Carbamazepine (carbamazepine)

Wat is het

Carbamazepine beïnvloedt de informatieoverdracht via de zenuwen in de hersenen. Het wordt toegepast bij verschillende aandoeningen.

Artsen schrijven het voor bij epilepsie, zenuwpijn, diabetes insipidus, manie,alcoholontwenning en jeuk.

naar boven

Gebruik

Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.

Hoe?

  • Tabletten: innemen met wat water. Kauw de tabletten met gereguleerde afgifte (met de aanduiding 'CR' of 'Retard') niet stuk.
  • Drank: schud de fles om voor gebruik en meet de juiste hoeveelheid af met de meegeleverde maatbeker. Onverdund innemen.
Wanneer?
Neem dit middel in tijdens het eten om eventuele misselijkheid te voorkomen. Het beste kunt u vaste tijdstippen kiezen, dan vergeet u minder snel een dosis. Als u het twee keer per dag gebruikt: 's ochtends en 's avonds. Als u het drie keer per dag gebruikt: 's ochtends, 's middags en 's avonds bij het eten. Als u het vier keer per dag gebruikt: bij de maaltijden en voor de nacht.

Hoe lang?
Uw arts bepaalt hoe lang u dit middel moet gebruiken. Dat hangt af van de aandoening waarvoor u dit middel slikt en van de resultaten. Het kan zijn dat de dosering tussentijds wordt aangepast. Verander in elk geval nooit zelf de dosering!

Bij epilepsie kan de arts meestal na een tot drie maanden pas beoordelen of dit middel voldoende effect heeft.

naar boven

Bijwerkingen

Behalve het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven. De eerste week tot twee weken van de behandeling hebben drie op de tien mensen last van bijwerkingen. De meeste bijwerkingen worden vanzelf minder als u aan het middel gewend raakt.

Om de kans op bijwerkingen aan het begin van de behandeling te verkleinen, moet u starten met een lage dosering. De dosering wordt daarna geleidelijk opgebouwd.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms

  • Misselijkheid en braken. Dit verdwijnt meestal vanzelf na korte tijd. U kunt het voorkomen door het middel met wat voedsel in te nemen. Zelden komen ook andere maagdarmklachten, zoals buikpijn, verstopping of diarree, voor.
  • Vermoeidheid, slaperigheid, duizeligheid en zelden hoofdpijn. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid erg nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van een proces op het werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten, zeker niet de eerste twee weken van de behandeling als u nog aan het middel moet wennen.
  • Dubbelzien, wazig zien en andere problemen met zien.
  • Overgevoeligheid, dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Vermoedt u dat u overgevoelig bent voor dit middel, raadpleeg dan uw arts. Geef aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor carbamazepine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het middel niet opnieuw krijgt. Let op: sommige mensen die overgevoelig zijn voor het epilepsiemiddel carbamazepine zijn ook overgevoelig voor het epilepsiemiddel oxcarbazepine. Een heel enkele keer is allergie ernstig. De huiduitslag gaat dan gepaard met blaren, schilfering of koorts en zwelling van de lymfeklieren. Ook kan een zeldzame maar ernstige vorm van allergie ontstaan die zich uit als zwellingen van gezicht, keel en mond. Neem dan onmiddellijk contact op met uw arts.
  • Bij ouderen of bij een hoge dosering: trillende handen, een onzekere gangbij het lopen, traag of onduidelijk spreken.


Zelden
  • Tekort aan natrium in het bloed. U merkt dat soms aan het plotselinge, hevige vermoeidheid, sufheid, verminderde eetlust, braken en diarree. Waarschuw dan uw arts.
  • Verstoring van de aanmaak van bloedcellen. Raadpleeg uw arts als u last heeft van onverklaarbare vermoeidheid, regelmatig terugkerende infecties, keelpijn, blaasjes in de mond en blauwe plekken. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Ook na stoppen met de behandeling kan deze bijwerking nog optreden.


