Wat is het
Valproïnezuur beïnvloedt de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen. Het wordt toegepast bij verschillende aandoeningen.
Artsen schrijven valproïnezuur voor bij epilepsie, migraine, manie en zenuwpijn.
naar boven
Gebruik
Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.
Hoe?
- Capsules: zonder kauwen innemen met een half glas water, gebruik geen koolzuurhoudende drank. De Orfiril capsules mag u eventueel, bij slikproblemen, openmaken en de korrels met vla of yoghurt innemen (ook zonder kauwen). U kunt resten van de korrels in de ontlasting terug vinden; dit kan geen kwaad: de werkzame stof is er dan al uit verdwenen. De Propymal capsules mag u niet openmaken.
- Tabletten: zonder kauwen innemen met een glas water, gebruik geen koolzuurhoudende drank. Depakine 'Chrono' tabletten (met vertraagde afgifte) mag u op de breukstreep breken, maar kauw de delen niet stuk, anders werkt het systeem van de vertraagde afgifte niet. De tablet kunt u in de ontlasting terug vinden; dit kan geen kwaad: de werkzame stof is er dan al uit verdwenen.
- Druppels: innemen met een half glas water of limonade (zonder prik!).
- Drank: meet de hoeveelheid af met een maatbekertje of maatlepel. Innemen zonder te verdunnen.
- Korrels (granulaat): zonder kauwen innemen met een half glas water. Bij slikproblemen mag u de korrels ook mengen met vla of yoghurt. U kunt resten van de korrels in de ontlasting terugvinden; dit kan geen kwaad: de werkzame stof is er dan al uit verdwenen.
- Zetpillen: de zetpil in de anus brengen. Het maakt daarbij niet zo veel uit of u de zetpil met de punt naar voren of met de stompe kant naar voren in brengen. U kunt de zetpil met een beetje water bevochtigen. Hierdoor kunt u hem wat makkelijker inbrengen.
Wanneer?
Neem dit middel in tijdens de maaltijd of met wat voedsel. Dit voorkomt eventuele misselijkheid. Dit geldt voor alle toedieningsvormen, behalve voor de zetpillen.
Hoe lang?
Uw arts bepaalt hoe lang u dit middel moet gebruiken. Dat hangt af van de aandoening waarvoor u dit middel slikt en van de resultaten. Het kan zijn dat de arts de dosering tussentijds aanpast. Verander in elk geval nooit zelf de dosering!
Bij epilepsie kan de arts meestal na een tot drie maanden pas beoordelen of dit middel voldoende effect heeft.
naar boven
Bijwerkingen
Behalve het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven.
Vooral aan het begin van de behandeling heeft u kans op bijwerkingen, de meeste worden vanzelf minder als u aan het middel gewend raakt.
De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.
Zelden
-
Maagdarmklachten, zoals misselijkheid. Dit verdwijnt meestal vanzelf na korte tijd. U kunt het voorkomen door het middel met wat voedsel in te nemen. Verder buikpijn, verstopping en diarree. Blijft u last houden van deze klachten, neem dan contact op met uw arts.
- Bij vrouwen: menstruatiestoornissen en haargroei op 'mannelijke' plaatsen, zoals op de borst, bovenbenen, bovenlip en kin en wangen kunnen voorkomen bij vrouwen met name als zij voor hun twintigste jaar dit middel zijn gaan gebruiken.
-
Gewichtstoename. Vraag advies aan uw arts of diëtist als u te veel aankomt.
-
Haaruitval, meestal tijdelijk. Ook wordt het haar soms lichter van kleur.
-
Verminderde aanmaak van bloedplaatjes. Hierdoor heeft u een verhoogde kans op bloedingen. Heeft u onverklaarbare blauwe plekken of vaker dan normaal een bloedneus? Neem dan contact op met uw arts.
Zeer zelden
-
Ontsteking van de slijmvliezen van de mond. U merkt dit aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen. Eten en drinken kunnen hierdoor pijnlijk zijn.
-
Slaperigheid, sufheid, duizeligheid, verwardheid, hoofdpijn, vergeetachtigheid en onwillekeurige bewegingen kunnen voorkomen. Blijft u hier last van houden? Overleg hierover met uw arts.
-
Bedplassen.
- In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige huidaandoening ontstaan met blaarvorming. De blaren ontstaan met name op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Neem dan direct contact op met uw arts.
-
Trillende handen, snelle oogbewegingen en minder goed kunnen horen.
-
Gedrags- en stemmingsveranderingen. Dit kan variëren van opwinding tot apathie of depressieve gevoelens.
