Fluoxetine (fluoxetine)

Wat is het

Fluoxetine behoort tot de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's.
Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. SSRI's verbeteren de stemming en verminderen angsten.

Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals dwangstoornis, paniekstoornis, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis. Het wordt ook gebruikt bij boulimia nervosa,bij bepaalde menstruatieklachten (namelijk het premenstrueel syndroom), bij zenuwpijn en bij de ziekte van Raynaud.

naar boven

Gebruik

Hoe?
Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

Wanneer?
Het maakt niet uit op welk tijdstip van de dag u dit medicijn neemt. Als u veel last heeft van de versuffende werking, neem het dan 's avonds voor het slapengaan in. Heeft u juist veel last van onrust en kunt u er slecht van slapen, dan kunt u het beter 's ochtends innemen.

Hoe lang?

  • Depressiviteit. Als het medicijn na tien weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal zes maanden blijven gebruiken. Dan heeft u minder kans dat de depressiviteit terugkomt.
  • Angstgevoelens en gespannenheid. Als het medicijn na drie maanden geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal een jaar blijven gebruiken.
  • Dwangstoornis. Als het medicijn na drie maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Als het goed werkt moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.
  • Paniekstoornis. Als het medicijn na zes weken nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog een jaar blijven gebruiken.
  • Sociale fobie. Als het medicijn na vier weken nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog een jaar blijven gebruiken
  • Posttraumatische stress stoornis. Als het medicijn na drie maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog minstens een jaar blijven gebruiken.
  • Eetaanvallen. Als het medicijn na vier weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts.
  • Premenstrueel syndroom (PMS). De arts kan u adviseren dit medicijn elke dag te gebruiken of alleen in de twee weken voor u de menstruatie verwacht. Als het medicijn na drie menstruaties geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts.
  • Zenuwpijn. Gebruik dit medicijn zolang u last heeft van de zenuwpijn. Dit is vaak gedurende maanden tot jaren.
  • Ziekte van Raynaud. Als het middel na een aantal weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Overleg hierover met uw arts.

Bespreek gedurende de hele behandeling alle veranderingen in uw gedrag of stemming steeds met uw arts. Het kan zijn dat u niet goed of onvoldoende op dit medicijn reageert en misschien meer baat zult vinden bij een ander medicijn.

naar boven

Bijwerkingen

Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Bijwerkingen treden niet bij iedereenop, maar alleen bij personen die daar gevoelig voor zijn.

De meeste bijwerkingen zijn in de eerste week het meest uitgesproken en nemen daarna af of verdwijnen zelfs. Ze gaan weer over als u met het medicijn stopt.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, diarree, krampen, braken en verminderde eetlust. Dit gaat meestal binnen enkele dagen over, als u gewend bent geraakt aan het medicijn. U heeft minder last van deze bijwerkingen als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Heeft u ooit een maag- of darmzweer gehad, of een andere ernstige maag- of darmaandoening, zoals een maag- of darmbloeding? U heeft dan meer kans op bijwerkingen op maag en darmen. Overleg met uw arts. Mogelijk schrijft uw arts behalve dit medicijn ook een maagbeschermend medicijn voor.
  • Hoofdpijnen vermoeidheid.
  • Slapeloosheid. Heeft u hier last van, neem het medicijn dan altijd 's ochtends in.

