Wat is het
Aripiprazol behoort tot de groep atypische antipsychotica. Het vermindert in de hersenen het effect van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk dopamine en serotonine. Hierdoor nemen psychosen af.
Artsen schrijven het voor bij schizofrenie en manieën.
naar boven
Gebruik
Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.
De injectie wordt door uw arts in het ziekenhuis gegeven.
Hoe lang?
Psychose
Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit middel meestal nog lange tijd moeten gebruiken om een nieuwe psychose te voorkomen. Wel zal arts de dosering in die periode meestal verlagen.
Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit middel meestal gedurende twee jaar gebruiken voor u kunt proberen te stoppen.
Heeft u al eerder een psychose gehad, dan hanteert de arts meestal een periode van vijf jaar. Bij een psychose die duidelijk is ontstaan door een externe oorzaak, zoals een vergiftiging, hoeft u dit middel na de psychotische periode niet meer te gebruiken.
Manie
Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, adviseert de arts meestal het gebruik van aripiprazol langzaam af te bouwen. Lithium moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken.
naar boven
Bijwerkingen
Behalve het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven. Lang niet iedereen ervaart bijwerkingen en niet iedereen krijgt dezelfde. Dit is afhankelijk van uw eigen gevoeligheid voor elke specifieke bijwerking.
De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.
Regelmatig
- Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
Soms- Moeite met bewegen, zoals stijve spieren, beven, een maskerachtige uitdrukking op het gezicht, murmelen, moeite met lopen en spreken. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel 'parkinsonisme' genoemd, omdat de verschijnselen lijken op die van de ziekte van Parkinson. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit middel verergeren. Overleg ook met uw arts als u tijdens gebruik moeite met bewegen krijgt. Deze kan dan proberen de dosering te verlagen of een ander geneesmiddel te zoeken dat deze bijwerking niet of in mindere mate heeft. Is dit niet mogelijk of blijft u last houden, dan kan uw arts een medicijn tegen deze bijwerking voorschrijven.
- Plotselinge spiertrekkingen, meestal in het hoofd en het gezicht, soms een krampachtige achteroverstrekking van het lichaam. Hierdoor kan het hoofd scheef gaan staan en kunnen spraak- of slikstoornissen optreden. Als deze bijwerking optreedt, is dat gedurende de eerste twee dagen van de behandeling of kort na een verhoging van de dosering. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel 'acute dystonie' genoemd.
Zelden- Hoofdpijn, slapeloosheid en trillende handen.
- Maagdarmklachten, zoals misselijkheid en buikpijn. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het middel met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.
- Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.
- Speekselvloed.
- Rusteloosheid, zoals niet stil kunnen zitten, liggen of staan. Dit uit zich als wiebelen of wippen met voet, onderbeen, hand of bovenlichaam en eventueel met gevoelens van angst of onrust. Het treedt vaak op binnen enkele dagen na het begin van de behandeling met het geneesmiddel. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, bij verandering van de dosering of na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel 'acathisie' genoemd. Als u veel last heeft van deze bijwerking en hij verdwijnt niet binnen enkele dagen, dan kan de arts een medicijn tegen deze bijwerking voorschrijven.
- Droge ogen en wazig zien.
- Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit middel vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
- Sufheid, slaperigheid, duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
- Problemen met vrijen. Bij mannen: moeilijker krijgen van een erectie. Bij vrouwen: moeilijker krijgen van een orgasme. Bij mannen en vrouwen: minder zin om te vrijen.
- Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft. Als u diabetes heeft, laat dan vaker uw bloedglucosegehalte controleren. Het kan ook zijn dat uw eetlust juist vermindert, waardoor gewichtsverlies kan optreden.
- Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
Zeer zelden- Hartkloppingen.
- Duizeligheid, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het middel. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het beste gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
- Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.
- Trombose. Dit kunt u herkennen aan een dikke, harde, rode en pijnlijke plek op het been, soms aan pijn in de kuit en een zwaar gevoel in het been, zelden aan plotseling optredende kortademigheid, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Waarschuw in deze gevallen onmiddellijk een arts, of ga meteen naar de Eerste-Hulpdienst.
- Bij mensen met epilepsie kan een aanval worden uitgelokt. Overleg hierover met uw arts.
- Verhoging van de concentratie vetten in het bloed. Een bepaald soort vetten, triglyceriden, kan zich ophopen in de bloedvaten. Uw arts zal u daar jaarlijks op controleren. Als u al een te hoog vetgehalte in uw bloed heeft, zal uw arts u daar extra op controleren.
- Slikproblemen. U kunt last krijgen van verslikken. Bij verslikken kan voedsel in de luchtpijp terechtkomen in plaats van in de slokdarm. U kunt hierdoor een longontsteking krijgen. Neem contact op met uw arts als u merkt dat u moeite heeft met slikken.
- Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw dan een arts.
- Haaruitval en overgevoeligheid voor zonlicht.
- Bloedafwijkingen. Als u ononverklaarbare koorts, keelpijn of blaasjes in de mond en keel, plotselinge blauwe plekken of neusbloedingen krijgt, kan dat duiden op bloedafwijkingen. Waarschuw dan uw arts.