-
Allergie. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Zelden kan een overgevoeligheid bent voor dit middel, raadpleeg dan uw arts. Geef aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor valproïnezuur. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het middel niet opnieuw krijgt.
-
Leverafwijkingen gedurende de eerste zes maanden van gebruik of een ontsteking van de alvleesklier. Vooral bij kinderen jonger dan drie jaar met een geestelijke handicap. De verschijnselen hiervan zijn verlies van eetlust, slap gevoel, soms met buikpijn of braken en slaperigheid. Waarschuw dan direct een arts. Mensen met een verminderde leverwerking of mensen die eerder leverafwijkingen door het gebruik van valproïnezuur hebben gekregen mogen dit middel niet gebruiken.
-
Verstoring in de aanmaak van de bloedcellen. Raadpleeg uw arts als u last krijg van onverklaarbare koorts, keelpijn of blaasjes in de mond, of onverklaarbare blauwe plekken. Dit kan duiden op een afwijking in het bloed.
- Als u porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen krijgt: dit middel kan een aanval uitlokken. Geef aan de apotheek door dat u porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit middel of andere uitlokkende middelen niet krijgt.
-
Moeite met bewegen, zoals stijve spieren, beven, een maskerachtige uitdrukking op het gezicht, murmelen, moeite met lopen en spreken. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel 'parkinsonisme' genoemd, omdat de verschijnselen lijken op die van de ziekte van Parkinson. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit middel verergeren. Overleg ook met uw arts als u tijdens gebruik moeite met bewegen krijgt.
Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
naar boven
Verboden
autorijden?
Sommige medicijnen hebben invloed op het reactievermogen. Het is dan strafbaar om aan het verkeer deel te nemen. Als u bij een ongeval betrokken raakt terwijl uw rijvaardigheid is beïnvloed, bent u wettelijk aansprakelijk voor de gevolgen. Of dit medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt, leest u hieronder.
Of u mag autorijden, is niet alleen afhankelijk van het medicijn maar ook van uw aandoening. Bij bepaalde aandoeningen mag u niet autorijden. Overleg met uw arts of u met uw medicijn en aandoening mag autorijden.
Bij gebruik voor epilepsie
Een epileptische aanval tijdens het autorijden kan ernstige gevolgen hebben. Een neuroloog bepaalt daarom of iemand met epilepsie mag autorijden. Hiervoor gelden bepaalde keuringseisen. Meer informatie vindt u in de folder ‘Epilepsie en rijgeschiktheid’ van het Nationaal Epilepsie Fonds op www.epilepsie.nl.
Als uw neuroloog heeft gezegd dat u mag autorijden, kijk dan hieronder voor de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid.
Bij gebruik voor andere aandoeningen dan epilepsie
Dit medicijn kan bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze kunnen uw rijvaardigheid verminderen. Deze bijwerkingen zijn slaperigheid, duizeligheid en sufheid. Door deze bijwerkingen is de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid in de eerste week van gebruik groter dan na het drinken van twee standaardglazen alcoholische drank. Het drinken van meer dan twee glazen alcoholische drank veroorzaakt een hoeveelheid alcohol in het bloed groter dan 0.5 promille (‰). Bij meer dan 0.5‰ mag u volgens de wet niet meer autorijden. Na gebruik gedurende een week, raken de meeste mensen gewend aan deze bijwerkingen en kunnen ze wel weer autorijden. Rijd daarom geen auto gedurende de eerste week dat u dit medicijn gebruikt. Beoordeel na een week hoeveel last u van de bijwerkingen heeft. Rijd geen auto als u last van deze bijwerkingen heeft.
Tips voor als u na een week wilt autorijden
- Meent u dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt. Deze persoon kan dan zien of u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
- Rijd niet als u onscherp ziet.
- Rijd niet als u suf, slaperig of duizelig bent, moeite heeft u te concentreren of wakker te blijven of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
- Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn in belangrijke mate.
- Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
- Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
Rijd geen auto als u dit medicijn gebruikt in combinatie met andere medicijnen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit middel. Ook als u niets van deze bijwerking heeft gemerkt, kunt u door het gebruik van alcohol wel suf worden en kan uw coördinatie- en beoordelingsvermogen afnemen.
alles eten?
De tabletten, capsules en drank mogen niet tegelijk met een koolzuurhoudende drank worden ingenomen. Verder mag u alles eten.
naar boven
Zwanger
Zwangerschap
Gebruik van dit middel tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind.