Zelden

  • Sufheid, slaperigheid en een verminderd reactievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid erg nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van een proces op het werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten als u last heeft van deze bijwerkingen.
  • Duizeligheid, verwardheid, angst en nervositeit. Dit treedt vooral op aan het begin van de behandeling en wordt vanzelf minder.
  • Droge mond. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
  • Wazig zien. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
  • Gewichtsverandering. Vraag uw huisarts om een verwijzing naar een diëtist als de gewichtsverandering te groot en ongewenst is.
  • Zweten, gapen, trillen en bibberen.
  • Huiduitslag, galbulten en jeuk. Raadpleeg in dat geval uw arts. Zeer zelden komt dit door een allergische reactie op het medicijn en moet u met het medicijn stoppen.
  • Tijdelijke seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen, moeilijke erectie en een vertraagde zaadlozing. Deze bijwerkingen gaan over als u met het medicijn stopt. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.
  • Moeilijk kunnen stilzitten en rusteloosheid. Vooral mensen met de ziekte van Parkinson kunnen hier meer last van krijgen. Raapleeg uw arts als dit gebeurt, mogelijk moet de dosering van dit medicijn worden verlaagd.
  • Hartklachten, zoals hartkloppingen, versnelde hartslag of juist een vertraagde hartslag. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
  • Problemen met plassen , zoals veel moeten plassen of niet kunnen plassen.
  • Smaakstoornissen.
Zeer zelden
  • Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de aangeboren vorm van de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze aangeboren hartritmestoornis heeft.
  • Stemmingsverandering, toename van depressieve gedachten en vijandige gevoelens naar zichzelf of naar anderen. Dit kan zich uiten in agressie, zelfverwonding of gedachten aan zelfmoord. Neem contact met uw arts op als depressieve gevoelens juist toenemen of verergeren. Jongeren onder de 18 jaar hebben meer kans op deze bijwerkingen.
  • Hallucinaties (dingen zien en horen die er niet werkelijk zijn). Raadpleeg dan uw arts.
  • Sneller en langer bloeden bij een verwonding. Dit merkt u ook aan blauwe plekken en bloedneuzen. Raadpleeg uw arts als u daar veel last van heeft. Dit medicijn kan problemen geven bij bloedingen. Meld daarom uw arts dat u dit medicijn gebruikt wanneer u een operatie moet ondergaan.
  • Als u diabetes mellitus heeft: uw bloedglucose kan veranderen door dit medicijn. Controleer daarom vaker uw bloedglucose.
  • Mensen met epilepsie hebben kans op een toename van het aantal aanvallen. Overleg hierover met uw arts.
  • Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw bij deze klachten uw arts.
  • Haaruitval. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U kunt dit merken aan huiduitslag, jeuk en galbulten. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. In zeldzame gevallen ontstaat er bij allergie koorts, opgezwollen lippen, tong of gezicht of overgevoeligheid voor zonlicht. Stop dan meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. Bij allergie mag u mag dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor fluoxetine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het medicijn niet opnieuw krijgt.
  • Mensen met het Brugada-syndroom, een erfelijke hartaandoening, hebben mogelijk een grotere kans op hartritmestoornissen. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander middel. Als u dit middel toch moet gebruiken, zal uw arts u extra onder controleren.
  • Oorsuizen en problemen met praten, zoals stotteren.

naar boven

Verboden

autorijden?
Dit medicijn kan uw rijvaardigheid verminderen door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Als deze bij u optreden, heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.

Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.

Na verloop van tijd raken de meeste mensen gewend aan de bijwerkingen. Iedereen reageert echter anders. Rijd in elk geval niet als u last heeft van de bijwerkingen die de rijvaardigheid verminderen.

Heeft u last van deze bijwerkingen en gebruikt u dit medicijn één keer per dag? Neem het dan voor u gaat slapen in, zodat u er overdag minder last van heeft.

Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van de sterkte, de dosering, de duur van het gebruik, van de tijd die is verstreken na de laatste inname en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.

Bij gebruik van 20 mg of minder per dag
Bij de meeste mensen wordt de rijvaardigheid bij 20 mg per dag niet beïnvloed. Ga niet rijden als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.

Bij gebruik van meer dan 20 mg per dag
Rijd geen auto totdat u gedurende een week dezelfde dosering gebruikt. Beoordeel daarna hoeveel last u heeft van bijwerkingen die de rijvaardigheid verminderen. Rijd nog niet als u er wel last van heeft.

