Hoe is preventie in Nederland geregeld?

Wat is preventie?

Bij preventie gaat het er om de gezondheid van de bevolking te beschermen en verbeteren. Dit houdt onder andere in dat de oorzaken van ziekten worden bestreden om ziekten te voorkomen (primaire preventie) en het vroeg opsporen van ziekten (secundaire preventie). Helaas zijn niet alle ziekten zijn te voorkomen. Het aantal chronisch zieke mensen groeit. Preventie richt zich daarom ook op het voorkomen van verergering bij ziekte (tertiaire preventie).

naar boven

Wat houdt preventie in?

Om te zorgen dat mensen gezond zijn en blijven worden er allerlei activiteiten uitgevoerd. In het algemeen zijn er drie maatregelen:

  • Gezondheidsbescherming houdt in dat de bevolking beschermd wordt tegen bedreigende factoren zoals straling, lawaai, of vervuiling in het voedsel of het milieu. De overheid neemt hier maatregelen voor.
  • Gezondheidsbevordering betekent dat een gezonde manier van leven en een gezonde omgeving worden bevorderd, om zo ziektes te voorkomen. Soms is de gezondheidsbevordering gericht op de hele bevolking, soms juist op een bepaalde groep, bijvoorbeeld ouderen of reizigers. Een veelgebruikte maatregel is gezondheidsvoorlichting. Daarbij kunt u denken aan voorlichtingsfolders, posters of spotjes op radio en televisie.
  • Bij Ziektepreventie is het doel bepaalde ziekten te voorkómen. Zo kunnen bepaalde ziekten, zoals kinderziekten of griep, worden voorkomen door inenting (ook wel vaccinatie genoemd). Sommige ziekten kunnen al in een vroeg stadium worden opgespoord met behulp van bevolkingsonderzoek. Denk bijvoorbeeld aan het onderzoek naar borstkanker of baarmoederhalskanker. Het onderzoek wordt gedaan, omdat bij vroege opsporing de kans op uitzaaiingen kleiner wordt, de therapie mogelijk minder ingrijpend en de overlevingskans groter.
naar boven

Wie is er in ons land verantwoordelijk voor preventie?

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de preventie in Nederland. Zij maken het beleid. Bij de uitvoering van beleid zijn veel verschillende partijen betrokken.

Ministeries

De landelijke overheid moet volgens de Grondwet maatregelen treffen om de volksgezondheid te bevorderen en te beschermen. De minister van VWS is hiervoor verantwoordelijk. Hij stelt beleidsdoelen en zet middelen in om deze doelen te bereiken.

Ook andere ministeries doen aan preventie. Het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid beschermt en bevordert de gezondheid van de werkende bevolking. Het ministerie van VROM heeft een taak bij de preventie van milieugerelateerde gezondheidsproblemen. De ministeries van LNV en V&W zijn verantwoordelijk voor de voedselveiligheid en de verkeersveiligheid.

Gemeenten

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de preventie in hun gemeente. Zij moeten de gezondheid van hun inwoners beschermen, bewaken en bevorderen. Voor het grootste deel voert de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) deze taken uit voor de gemeente.

Een aantal voorbeelden van preventietaken die de GGD uitvoert:

  • Gezondheidsbevordering: preventieprogramma’s uitvoeren, bijvoorbeeld gericht op gedragsverandering (zoals ‘stoppen met roken’ en ‘overgewicht bij kinderen verminderen’);
  • Infectieziektenbestrijding: infectieziekten (zoals kinkhoest en hepatitis B) zoveel mogelijk voorkómen (bijvoorbeeld door reizigersvaccinatie), toch opgetreden infectieziekten signaleren en verspreiding van deze infectieziekten bestrijden;
  • Medische milieukunde: onderzoek betreffende milieu en gezondheid, bijvoorbeeld onderzoek van de kwaliteit van zwemwater of van de lucht;
  • Jeugdgezondheidszorg (0-19 jaar): consultatiebureaus, gezondheidsvoorlichting, inenting (vaccinatie) en onderzoek;
  • Openbare geestelijke gezondheidszorg: cursussen om bijvoorbeeld depressie of werkstress te verminderen;
  • Technische hygiënezorg: hygiënezorg voor kindercentra en basisscholen, controle op regels voor hygiëne bij tatoeëer- en piercingstudio's, grote evenementen, seks- en relaxhuizen en instellingen.

Samenwerking

GGD'en werken samen met allerlei lokale en regionale organisaties. Enkele voorbeelden:

  • Voor de jeugdgezondheidszorg wordt samengewerkt met thuiszorgorganisaties die de zorg voor de 0-4-jarigen op het consultatiebureau uitvoeren;
  • Om de gezondheid te bevorderen wordt vooral samengewerkt met plaatselijke organisaties zoals scholen en sportverenigingen. Er wordt bijvoorbeeld voorlichting gegeven over gezonde voeding en bewegen.
naar boven

Wie voert er nog meer preventietaken uit?

