Hasj en Weed

In het kort

Hasj en weed zijn afkomstig van een plant met de Latijnse naam Cannabis Sativa, kortweg cannabis. In het Nederlands noemen we de plant hennep. Hasj en weed worden meestal vermengd met tabak en dan met één of meer vloeitjes tot een sjekkie gerold: een stickie of joint. Het roken heet blowen. Er zijn ook mensen die hasj en weed in het eten verwerken, meestal in taart of 'space-cake'.

  • Verslavend? Bij intensief gebruik kan lichamelijke afhankelijkheid optreden. Geestelijke afhankelijkheid komt voor.
  • Steeds meer nodig voor zelfde effect? Nee.
  • Effecten korte termijn: Ontspannend, versterkt gevoelens, vermindering concentratie- en reactievermogen, verandering zintuigelijke waarneming. Bij hogere dosering angst, paniek en soms bewustzijnsverlies.
  • Gevolgen lange termijn: Schade aan ademhalingsorganen, kanker (bij roken).
  • Belangrijk: Bij combinatie met alcohol worden effecten van alcohol versterkt. Kans op een te hoge dosering bij het eten van 'space-cake'.
naar boven

Wat is het?

Hasj en weed zijn afkomstig van een plant met de Latijnse naam Cannabis Sativa, kortweg cannabis. In het Nederlands noemen we die plant hennep. Als je de vrouwelijke bloemtoppen ervan droogt en verkruimelt, krijg je marihuana. Marihuana is groen-bruin van kleur en wordt meestal ‘weed’ of ‘wiet’ genoemd.Als je de hars van de plant tot blokken of plakjes perst, krijg je hasj. De kleur daarvan varieert van lichtbruin tot zwart. Via een speciale bewerking kan een sterk geconcentreerde stof uit de plant worden gemaakt: hasjolie. Weed, hasj en hasjolie verspreiden een heel karakteristieke geur. Wie die eens heeft geroken, herkent hem in het vervolg onmiddellijk.

naar boven

Waar komt het vandaan?

Hennep wordt op diverse manieren gebruikt. In het grootste deel van de wereld is het een heel gewone plant. De vezels ervan worden al 12.000 jaar gebruikt voor het maken van touw en kleding. Hennep wordt door boeren wel aangeplant als windscherm. Een kleine 5000 jaar geleden werd in China ontdekt dat de plant ook een geneeskrachtige werking heeft. Ook nu nog wordt THC medisch toegepast, bijvoorbeeld om de bijwerkingen van chemotherapie tegen te gaan. In de dertiger jaren werd cannabis in de VS verboden, andere landen volgden. Vanaf het begin van de jaren ’60 kwam cannabisgebruik in Nederland in opmars, terwijl het toen nog streng verboden was. In de 10 jaar daarna nam het gebruik fors toe. Rond 1980 liep het gebruik weer wat terug, maar daarna heeft de stijging zich voortgezet.

naar boven

Wat zit er in?

Het bestanddeel waar het om gaat, wordt kortweg ‘THC’ genoemd (voluit: delta-9-tetrahydrocannabinol). Hoe warmer het klimaat waarin de hennep groeit, hoe meer THC er in zit. Ook Nederlandse ‘wiet’ die onder vrijwel ideale omstandigheden in kassen is gekweekt, bevat vaak veel THC. Hasjolie kan zelfs voor meer dan de helft uit THC bestaan.

naar boven

Hoe wordt het gebruikt?

Hasj en weed worden meestal vermengd met tabak en dan met één of meer vloeitjes tot een sjekkie gerold. Dat heet dan een 'stickie' of 'joint'.

Het roken heet 'blowen'. Er zijn ook mensen die het in eten verwerken, meestal een taart of zogenaamde 'space-cake'. Een stickie of joint werkt al na een paar minuten, 2 tot 4 uur later is het effect weg. Hasj en weed in het eten begint vaak pas na een uur te werken (wat risico's met zich meebrengt).

naar boven

Wat staat in de wet?

Het kweken van weedplanten en het bezitten van hasj of weed is altijd strafbaar, ook al gaat het om kleine hoeveelheden. In de praktijk bestaat er echter geen actief opsporingsbeleid wanneer iemand voor eigen gebruik tot 5 planten kweekt of maximaal 30 gram hasj of weed in bezit heeft. (NB coffeeshops mogen per dag niet meer dan 5 gram tegelijk aan één klant verkopen). Het niet actief opsporen en vervolgen wordt ook wel 'gedogen' genoemd. Minderjarigen - mensen onder de 18 jaar - bij wie bovengenoemde strafbare feiten worden geconstateerd, krijgen een proces-verbaal.

Politie en justitie geven prioriteit aan het opsporen en vervolgen van de kweek, de handel en het bezit van grotere hoeveelheden. Daarop staan ook aanzienlijk zwaardere straffen. Worden hasj en weed beschouwd als 'softdrugs', hasjolie valt onder de 'harddrugs'. Die worden niet gedoogd. Op bezit van harddrugs staan forse straffen.

naar boven

Wat doet de overheid?