Tips voor als u besluit te gaan autorijden

  • Rijd niet als u onscherp ziet.
  • Rijd niet als u zich suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was is als u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
  • Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
  • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
  • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
  • Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.

alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u gewend bent geraakt aan fluoxetine, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

naar boven

Zwanger

Zwangerschap
Zorg dat u tijdens het gebruik van dit medicijn NIET in verwachting raakt en gebruik goede anticonceptie. Gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind. Ook kan het kind ontwenningsverschijnselen krijgen na de geboorte.

Overleg direct met uw arts als u toch in verwachting bent geraakt. Samen kunt u het risico van de zwangerschap afwegen tegen het risico van onderbreking van de behandeling. Het kan echter nodig zijn fluoxetine tijdens de zwangerschap door te gebruiken. Als depressieve klachten of angstklachten terugkomen kan dat erger zijn voor de moeder en het kind.

Uw arts zal in dat geval de laagst mogelijke werkzame dosis voorschrijven. Bovendien kan de arts meer controles uitvoeren.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Dit medicijn komt in een kleine hoeveelheid de moedermelk terecht. Het kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Dit merkt u doordat uw baby prikkelbaar is, veel huilt, slecht drinkt, suf is of diarree heeft. Als u borstvoeding gaat geven, let dan op deze verschijnselen. U kunt dan op tijd uw arts raadplegen.

Gaat u gedurende langere tijd borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts. Mogelijk kan uw arts u een medicijn voorschrijven dat minder in de borstvoeding terecht komt.

