Actrapid (insuline gewoon)

Wat is het

Insuline is een injectiemiddel voor mensen met diabetes die zelf geen of onvoldoende insuline aanmaken. Er zijn veel verschillende soorten insuline verkrijgbaar: kortwerkend, middellangwerkend, langwerkend en combinaties hiervan.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus.

naar boven

Gebruik

Als u voor het eerst insuline gaat gebruiken, zal uw arts of diabetesverpleegkundige u instellen op insuline. Dat wil zeggen dat de voor u optimale dosering wordt vastgesteld. Voor insuline bestaat namelijk geen standaarddosering, iedereen reageert er anders op. Het is van belang dat u zich tijdens de beginperiode strikt aan het voorgeschreven doseringsschema houdt, anders is het resultaat niet goed te beoordelen.

Hoe?

  • Wissel regelmatig van spuitplek. Spuit u vaak in dezelfde huidplek, dan kan op die plek het onderhuidse vet sterk slinken of juist toenemen. Zo kan de huid bobbelig worden.
  • Het is van belang dat u op ieder spuittijdstip van de dag in hetzelfde lichaamsdeel spuit (wel telkens op een andere plek). Dus als u 's ochtends altijd in de bil spuit, kiest u telkens een andere plek op de bil, maar u wisselt 's ochtends niet tussen bijvoorbeeld bil en buik. Dit is omdat de snelheid waarmee de insuline in het lichaam wordt opgenomen in sterke mate afhangt van het ingespoten lichaamsdeel: buik (snel), bovenarm (normaal), bovenbeen (langzaam) of bil (langzaam).

Wanneer?
Van uw arts of diabetesverpleegkundige heeft u een schema gekregen. Ook heeft u aanwijzingen gekregen over hoe u moet omgaan met de bloedglucosemeter en de insulinespuit of -pomp en hoe u uw insulinebehoefte aan moet passen aan de hand van de gemeten bloedglucosespiegel. Het is belangrijk dat u deze aanwijzingen stipt opvolgt. De twee meest gehanteerde schema's zijn de volgende.

  • Tweemaal per dag: een combinatie van een kort- en een middellangwerkende insuline, die u inspuit vóór het ontbijt en vóór het avondeten.
  • Viermaal per dag: driemaal per dag vóór het eten een kortwerkende insuline en eenmaal vóór de nacht een middellangwerkende insuline.
Hoe lang?
Als u diabetes mellitus type 1 heeft, zult u de rest van uw leven insuline moeten blijven gebruiken.

Bij diabetes mellitus type 2 hangt het af van de controle van uw bloedglucosespiegels hoe lang insuline nodig is. Dit kan de rest van uw leven zijn, maar het insulinegebruik kan ook tijdelijk zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het gebruik tijdens de zwangerschap.

naar boven

Bijwerkingen

Bijwerkingen hebben meestal te maken met onderdosering of overdosering.

  • Te hoge hoeveelheid bloedglucose. Spuit u te weinig insuline, dan wordt uw bloedglucosegehalte te hoog (hyper); De kenmerken van een te hoog bloedglucosegehalte (meer dan tien mmol per liter) zijn: vaak plassen, veel drinken, dorst, droge tong, vermoeidheid en slaperigheid.
  • Te lage hoeveelheid bloedglucose. Spuit u te veel dan wordt uw bloedglucose te laag (hypo). Een te lage hoeveelheid bloedglucose kan ook het gevolg zijn van grote lichamelijke inspanning, te weinig eten, te laat eten of het spuiten van insuline in een ander lichaamsdeel dan normaal, bijvoorbeeld buik in plaats van bil. De insuline wordt dan te snel opgenomen en de hoeveelheid bloedsuiker daalt sneller dan normaal. De kenmerken van een te laag bloedglucose (minder dan drie mmol per liter) zijn: honger, bleekheid, beven en zweten, wisselend humeur, vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn.
  • De arts of diabetesverpleegkundige spreekt met u af hoe vaak u per dag uw bloedglucosegehalte moet meten. De normale waarde is vier tot tien mmol per liter. Als u uw insuline altijd goed verdraagt en toch plotseling last krijgt van te hoog of te laag bloedglucose, dan is het raadzaam uw arts of apotheker te raadplegen. Vooral de hypo moet goed worden behandeld, omdat u anders uw bewustzijn kunt verliezen.
  • Overgevoeligheid is mogelijk door de insuline of door toevoegingen, zoals het conserveermiddel. Vroeger gebruikte men dierlijke insuline dat nogal eens allergische reacties veroorzaakte. Tegenwoordig is men in staat 'humane' insuline in het laboratorium te maken. Deze insuline lijkt sprekend op het menselijke insuline, zodat allergische reacties (meestal) achterwege blijven. Blijkt u inderdaad overgevoelig te zijn voor dit middel, meld dat dan altijd aan uw apotheker. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit (of een verwant) middel niet opnieuw krijgt.

naar boven

Verboden

autorijden?
Sommige aandoeningen en medicijnen hebben invloed op uw reactievermogen. Het is dan strafbaar om aan het verkeer deel te nemen. Als u bij een ongeval betrokken raakt terwijl uw rijvaardigheid is beïnvloed, bent u wettelijk aansprakelijk voor de gevolgen. Of dit medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt, leest u hieronder.

Diabetes kan invloed hebben op uw rijvaardigheid. Een arts bepaalt daarom of iemand met diabetes mag autorijden. Hiervoor gelden bepaalde keuringseisen. Meer informatie hierover vindt u in de brochure ‘Diabetes mellitus en het rijbewijs’ op www.cbr.nl.