Gezondheidsbevorderende instituten

Gezondheid wordt mede bepaald door verschillende leefstijlfactoren, zoals roken, voeding en bewegen. Om deze leefstijlfactoren te beïnvloeden (bijvoorbeeld minder roken en meer bewegen) heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport enkele ‘gezondheidsbevorderende instituten’ ingesteld.

Zij doen aan voorlichting, ontwikkelen preventieprojecten en doen aan onderzoek en deskundigheidsbevordering.

Nederland kent de volgende gezondheidsbevorderende instituten:

  • Stivoro (roken)
  • het Voedingscentrum
  • het Trimbos-instituut (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg)
  • het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB)
  • SOA Aids Nederland
  • Stichting Consument en Veiligheid
  • het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ)

Landelijke taken

Bepaalde preventietaken worden landelijk geregeld. In 2005 is gestart met de landelijke coördinatie van de infectieziektebestrijding. Bij het RIVM is daarvoor het Centrum Infectieziektebestrijding opgericht. Ook andere taken zoals de jeugdgezondheid en de regie van de bevolkingsonderzoeken worden vanuit het RIVM landelijk gecoördineerd.

Zorgverleners

In de gezondheidszorg voeren zorgverleners allerlei preventieve activiteiten uit om ziekten te voorkomen of verergering tegen te gaan. Een paar voorbeelden:

  • De huisarts doet aan cholesterolbepaling, bloeddrukmeting (dit kan een risico zijn voor hart- en vaatziekten) en glucosebepaling (om te onderzoeken of iemand diabetes heeft).
  • De tandarts biedt preventie aan in de vorm van periodieke gebitscontrole.
  • De verloskundige verzorgt begeleiding en controle van zwangeren.
  • Medisch specialisten geven leefstijladviezen zoals een stoppen met roken-advies aan hartpatiënten of patiënten met longkanker, om verergering te voorkomen.

Zorginstellingen en geestelijke gezondheidszorginstellingen (GGZ)

Ook zorginstellingen doen aan preventie. Wat zij doen hangt af van de kenmerken en risico's van de patiënten of bewoners. Enkele voorbeelden:

  • Verpleeg- en verzorgingshuizen doen aan valpreventie en preventie van decubitus (doorligwonden).
  • Thuiszorginstellingen voeren preventieprogramma's uit op het terrein van chronische ziekten zoals diabetes, COPD en CVA.

De Arbodienst en Centrum gezondheidsbevordering op de werkplek (GBW)

De arbeids- en bedrijfsgezondheidszorg (Arbodienst) speelt een belangrijke rol bij het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de zeven miljoen werkenden in ons land. Zij houden zich bijvoorbeeld bezig met ziekteverzuim.

Het centrum GBW wil er voor zorgen dat gezondheidsbevordering een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de bedrijfsvoering van arbeidsorganisaties.

naar boven

Is preventie effectief?

In het RIVM-rapport ‘Economische evaluatie van preventie’ (2005) is de doelmatigheid onderzocht van activiteiten (ook wel interventies genoemd) op het gebied van preventie. Doelmatigheid gaat om de kosten per levensjaar dat gewonnen wordt. Hoe lager die kosten, hoe doelmatiger de activiteit. Een activiteit is kosten-effectief als de kosten per gewonnen levensjaar lager dan € 20.000,- zijn.

Tien preventieve interventies hebben een gunstige verhouding tussen de kosten en de te behalen gezondheidswinst. Ze zijn echter nog niet allemaal ingevoerd zoals het moet. Wel wordt verwacht dat deze interventies binnen vijf jaar kosten-effectief of zelfs kostenbesparend kunnen zijn. Dit zijn de volgende interventies:

  1. Screenen van jongvolwassen vrouwen en hun partners op chlamydia-infecties;
  2. Screenen op retinopathie bij suikerziektepatiënten om blindheid te voorkomen;
  3. Preventie van hoofdletsel door het dragen van fietshelmen door kinderen;
  4. Preventie van een nieuw hartinfarct door revalidatie bij hartpatiënten;
  5. Screening van oudere mannen op aneurysma van de buikaorta;
  6. Preventie van terugval na een depressie door behandeling;
  7. Preventie van plotselinge hartdood door gebruik van automatische externe defibrillatoren;
  8. Preventie van baarmoederhalskanker door screening op humaan papillomavirus in combinatie met het uitstrijkje;
  9. Preventie van chronische ziekten door behandeling van ernstig overgewicht;
  10. Preventie van een heupfractuur door het dragen van heupbeschermers.

Van de eerste vier interventies worden de kosteneffectiviteit en de haalbaarheid van (verdere) invoering in Nederland erg gunstig ingeschat. Voor de andere interventies geldt dat ze veelbelovend zijn, maar dat er nog verder onderzoek nodig is.

naar boven

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.