naar boven

Wisselwerking

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnenis vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld reactievermogen en coördinatievermogen versterken elkaar. Rijd geen auto als u naast fluoxetine een ander medicijn gebruikt dat het reactievermogen beïnvloedt.
  • Ontstekingsremmende pijnstillers, zoals ibuprofen, diclofenac, acetylsalicylzuur en naproxen. Deze medicijnen kunnen bijwerkingen op de maag veroorzaken, zoals een maagbloeding. Gelijktijdig gebruik van fluoxetine vergroot de kans op deze bijwerkingen. Gebruik daarom liever paracetamol als pijnstiller. Die heeft dat nadeel niet.
    Wees extra alert als u toch fluoxetine samen met een ontstekingsremmende pijnstiller moet gebruiken, en raadpleeg uw arts bij maagklachten.
    Meestal adviseert de arts u een maagbeschermer te slikken om maagklachten te voorkomen. Overleg met uw arts of dat bij u nodig is.
  • Middelen tegen depressie van de tricyclische groep (amitriptyline, clomipramine, dosulepine, doxepine, imipramine, maprotiline en nortriptyline) en trazodon. De hoeveelheid van deze medicijnen in het bloed kan toenemen. Hierdoor kunnen ze te sterk werken en meer bijwerkingen geven als u ze tegelijk met fluoxetine gebruikt. Raadpleeg uw arts, zodat deze eventueel de doseringen kan verlagen.
    Ook als u al gestopt bent met dit medicijn kan het enkele dagen tot weken duren voor u een ander medicijn tegen depressie veilig kunt gebruiken.
  • De antistollingsmedicijnenacenocoumarol en fenprocoumon. Fluoxetine kan de werking van de bloedverdunner versterken. Neem contact op met de trombosedienst als u fluoxetine gaat gebruiken, de dosis verandert of als u stopt met het gebruik.
  • De plastabletten chloortalidon, chloorthiazide, hydrochloorthiazide, epitizide en indapamide. Als u een van deze medicijnen samen met fluoxetine gebruikt, heeft u de eerste weken een verhoogde kans op een tekort aan natrium in het bloed. Dat kan vooral ontstaan door vochtverlies, zoals bij braken, diarree, koorts en hitte. U merkt dat aan plotselinge ernstige vermoeidheid, sufheid, slecht aanspreekbaar zijn, verminderde eetlust, braken en diarree. Waarschuw dan meteen uw arts.
  • Metoprolol, bijvoorbeeld gebruikt bij hart- en vaatziekten. Fluoxetine kan de hoeveelheid metoprolol in het bloed verhogen. Hierdoor kunnen de werking en bijwerkingen van metoprolol toenemen. U kunt dan bijvoorbeeld last krijgen van een te trage hartslag. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn
  • Carbamazepine enfenytoïne, onder andere gebruikt bij epilepsie, verdwijnen minder snel uit het lichaam. Hierdoor kan er te veel van in het bloed komen. U zult de hoeveelheid carbamazepine of fenytoïne in uw bloed regelmatig moeten laten controleren. De arts zal de dosering dan eventueel verlagen.
  • Hartvaatmedicijnen van de groep calciumblokkers, namelijk barnidipine, felodipine, isradipine, lacidipine, lercanidipine, nicardipine, nifedipine, nimodipine en nitrendipine. Deze medicijnen kunnen in combinatie met fluoxetine meer bijwerkingen geven, zoals opgezwollen enkels of onderbenen, hoofdpijn, blozen en duizeligheid. Neem in dat geval contact op met uw arts.
  • Alprazolam en midazolam, slaap- en rustgevende medicijnen. Fluoxetine versterkt de werking en bijwerkingen van deze medicijnen. Hierdoor kunt u meer last krijgen van sufheid. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven hebt gekregen. Misschien kan hij u een ander medicijn voorschrijven dat de wisselwerking niet heeft.
  • Clozapine een medicijn tegen wanen en hallucinaties (antipsychoticum). Fluoxetine kan de hoeveelheid clozapine in het bloed verhogen en hierdoor de bijwerkingen van clozapine versterken. Neem contact op met uw arts. Wellicht kan deze u een ander medicijn voorschrijven.
  • Tamoxifen, gebruikt bij bepaalde vormen van borstkanker. Fluoxetine kan het effect van tamoxifen verminderen. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn.
  • Perfenazine, een medicijn tegen wanen en hallucinaties (antipsychoticum). Fluoxetine kan de bijwerkingen van perfenazine versterken, zoals sufheid en bewegingsstoornissen. Raadpleeg uw arts, zodat deze eventueel de dosering van perfenazine kan verlagen.
  • Pimozide, een medicijn tegen wanen en hallucinaties (antipsychoticum). Bij combinatie met pimozide heeft u een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Gebruik het NIET samen met pimozide, behalve als dit volgens uw arts onvermijdelijk is.
  • Ritonavir, een medicijn tegen hiv en aids. Het kan de bijwerkingen van fluoxetine versterken. Meestal is het geen probleem als u maximaal twee keer per dag 200 mg ritonavir gebruikt. Schrijft uw arts meer voor? Overleg dan met uw arts.
  • Nevirapine, een medicijn tegen hiv en aids. Het kan de werking van fluoxetine verminderen. Uw arts zal daarom de werkzaamheid controleren en eventueel de dosering aanpassen.
  • Cyproheptadine, een medicijn tegen onder andere allergie, kan de werking van fluoxetine verminderen. Het wordt soms ook gebruikt om bepaalde bijwerkingen van fluoxetine tegen te gaan. Gebruikt u het tegen allergie? Overleg dan met uw arts. Misschien kan deze u een ander anti-allergiemedicijn voorschrijven of de dosis fluoxetine wat verhogen. Meld het aan uw arts als u merkt dat de klachten waarvoor u fluoxetine gebruikt toenemen.
  • Atomoxetine, gebruikt bij ADHD. Fluoxetine kan de werking van atomoxetine versterken. Hierdoor kunnen bijwerkingen toenemen. Uw arts zal de dosis controleren en eventueel aanpassen. Bij stoppen met fluoxetine kan de werking van atomoxetine afnemen. Overleg hierover met uw arts of apotheker.

Bij combinatie met de volgende medicijnen is er een kleine kans op een ernstige bijwerking, het serotoninesyndroom.