Handel in hasj en weed is strafbaar. Toch wordt de verkoop in coffeeshops niet met voorrang opgespoord en vervolgd. Deze situatie is door de overheid bewust gecreëerd. Men acht hierdoor de kans kleiner, dat gebruikers van softdrugs in aanraking komen met de wereld van de harddrugs. Coffeeshops mogen geen harddrugs verkopen, geen reclame maken, niet verkopen aan jongeren onder de 18 jaar en niet meer verkopen dan 5 gram per klant.

In veel andere landen zijn de wetten en de vervolgingspraktijk voor gebruikers aanzienlijk harder. Bezit van een beetje hasj of weed kan jaren gevangenisstraf opleveren. Wie het over de grens meeneemt - al is het voor eigen vakantiegebruik - neemt een groot risico.

naar boven

Wie gebruiken het?

Hasj en weed zijn in Nederland vrij gemakkelijk te krijgen. De prijs die ervoor betaald wordt, varieert van 2 tot 7 euro per gram. Mensen gebruiken het om zich er lekker en ontspannen door te voelen, of om de werkelijkheid te ontvluchten.

De interesse is vooral groot in de puberteit, omdat dan de behoefte om te experimenteren het grootst is.

Van de 13-jarigen heeft bijna 5% ooit hasj of weed gebruikt. Dit percentage neemt toe met de leeftijd: bij de 17/18 jarigen is dit 43%. Het aantal jongens op het middelbaar onderwijs dat ooit geblowd heeft ligt iets hoger dan het aantal meisjes. Dat geldt ook voor het aantal jongens dat de afgelopen maand nog heeft geblowd: 10 % van de jongens en 6 % van de meisjes van het middelbaar onderwijs blowde nog recentelijk.

Van de jongens die afgelopen nog blowde deed bijna de helft (46%) dit 1 tot 2 keer; een derde (36%) 3 tot 10 keer en bijna een vijfde (18%) meer dan tien keer. Iets minder dan de helft (46%) rookte minder dan een joint per keer; een derde (37%) hield het bij 1 of 2 joints. Van de meisjes die nog recentelijk had geblowd had 62% dit 1 tot 2 keer gedaan; 30% 3 tot 10 keer en 7% meer dan tien keer. Meer dan de helft (57%) rookte minder dan een joint per keer en ook een derde rookte 1 tot 2 joints.

Verder komt het gebruik van hasj en weed voor onder alle leeftijdsgroepen, rangen en standen. Geschat wordt dat het aantal actuele gebruikers in Nederland 363.000 is.

naar boven

Wat voelt de gebruiker?

De werkzame stof in hasj en weed (THC) versterkt de stemming. Wie zich niet zo gelukkig voelt, kan zich er nog rotter door voelen. Bij iemand die zich goed voelt, valt het meestal prettig. Hij wordt er 'high' van. Het woord 'stoned' wordt gebruikt vanwege het zwaar aanvoelen van met name armen en benen. THC beïnvloedt ook de waarneming.

Kleuren worden intenser ervaren, muziek wordt intenser beleefd. Het gevoel voor ruimte en tijd verandert, de fantasie slaat op hol. Sommige mensen krijgen ineens zin om veel te eten ('vreetkick'), anderen de slappe lach. Vanwege de verdovende werking wordt het ook gebruikt om te ontspannen. Aan de andere kant kun je door angst overvallen worden. THC verslapt de spieren, maakt de mond droog, de ogen rood, verwijdt de pupillen en versnelt de hartslag.

naar boven

Kun je er verslaafd aan raken?

Je kunt onderscheid maken tussen lichamelijke afhankelijkheid en geestelijke afhankelijkheid. We spreken van lichamelijke afhankelijkheid, als het lichaam protesteert wanneer met gebruik van een middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen). Bij mensen die dagelijks veel hasj en weed gebruiken komt dit soms voor. Het gaat dan vooral om angst, gewichtsverlies, rusteloosheid en slapeloosheid. Het gebruik van hasj en weed leidt niet automatisch tot een behoefte aan zwaardere drugs.

Geestelijke afhankelijkheid houdt in dat de gebruiker steeds sterker naar het middel verlangt en zich eigenlijk niet meer prettig kan voelen zonder. Bij een deel van de gebruikers is dit het geval, met name bij degenen die vaak gebruiken (bijvoorbeeld elke dag). Dit geldt nog sterker wanneer gebruikt wordt om de werkelijkheid te ontvluchten, bijvoorbeeld uit verveling of gebrek aan toekomstperspectief. Voor deze gebruikers kan de situatie ontstaan dat alleen hasj of weed nog belangrijk zijn, de rest is niet interessant.

naar boven

Wat zijn de risico's?