- Overgevoeligheid voor dit middel. Dit merkt u aan galbulten of jeuk. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Geef aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor aripiprazol. Het apotheekteam kan;er dan op letten dat u het middel niet opnieuw krijgt. In zeldzame gevallen ontstaat angio-oedeem: een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als dit gebeurt, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan.
Zelden, na langdurig gebruik (verschillende maanden)- Late bewegingsstoornissen. De eerste verschijnselen zijn zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Neem bij deze eerste verschijnselen contact op met uw arts voor overleg. Latere verschijnselen die kunnen optreden, zijn buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Als deze bijwerkingen optreden, is dat pas op na enkele maanden gebruik, bij verlaging van de dosering en soms pas als u bent gestopt met het middel. De verschijnselen worden bij staken na verloop van tijd minder. Bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking echter niet meer helemaal over. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel 'tardieve dyskinesie' genoemd.
Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingpatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum geschikter voor u.
naar boven
Verboden
autorijden?
Sommige medicijnen hebben invloed op het reactievermogen. Het is dan strafbaar om aan het verkeer deel te nemen. Als u bij een ongeval betrokken raakt terwijl uw rijvaardigheid is beïnvloed, bent u wettelijk aansprakelijk voor de gevolgen. Of dit medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt, leest u hieronder.
Of u mag autorijden, is niet alleen afhankelijk van het medicijn maar ook van uw aandoening. Bij bepaalde aandoeningen mag u niet autorijden. Overleg met uw arts of u met uw medicijn en aandoening mag autorijden.
Dit medicijn kan bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze zouden uw rijvaardigheid kunnen verminderen. Deze bijwerkingen zijn wazig zien, duizeligheid, slapeloosheid, rusteloosheid, angst, slaperigheid, bewegingsstoornissen, een verminderd reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Beoordeel zelf hoeveel last u van deze bijwerkingen heeft. Houd rekening met onderstaande tips als u besluit te gaan autorijden.
Tips voor als u wilt autorijden
- Meent u dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt. Deze persoon kan zien of u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
- Rijd niet als u onscherp ziet.
- Rijd niet als u duizelig, slaperig, rusteloos of angstig bent, last heeft van bewegingsstoornissen of een verminderd coördinatievermogen, moeite heeft u te concentreren of wakker te blijven of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
- Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn in belangrijke mate.
- Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
- Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
Rijd geen auto als u dit medicijn gebruikt in combinatie met andere medicijnen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
alcohol drinken?alles eten?
naar boven
Zwanger
Zwangerschap
Over het gebruik van dit middel tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit middel gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.
Als u dit middel gebruikt en u denkt erover om zwanger te worden, overleg dan met uw arts. Zo mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een ander middel.
Borstvoeding
Geef liever geen borstvoeding als u dit middel gebruikt. Het is niet bekend of het in de moedermelk kan komen. Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mochten u en uw arts toch besluiten dat u borstvoeding gaat geven, dan moet een arts de baby regelmatig op bijwerkingen controleren.
naar boven
Wisselwerking
Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.
De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.
- Andere middelen die het reactievermogen verminderen. Bij deze middelen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker
- Middelen tegen de ziekte van Parkinson. Aripiprazol gaat, net als de meeste andere antipsychotica, de werking van parkinsonmiddelen tegen en verergert de verschijnselen van de ziekte van Parkinson. Andersom werken middelen tegen de ziekte van Parkinson de werking van antipsychotica tegen. Overleg met uw arts als u last heeft van wanen en hallucinaties. Mogelijk is dit het gevolg van de parkinsonmedicatie en kan de dosering hiervan worden verlaagd. In aanhoudende gevallen van wanen en hallucinaties kan de arts een lage dosering kiezen van een antipsychoticum dat relatief gunstig is, clozapine.
- De medicijnen tegen hiv-infectie atazanavir, fosamprenavir, lopinavir/ritonavir, nelfinavir, ritonavir en saquinavir, De hoeveelheid aripiprazol in het bloed kan door deze middelen stijgen. Hierdoor zijn de werking en de bijwerkingen sterker. Uw arts zal de hoeveelheid in het bloed in de gaten houden.
- Door de volgende middelen kan aripiprazol sneller uit het lichaam verdwijnen. Het is dan niet meer werkzaam. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende middelen gebruikt.
- Veel middelen tegen epilepsie: fenytoïne en carbamazepine, en barbituraten, zoals fenobarbital en primidon.
- Middelen tegen tuberculose, zoals rifabutine en rifampicine.
- Een middel tegen kanker, aminoglutethimide.
- Bosentan, een medicijn gebruikt bij pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen.
Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.
naar boven
Vergeten
Het is belangrijk dit middel consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis zijn vergeten.
- U gebruikt dit middel één keer per dag: duurt het nog meer dan acht uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan acht uur? Sla de vergeten dosis dan over.
naar boven
Stoppen
Nee, veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
- Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van minimaal vier weken. Als u geleidelijk afbouwt, heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels.
- De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas één tot vier dagen na plotseling stoppen op en zijn na twee weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
- Ook nadat u bent gestopt, kunnen soms de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.
naar boven
Merk en soorten
Aripiprazol is sinds 2002 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in tabletten en als injectie onder de merknaam Abilify.
naar boven