Zeer zelden
  • Acne (vettige huid met puistjes) en haaruitval.
  • Hartritmestoornissen en verergering van hart- en vaatziekten.
  • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
  • Leverontsteking (soms te merken aan gele verkleuring van huid of het oogwit) of een ontsteking van de alvleesklier (te merken aan ernstige buikpijn). Mensen met stoornissen in de werking van de lever hebben hier meer kans op.
  • Als u porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen krijgt: dit middel kan een aanval uitlokken. Geef aan de apotheek door dat u porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit middel of andere uitlokkende middelen niet krijgt.
  • Een ernstige verstoring van het lichaam. Deze verstoring is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstigzweten. Krijgt u dergelijke verschijnselen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts.
  • Gedrags- en stemmingsveranderingen, te merken aan agressief gedrag, verhoogde prikkelbaarheid en sombere gevoelens.
  • Verwardheid en onrust, vooral bij ouderen.
  • Moeilijke erectie. Deze bijwerkingen gaan over als u met het middel stopt. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.
  • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding.
  • Mensen met het Brugada-syndroom, een erfelijke hartaandoening, hebben mogelijk een grotere kans op hartritmestoornissen. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander middel. Als u dit middel toch moet gebruiken, zal uw arts u extra onder controleren.


naar boven

Verboden

autorijden?
Sommige medicijnen hebben invloed op het reactievermogen. Het is dan strafbaar om aan het verkeer deel te nemen. Als u bij een ongeval betrokken raakt terwijl uw rijvaardigheid is beïnvloed, bent u wettelijk aansprakelijk voor de gevolgen. Of dit medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt, leest u hieronder.

Of u mag autorijden, hangt af van uw aandoening en de dosering. Bij bepaalde aandoeningen mag u niet autorijden. Overleg met uw arts of u met uw medicijn en/of aandoening mag autorijden.

Bij gebruik voor epilepsie
Een epileptische aanval tijdens het autorijden kan ernstige gevolgen hebben. Een neuroloog bepaalt daarom of iemand met epilepsie mag autorijden. Hiervoor gelden bepaalde keuringseisen. Meer informatie vindt u in de folder ‘Epilepsie en rijgeschiktheid’ van het Nationaal Epilepsie Fonds op www.epilepsie.nl.

Als uw neuroloog heeft gezegd dat u mag autorijden, kijk dan hieronder voor de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid.

Bij gebruik van een lage dosering (tot en met 200 mg driemaal per dag) voor andere aandoeningen dan epilepsie
Bij gebruik van een lage dosering (tot en met 200 mg driemaal per dag) voor andere aandoeningen kan dit medicijn bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze kunnen uw rijvaardigheid verminderen. Deze bijwerkingen zijn wazig zien, dubbelzien, duizeligheid, verwardheid, vermoeidheid en een verminderd coördinatievermogen. Door deze bijwerkingen is de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid in de eerste week van gebruik groter dan na het drinken van twee standaardglazen alcoholische drank. Het drinken van meer dan twee glazen alcoholische drank veroorzaakt een hoeveelheid alcohol in het bloed groter dan 0.5 promille (‰). Bij meer dan 0.5‰ mag u volgens de wet niet meer autorijden. Na gebruik gedurende een week, raken de meeste mensen gewend aan deze bijwerkingen en kunnen ze wel weer autorijden. Rijd daarom geen auto gedurende de eerste week dat u dit medicijn gebruikt. Beoordeel na een week hoeveel last u van de bijwerkingen heeft. Rijd geen auto als u last van deze bijwerkingen heeft.

Tips voor als u na een week wilt autorijden

  • Meent u dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt. Deze persoon kan dan zien of u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
  • Rijd niet als u onscherp ziet.
  • Rijd niet als u vermoeid, duizelig of verward bent, last heeft van een verminderd coördinatievermogen, moeite heeft u te concentreren of  wakker te blijven of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
  • Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn in belangrijke mate.
  • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
  • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.

Rijd geen auto als u dit medicijn gebruikt in combinatie met andere medicijnen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.