  • Wie niet lekker in zijn vel zit, kan beter helemaal geen hasj of weed gebruiken: de kans is groot dat het er alleen maar erger van wordt.
  • Een te hoge dosis kan heftige angstgevoelens of neerslachtigheid veroorzaken. Lichamelijk kan het heel onbehaaglijke gevoelens veroorzaken (duizeligheid, misselijkheid), tot paniek en flauwvallen toe. Dit wordt 'flippen' genoemd. Wachten tot het over gaat, is het enige wat diegene dan kan doen. Wel kan een ander proberen te kalmeren.
  • Het 'flippen' door een te grote dosis komt vooral voor bij onervaren gebruikers (jongeren, buitenlandse toeristen, e.d.). Dit risico is een stuk groter wanneer hasj gegeten wordt, omdat de gebruiker dan minder goed in de gaten heeft hoeveel hij binnen heeft gekregen.
  • THC vermindert het concentratievermogen, het reactievermogen en het kortetermijn geheugen. Logisch nadenken wordt moeilijker, de draad van een gesprek wordt uit het oog verloren. THC en werken, huiswerk maken of studeren gaan dan ook niet samen. Deelname aan het verkeer onder invloed van THC is gevaarlijk en daarom verboden.
  • Mensen die veel en vaak THC gebruiken, kunnen geremd worden in hun ontwikkeling. In plaats van problemen op te lossen en daarvan te leren, 'blowen' ze hun problemen en onvrede weg. Ze lopen bovendien het risico in een sociaal isolement terecht te komen.
  • Er zijn aanwijzingen dat er een relatie is tussen cannabisgebruik en het ontstaan van psychische stoornissen zoals schizofrenie, depressie en angst.
  • Mensen die kampen met onderliggende psychische problemen of die aanleg hebben voor psychische stoornissen vormen een risicogroep. Het gebruik van hasj kan deze problemen verergeren en wordt daarom afgeraden.
  • De rook van joints en stickies wordt doorgaans diep geïnhaleerd en lang in de longen vastgehouden. Die rook bevat meer kankerverwekkende stoffen dan die van alleen tabak. Op langere termijn kan hierdoor schade optreden aan de luchtwegen.
  • THC is aangetoond in moedermelk. Voor hasj en weed geldt hetzelfde als voor alcohol, tabak en andere drugs: gebruik tijdens de zwangerschap en borstvoeding is af te raden. De meeste wetenschappers achten het niet bewezen dat langdurig gebruik leidt tot blijvende invloed op de hersenen en het immuunsysteem.
  • Naarmate je meer of vaker gebruikt loop je meer risico.
naar boven

Herkennen van probleemgebruik

Cannabisgebruik brengt bepaalde symptomen met zich mee, ze worden in deze tekst beschreven. Maar die symptomen hoeven niet per se door het gebruik van hasj en weed te worden veroorzaakt. Het ligt duidelijker wanneer iemand elke dag stoned is. Dat duidt op probleemgebruik en geestelijke afhankelijkheid.

naar boven

Omgaan met gebruikers

In vrijwel ieders omgeving wordt wel eens hasj of weed gebruikt. Het kan voorkomen dat iemand flipt. Dit is geen reden voor paniek. Probeer de persoon in een rustige omgeving te kalmeren. Meestal lukt dat door hem gerust te stellen en door hem iets zoets te laten drinken of eten. Wanneer iemand verward en angstig blijft, is het verstandig een arts te raadplegen.In het onderwijs, het jongerenwerk en in gezinnen met opgroeiende kinderen zal cannabis zeker ter sprake komen. Botweg verbieden is niet zo zinvol. De kans is dan groot dat de ander het eventuele gebruik probeert te verbergen en gesprekken erover vermijdt. Af en toe blowen kan dan ongezien overgaan in probleemgebruik. Belangrijk zijn:

  • Goede informatie over hasj en weed. Deze tekst geeft de belangrijkste informatie.
  • Openhartige gesprekken zonder vooroordelen. Wie zich zorgen maakt over het gebruik van een ander, kan er alleen op die manier achter komen hoeveel en waarom de ander eigenlijk gebruikt. Wanneer iemand moeilijk zonder kan, zijn er waarschijnlijk onderliggende problemen waar iets aan gedaan moet worden. Door de gebruiker zelf en zo nodig met (professionele) hulp van anderen. Vaak zijn er dan ook andere signalen zoals verminderde prestaties op school e.d.
  • Duidelijkheid over gestelde grenzen. De geloofwaardigheid van een opvoeder of partner is groter wanneer deze zich ook aan afspraken houdt.
  • Het experimenteren van een jongere zal niet snel ontsporen als deze zich niet verveelt, zelfstandig is, 'nee' kan zeggen en met tegenslagen kan omgaan.
  • Blijf in gesprek; paniek of dreigementen hebben een averechts effect.
  • Schroom niet om zo nodig advies te vragen en hulp te zoeken.

© Trimbos-instituut, 2009

naar boven

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.