Vrouwen met epilepsie: neem voordat u erover denkt zwanger te worden contact op met uw arts, bijvoorbeeld een jaar van tevoren. U heeft dan ruim de tijd om met uw arts te bepalen welk middel in welke dosering het geschiktst is om de epilepsie te onderdrukken.
Het blijkt dat combinaties van epilepsiemiddelen meer risico's geven op aangeboren afwijkingen dan een enkel middel, zoals vaproïnezuur.
Als u goed bent ingesteld op valproïnezuur, kunt u dit middel vaak tijdens de zwangerschap gebruiken.
U komt in aanmerking voor prenatale diagnostiek en de bevalling zal onder begeleiding van de gynaecoloog en kinderarts plaatsvinden.
Neem foliumzuur vanaf een maand voor het moment dat u zwanger wilt worden tot twee maanden nadat u zwanger bent geworden. U vermindert hiermee de kans op aangeboren afwijkingen.
Vrouwen die valproïnezuur niet voor epilepsie gebruiken: gebruik dit middel NIET als u zwanger bent of wil worden. Zorg dus voor goede anticonceptie. Wilt u zwanger worden, overleg dan met uw arts. Zo mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een ander middel.
Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Het middel komt in een kleine hoeveelheid in de moedermelk terecht en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Dit merkt u doordat uw baby suf wordt, minder goed drinkt, moet braken of puntvormige vlekjes op de huid krijgt. Meestal kunt u, in overleg met uw arts, wel borstvoeding geven, als u let op deze verschijnselen. U kunt dan op tijd uw arts raadplegen.
naar boven
Wisselwerking
De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn andere middelen tegen epilepsie carbamazepine, fenytoïne, lamotrigine en fenobarbital en de middelen tegen hiv zidovudine en ritonavir.
- Fenytoïne, carbamazepine, lamotrigine en fenobarbital andere middelen tegen epilepsie, en valproïnezuur kunnen elkaars werking beïnvloeden. Als uw arts de werking en dosering van de middelen controleert, kunt u ze veilig samen gebruiken.
- Stiripentol, een ander middel tegen epilepsie, kan het effect en de bijwerkingen van valproïnezuur versterken. Daarnaast kan valproïnezuur de werking van stiripentol verminderen. Uw arts zal de hoeveelheid valproïnezuur en stiripentol in uw bloed af en toe meten en zo nodig de dosering aanpassen.
- Ritonavir en zidovudine worden gebruikt bij de behandeling van een hiv-infectie. Deze middelen en valproïnezuur kunnen elkaars werking beïnvloeden. Uw arts zal de dosering van deze middelen aanpassen en de hoeveelheid in het bloed in de gaten houden.
- Sommige middelen tegen kanker (chemokuren) kunnen de werking van valproïnezuur verminderen: altretamine, bleomycine, cisplatine, cyclofosfamide, cytarabine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, methotrexaat en paclitaxel. Als u een van deze middelen gebruikt, zal uw arts de hoeveelheid valproïnezuur in uw bloed af en toe meten en zo nodig de dosering aanpassen.
- Sommige antibiotica (doripenem, ertapenem, imipenem en meropenem) kunnen de werking van valproïnezuur verminderen. U mag deze middelen niet samen met valproïnezuur gebruiken. Uw arts zal een ander antibioticum voorschrijven.
naar boven
Vergeten
Het is belangrijk dit middel consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:
- Als u dit middel twee keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan zeven uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan zeven uur? Sla dan de vergeten dosis over.
- Als u dit middel drie of vier keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan één uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan één uur? Sla de vergeten dosis dan over.
Neem echter
nooit een dubbele dosis. Bij dit middel heeft een te hoge dosering snel schadelijke gevolgen.
naar boven
Stoppen
Nee, u kunt niet zomaar stoppen. Dat moet altijd in overleg met de arts gebeuren. De dosering moet namelijk worden afgebouwd, om ernstige problemen te voorkomen. Moet u stoppen vanwege overgevoeligheid of ernstige bijwerkingen, dan zal uw arts hier rekening mee houden.
Ook als u een ander epilepsiemiddel gaat gebruiken, mag u niet in één keer met dit middel stoppen. Ook in dat geval moet de dosering langzaam worden afgebouwd.
naar boven
Merk en soorten
Valproïnezuur is sinds 1968 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknamen Depakine, Orfiril en Propymal en als het merkloze Natrii Valproas, Natriumvalproaat en Valproïnezuur FNA. Het is te verkrijgen in tabletten, capsules, korrels (granulaat), drank, druppels, zetpillen en injecties.
naar boven