Bij gebruik van een hoge dosering (meer dan 200 mg driemaal per dag) voor andere aandoeningen dan epilepsie
Bij gebruik van een hoge dosering (meer dan 200 mg driemaal per dag) voor andere aandoeningen kan dit medicijn bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze kunnen uw rijvaardigheid verminderen. Deze bijwerkingen zijn wazig zien, dubbelzien, verwardheid, duizeligheid, vermoeidheid en een verminderd coördinatievermogen. Het effect van deze bijwerkingen is bij hogere dosering groter dan bij lage dosering. Door deze bijwerkingen is de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid groter dan na het drinken van vier standaardglazen alcoholische drank. Het drinken van meer dan vier glazen alcoholische drank veroorzaakt een hoeveelheid alcohol in het bloed groter dan 0.8 promille (‰). Bij meer dan 0.5‰ mag u volgens de wet niet meer autorijden. Daarom mag u het eerste jaar dat u dit medicijn in hoge dosering (meer dan 200 mg driemaal per dag) gebruikt niet autorijden. Overleg met uw arts als u absoluut moet autorijden. Mogelijk is er een ander medicijn dat uw rijvaardigheid minder sterk beïnvloedt en waarmee u wel kunt rijden.

alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit middel. Ook als u niets van deze bijwerking heeft gemerkt, kunt u door het gebruik van alcohol wel suf worden en kan uw coördinatie- en beoordelingsvermogen afnemen.

alles eten?
Er zijn geen beperkingen voor dit middel.

naar boven

Zwanger

Zwangerschap
Gebruik van dit middel tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind.

Vrouwen met epilepsie: neem voordat u erover denkt zwanger te worden contact op met uw arts te bepalen welk middel in welke dosering het geschiktst is om de epilepsie te onderdrukken.

Het blijkt dat combinaties van epilepsiemiddelen meer risico's geven op aangeboren afwijkingen dan een enkel middel, zoals carbamazepine.

Als u goed bent ingesteld op carbamazepine, kunt u dit middel vaak tijdens de zwangerschap gebruiken. U komt in aanmerking voor prenatale diagnostiek en de bevalling zal onder begeleiding van de gynaecoloog en kinderarts plaatsvinden.

Gebruik foliumzuur vanaf een maand voor het moment dat u zwanger wilt worden tot twee maanden nadat u zwanger bent geworden. U vermindert hiermee de kans op aangeboren afwijkingen.

Vrouwen die carbamazepine niet voor epilepsie gebruiken: gebruik dit middel NIET als u zwanger bent of wil worden. Zorg dus voor goede anticonceptie. Wilt u zwanger worden, overleg dan met uw arts. Zo mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een ander middel.

Borstvoeding
Dit middel komt in de moedermelk terecht. Deze hoeveelheid is echter niet schadelijk voor de baby. U kunt, na overleg met uw arts, borstvoeding (blijven) geven. Als de baby last heeft van niet goed willen drinken, overgeven en sufheid, raadpleeg dan uw arts.

naar boven

Wisselwerking

Carbamazepine heeft met veel medicijnen wisselwerkingen. Het versnelt de afbraak van veel medicijnen in het lichaam, waardoor deze medicijnen minder goed werken.

In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere middelen die het reactievermogen verminderen. Bij deze middelen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd zeker geen auto als u twee of meer van dergelijke middelen gebruikt.
  • Anticonceptiepil. Dit geldt voor alle anticonceptiepillen, maar ook voor andere toedieningsvormen, zoals de vaginale ring, de anticonceptiepleister en het spiraaltje met anticonceptiehormonen. Ook de betrouwbaarheid van ulipristal, een morning-afterpil, kan verminderd zijn. Overleg hierover met uw arts.
  • Kortdurend carbamazepinegebruik: gebruik tijdens de behandeling en tot een maand erna condoom als extra anticonceptie.
  • Langdurig carbamazepinegebruik: carbamazepine vermindert de betrouwbaarheid van hormonale anticonceptiemiddelen. Veel van deze anticonceptiemiddelen zijn daarom niet geschikt als u ook carbamazepine gebruikt. Uw arts kan daarmee rekening houden en een zwaardere pil voorschrijven. Als u toch doorbraakbloedingen krijgt, gebruik dan condooms bij de geslachtsgemeenschap. Een andere mogelijkheid is het gebruiken van een koperspiraaltje of condooms in plaats van de pil. Overleg hierover met uw arts.
  • De plasmiddelen bumetanide, furosemide, chloortalidon, chloorthiazide, hydrochloorthiazide, epitizide en indapamide. Als u een van deze middelen samen met carbamazepine gebruikt, heeft u de eerste weken een verhoogde kans op een tekort aan natrium in het bloed. U merkt dit soms aan plotselinge, hevige vermoeidheid, sufheid, slecht aanspreekbaar zijn, verminderde eetlust, braken en diarree. Waarschuw dan meteen uw arts.
  • Sommige middelen tegen kanker (chemokuren) kunnen de werking van carbamazepine verminderen: cisplatine, cyclofosfamide, cytarabine, daunorubicine, doxorubicine, etiposide, hydroxycarbamide, methotrexaat, teniposide, tioguanine en vincristine. Als u een van deze middelen gebruikt, zal uw arts de hoeveelheid carbamazepine in uw bloed af en toe meten en zo nodig de dosering aanpassen.