Als uw arts heeft gezegd dat u mag autorijden, kijk dan hieronder voor advies als u wilt autorijden.

Een ‘hypo’ tijdens het autorijden kan ernstige gevolgen hebben. Een ‘hypo’ is een te lage bloedsuiker en dit kan ontstaan als de energie die u verbruikt ( bijvoorbeeld door sporten, wandelen of fietsen) niet in evenwicht is met de energie die u in de vorm van eten en drinken binnen krijgt. Het kan ook ontstaan doordat u te veel insuline heeft geïnjecteerd.

Tijdens een ‘hypo’ krijgt u last van verwardheid, duizeligheid, hartkloppingen, zweten of beven. Als u niets tegen een ‘hypo’ doet, kunt u in coma raken. Zorg er daarom voor dat u altijd wat suikerklontjes of druivensuiker bij u heeft. Zoek een veilige plek en breng de auto daar tot stilstand als u tijdens het autorijden een ‘hypo’ krijgt. Eet wat suikerklontjes of druivensuiker. Controleer daarna uw bloedsuikergehalte en rijd pas verder als deze hoger is dan 6 mmol/liter.

Tips voor als u wilt autorijden

  • Rijd alleen auto als u zich goed voelt.
  • Zorg dat u gemakkelijk suikerklontjes en/of druivensuiker in de auto bij de hand heeft.
  • Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt.
  • Meet regelmatig uw bloedsuiker bij een lange autorit.

alcohol drinken?
Alcohol kan een 'hypo' veroorzaken en uw lichaam herstelt hier trager van. Het drinken van grote hoeveelheden alcohol is daarom levensgevaarlijk. Als u toch alcohol wilt drinken, doe dit dan met mate. Probeer het eerst voorzichtig uit om in te schatten hoe uw lichaam reageert. Als algemene richtlijn geldt maximaal twee glazen per dag. Drink de alcohol wel op een gevulde maag, anders is het effect op het bloedglucosegehalte te sterk.

alles eten?
U zult in de gaten moeten houden wat en hoeveel u eet, om daar de hoeveelheid insuline op aan te kunnen passen. Raadpleeg eventueel een diëtist.

naar boven

Zwanger

Zwangerschap
U kunt dit middel veilig gebruiken. Het wordt al jarenlang gebruikt door zwangere vrouwen zonder nadelige gevolgen voor eht kind.

Wel moet u onder strikte controle blijven en uw insuline stipt volgens voorschrift gebruiken. Uw insulinebehoefte wisselt namelijk erg sterk tijdens de zwangerschap en een slecht gereguleerde diabetes kan schadelijk zijn voor de groei en ontwikkeling van uw kind. Waarschuw daarom uw arts zodra u zwanger bent, of dit binnenkort wilt worden.

Borstvoeding
U kunt veilig borstvoeding geven. Dit middel komt niet in de moedermelk terecht.

naar boven

Wisselwerking

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Bètablokkers, dit zijn hart-vaatmiddelen die worden gebruikt bij hoge bloeddruk, hartkramp, hartritmestoornissen en migraine. Bijvoorbeeld atenolol, metoprolol, propranolol en sotalol. Ook bevinden zich bètablokkers in sommige oogdruppels tegen verhoogde oogboldruk, bijvoorbeeld timolol. Wanneer u een bètablokker gebruikt, voelt u minder snel dat u een 'hypo' heeft. Dat komt omdat de bètablokker de waarschuwende signalen zoals trillen en hartkloppingen onderdrukt. Andere verschijnselen, zoals zweten, wazig zien en hongergevoel verdwijnen niet. Let daarom extra op deze laatste verschijnselen.

naar boven

Vergeten

Wanneer u een dosis bent vergeten, controleer dan uw bloedglucosegehalte en spuit eventueel alsnog wat insuline.

naar boven

Stoppen

Het is - zeker als u diabetes mellitus type 1 heeft - levensgevaarlijk om zo maar te stoppen met insuline. Als u veel hinder ondervindt van bijwerkingen van uw huidige insuline, is het raadzaam dit aan uw arts en/of apotheker te melden. Mogelijk kunt u in overleg voor een andere insuline kiezen, die beter aansluit bij uw insulinebehoefte.

naar boven

Merk en soorten

Insuline is sinds 1926 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar als kortwerkende, middellangwerkende, langwerkende en een combinatie van kort- en middellangwerkende en als combinatie van middellang- met langwerkende insuline.

  • Kortwerkende insuline is verkrijgbaar onder de merknamen Actrapid, Apidra, Humalog, Humuline Regular, Insuman Infusat, Insuman Rapid en Novorapid.
  • Middellangwerkende insuline is te verkrijgen onder de merknamen Humuline NPH, Insulatard en Insuman Basal.
  • Langwerkende insuline is te verkrijgen onder de merknamen Lantus en Levemir.
  • De combinatie van kort- en middellangwerkende insuline is op de markt onder de merknamen Actraphane, Humuline, Humalog Mix, Insuman Comb, Mixtard en Novomix.

naar boven

Kies soort en sterkte. Vergelijk dan in het overzicht de bedragen.

Vergelijkbare medicijnen

Medicijnen met dezelfde werkzame stof hebben dezelfde werking. Medicijnen met een andere werkzame stof kunnen een ander effect hebben.

Zelfde werkzame stof

Medicijnen met dezelfde werkzame stof worden onder verschillende merken verkocht.

Andere werkzame stof

Raadpleeg altijd huisarts of apotheker als u van medicijn wilt veranderen!

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.