkomen. Ze maken zichzelf wijs, dat ze elk moment kunnen stoppen.
Problemen met cocaïne worden onder meer veroorzaakt doordat de gebruiker een lage dunk van zichzelf heeft: hij denkt dingen niet aan te kunnen. Cocaïne geeft het gevoel van 'alles onder controle hebben'. Dat lijkt een mooie oplossing, maar is het niet. Want dat gevoel is maar schijn. De gebruiker heeft het alleen niet zo in de gaten.
Het risico van afhankelijkheid is bij elke vorm van gebruik aanwezig. Met name bij het gebruik van basecoke is het risico groot. Het effect komt heel snel en hevig maar is ook weer snel verdwenen. Wil de gebruiker het gevoel weer ervaren, dan moet hij al heel snel weer gebruiken.