De volgende middelen kunnen het effect, maar ook de bijwerkingen van carbamazepine versterken.

  • Bepaalde antidepressiva (fluoxetine, fluvoxamine).
  • Bepaalde middelen bij hart- en vaatziekten (verapamil, diltiazem).
  • Claritromycine en erytromycine (antibiotica).
  • Isoniazide (tuberculosemiddel).
  • Fluconazol en terbinafine(antischimmelmiddelen).
  • Dextropropoxyfeen (morfine-achtige pijnstiller).
  • Danazol (een hormoon).
  • Cimetidine (maagmiddel).
  • Stiripentol (een middel tegen epilepsie). Stiripentol remt de afbraak van carbamazepine. Hierdoor kan de hoeveelheid van carbamazepine in uw bloed stijgen, waardoor de bijwerkingen van carbamazepine kunnen toenemen. Maar in sommige gevallen wordt stiripentol juist bewust samen met carbamazepine gegeven, overleg hierover met uw arts.
Soms is een aanpassing van de dosis nodig. Krijgt u last van sufheid, duizeligheid, misselijkheid en braken, waarschuw dan uw arts.

Carbamazepine kan het effect van de volgende middelen verminderen.

  • Bepaalde antischimmelmiddelen (itraconazol, ketoconazol, voriconazol). Ketoconazol kan op zijn beurt de bijwerkingen van carbamazepine versterken. Als uw arts de werking en de hoeveelheid in het bloed van beide middelen controleert, kunt u ze veilig samen gebruiken.
  • Lamotrigine, ook een middel tegen epilepsie. Hierdoor heeft u meer kans op een epileptische aanval. Uw arts zal daarom de werkzaamheid controleren en eventueel de dosering aanpassen.
  • De afweeronderdrukkende middelen ciclosporine, tacrolimus, temsirolimus en sirolimus. Uw arts zal de bloedspiegels van de afweeronderdrukkende middelen daarom meten en de dosering verhogen. Als u stopt met het gebruik van carbamazepine moet de dosering van de afweeronderdrukkende middelen weer worden verlaagd. Stop daarom nooit zonder overleg.
  • De middelen tegen bloedstolling fenprocoumon en acenocoumarol. Bij het beginnen en bij het stoppen met carbamazepine en bij doseringswijzigingen moeten de trombosedienst de stolling meten.
  • Methadon. Deze morfineachtige pijnstiller wordt ook toegepast in de verslavingszorg. Carbamazepine vermindert de werking van methadon. U kunt dan onthoudingsverschijnselen krijgen, u heeft dus meer methadon nodig. Na het stoppen met carbamazepine kan de hoeveelheid methadon in het bloed toenemen, waardoor vergiftigingsverschijnselen kunnen ontstaan. U kunt alleen stoppen met carbamazepine onder begeleiding van een arts.
  • Theofylline (een middel bij astma of COPD) en bijnierschorshormonen (zoals prednison, prednisolon). Uw arts zal de dosis contorleren en eventueel aanpassen. Bij stoppen met carbamazepine kunnen de bijwerkingen van deze middelen toenemen. Overleg hierover met uw arts of apotheker.
  • Doxycycline (antibioticum). Uw arts zal in de meeste gevallen een ander antibioticum voorschrijven.
  • Sommige middelen gebruikt bij een hiv-infectie: azatanavir, efavirenz, etravirine, fosamprenavir, indinavir, lopinavir met ritonavir, maraviroc, nelfinavir, nevirapine, ritonavir en saquinavir. Uw arts zal de dosering van deze middelen aanpassen.
  • Bepaalde slaap- en rustgevende middelen (midazolam, alprazolam). Uw arts zal u waarschijnlijk een ander middel voorschrijven.
  • Dasatinib, erlotinib, gefitinib, imatinib, irinotecan, lapatinib, nilotinib, pazopanib, sorefenib en sunitinib, middelen die worden gebruikt bij kanker. De arts zal de dosering controleren en indien nodig aanpassen.
  • Kinidine en disopyramide (middelen tegen hartritmestoornissen).
  • Ivabradine, een middel tegen pijn op de borst.