  • De pijnstillers fentanyl, oxycodon, pethidine en tramadol.
  • Het medicijn tegen migraine sumatriptan.
  • Het antibioticum linezolid.
  • Medicijnen tegen depressie van detricyclische groep (amitriptyline, clomipramine, dosulepine, doxepine, imipramine, maprotiline en nortriptyline) en trazodon.

Overleg bij deze medicijnen met uw arts. Misschien kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven die dit risico niet heeft. Moet u de combinatie wel gebruiken let dan op de verschijnselen, zoals trillen, beven, bewegingsdrang, spiertrekkingen, opgewondenheid, verwardheid, angst, koorts, zweten, versnelde hartslag en een verminderd bewustzijn.

Er is bij deze verschijnselen niet altijd sprake van het serotoninesyndroom. Sommige van deze bijwerkingen kunnen ook bij uw ziekte horen of vanzelf weer weg gaan. Raadpleeg bij twijfel wel uw arts, omdat het een ernstige bijwerking is.
Vertel ook aan mensen uit uw naaste omgeving over deze bijwerkingen, omdat u ze door de verwardheid en het verminderde bewustzijn mogelijk niet altijd merkt. Zij kunnen dan contact opnemen met de huisarts.

Bij de volgende medicijnen is de kans op deze bijwerking relatief groot. Deze mag u niet samen met fluoxetine gebruiken. Overleg met uw arts.

  • Dextromethorfan, een medicijn tegen hoest.
  • Selegiline en rasagiline, medicijnen tegen de ziekte van Parkinson en
    fenelzine, tranylcypromine en moclobemide, medicijnen tegen depressie. Ook als u al gestopt bent met fluoxetine duurt het een week voor u deze medicijnen veilig kunt gebruiken. Andersom duurt het twee weken voor u, na stoppen met deze medicijnen, met fluoxetine mag beginnen. Bij moclobemide kunt u al één dag na het stoppen met fluoxetine beginnen.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

naar boven

Vergeten

Het is belangrijk dat u dit medicijn consequent blijft slikken. Mocht u toch een dosis vergeten, neem deze dan alsnog in binnen 16 uur. Duurt het nog minder dan 8 uur voor u de volgende dosis hoort te nemen, sla de vergeten dosis dan over. Neem geen dubbele dosis in.

naar boven

Stoppen

Bouw bij voorkeur langzaam af over een periode van één tot twee weken. Na plotseling stoppen krijgen sommige mensen last van angst, duizeligheid, draaierigheid, hoofdpijn, misselijkheid en zweten. Deze verschijnselen treden vaak pas een week na plotseling stoppen op en zijn binnen drie weken over. Niet iedereen heeft veel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert. Als u er geen last van heeft kunt u sneller afbouwen. Vraag uw arts hierbij om advies.

Fluoxetine blijft nog wel enkele dagen tot weken in uw bloed. Houd daarmee rekening bij het gebruik van andere medicijnen die misschien niet samen kunnen.

Als u dit medicijn gebruikt tegen depressiviteit: wees erop bedacht dat het effect van fluoxetine pas na ongeveer zes weken maximaal is en dat u het medicijn daarna nog minstens zes maanden moet blijven gebruiken. Als u eerder stopt heeft u meer kans dat de depressie terugkomt.

Als u dit medicijn gebruikt tegen een depressie wordt vaak over een periode van enkele maanden afgebouwd om te voorkomen dat de verschijnselen van de depressie terugkomen.

Als u dit medicijn gebruikt tegen paniekstoornis of angstgevoelens moet u vaak over meerdere maanden afbouwen. Zo voorkomt u dat de klachten terugkomen.

naar boven

Merk en soorten

Fluoxetine is sinds 1986 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Prozac en het merkloze Fluoxetine in tabletten en capsules.

naar boven

Kies soort en sterkte. Vergelijk dan in het overzicht de bedragen.

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.