  • Quetiapine, een middel tegen psychoses. Quetiapine kan op zijn beurt de bijwerkingen van carbamazepine versterken. Uw arts zal u waarschijnlijk een ander middel voorschrijven of de dosering controleren en indien nodig aanpassen.
  • Valproïnezuur, een ander middel tegen epilepsie, en carbamazepine kunnen elkaar werking beïnvloeden. Als uw arts de werking en de hoeveelheid in het bloed van beide middelen controleert, kunt u ze veilig samen gebruiken.
  • Aripiprazol, clozapine, haloperidol, paliperidon, risperidon en sertindol, medicijnen tegen wanen en hallucinatie. Carbamazepine vermindert de werking van deze medicijnen. Bij stoppen met carbamazepine kunnen de bijwerkingen van deze medicijnen toenemen. Overleg hierover met uw arts of apotheker.
  • Atorvastatine en simvastatine, cholesterolverlagende medicijnen. Carbamazepine vermindert de werking van deze middelen. Bij stoppen met carbamazepine kunnen de bijwerkingen van van deze middelen toenemen. Mogelijk zal uw arts u een ander cholesterolverlagend medicijn voorschrijven of de dosering aanpassen.
  • Topiramaat, een medicijn tegen epilepsie en boulimia nervosa. De hoeveelheid van topiramaat in het bloed kan afnemen door carbamazepine. Overleg hierover met uw arts. Mogelijk zal uw arts de dosering van topiramaat aanpassen.
  • Zonisamide, een middel tegen epilepsie. Carbamazepine vermindert de werking van zonisamide, waardoor u meer kans heeft op een epileptische aanval. Zonisamide kan ook de werking van carbamazepine beïnvloeden. Uw arts zal daarom de werkzaamheid controleren en eventueel de dosering aanpassen.
Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

naar boven

Vergeten

Het is belangrijk dit middel consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

  • Als u dit middel 2 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 7 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 7 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
  • Als u dit middel 3 of 4 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 1 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 1 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
Neem nooit een dubbele dosering. Bij dit geneesmiddel heeft een te hoge dosering snel schadelijke gevolgen. U kunt eventueel de volgende dosis verschuiven. Vraag advies aan uw arts.

naar boven

Stoppen

Nee, u kunt niet zomaar stoppen. Dat moet altijd in overleg met de arts gebeuren. De dosering moet namelijk langzaam worden afgebouwd, om ernstige problemen te voorkomen, zoals hevige epileptische aanvallen. Dit afbouwen kan maanden duren.

Moet u stoppen vanwege overgevoeligheid of ernstige bijwerkingen, dan zal uw arts hier rekening mee houden.

Ook als u een ander epilepsiemiddel gaat gebruiken, mag u niet in één keer met dit middel stoppen. Ook in dat geval moet de dosering langzaam worden afgebouwd.

naar boven

Merk en soorten

Carbamazepine is sinds 1964 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in tabletten en in drank onder de merknaam Tegretol en als het merkloze Carbamazepine.

naar boven

Kies soort en sterkte. Vergelijk dan in het overzicht de bedragen.

Vergelijkbare medicijnen

Medicijnen met dezelfde werkzame stof hebben dezelfde werking. Medicijnen met een andere werkzame stof kunnen een ander effect hebben.

Zelfde werkzame stof

Medicijnen met dezelfde werkzame stof worden onder verschillende merken verkocht.

Andere werkzame stof

Raadpleeg altijd huisarts of apotheker als u van medicijn wilt veranderen!

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.