Wat is het
Venlafaxine lijkt op een groep medicijnen, de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. Venlafaxine verbetert de stemming en vermindert angsten.
Venlafaxine heeft ook een lichte invloed op norepinefrine (noradrenaline) en dopamine, twee andere natuurlijke stoffen met effect op de stemming.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoalseen sociale fobie, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij opvliegers tijdens de overgang.
naar boven
Gebruik
Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.
Hoe?
- Slik de capsules in hun geheel door. De capsules niet kauwen of fijnmaken, omdat ze dan al de venlafaxine gelijk afgeven. Ze zijn namelijk zo gemaakt dat de werkzame stof langzaam vrij komt, zodat ze langer werken.
- Ook tabletten waar 'retard' op staat (op de tablet zelf of op het doosje) niet kauwen of fijnmaken, want ook deze geven de werkzame stof langzaam vrij. Gewone tabletten kunt u eventueel wel kapotmaken.
Wanneer?
Verdeel uw doses zo goed mogelijk over de dag. Het beste kunt u het innemen bij het eten. Dan heeft u de minste kans op bijwerkingen op de maag. Als u dit medicijn één keer per dag inneemt kunt u dat het beste 's avonds doen, omdat u dan het minst last van de sufheid heeft.
Hoe lang?
- Depressiviteit. Als het medicijn na zes weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal zes maanden blijven gebruiken. Dan heeft u minder kans dat de depressiviteit terugkomt.
- Angstgevoelens en gespannenheid. Als het medicijn na zes weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal een half jaar tot een jaar blijven gebruiken.
- Sociale fobie. Als het medicijn na vier maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog een half jaar tot een jaar blijven gebruiken.
- Paniekstoornis. Als het medicijn na zes weken nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog een jaar blijven gebruiken.
- Posttraumatische stressstoornis. Als het medicijn na drie maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog minstens een jaar blijven gebruiken.
- Overgangsklachten. Als het medicijn na acht weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts.
Bespreek gedurende de hele behandeling alle veranderingen in uw gedrag of stemming steeds met uw arts. Het kan zijn dat u niet goed of onvoldoende op dit medicijn reageert, en misschien meer baat zult vinden bij een ander medicijn.
naar boven
Bijwerkingen
Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Bijwerkingen treden niet bij iedereen op, maar alleen bij personen die daar gevoelig voor zijn.
De meeste bijwerkingen zijn in de eerste week het meest uitgesproken en nemen daarna af of verdwijnen zelfs. Ze gaan weer over als u met het medicijn stopt.
De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.
Soms
-
Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, verstopping, verminderde eetlust, diarree en braken. Dit gaat meestal binnen enkele dagen over als u gewend bent geraakt aan het medicijn. U heeft minder last van deze bijwerkingen als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Ook kunt u de arts vragen een dosering voor te schrijven waarmee u langzamer opbouwt.
Heeft u ooit een maag- of darmzweer gehad of een andere ernstige maag- of darmaandoening, zoals een maag- of darmbloeding? U heeft dan meer kans op bijwerkingen op maag en darmen. Overleg met uw arts. Mogelijk schrijft uw arts behalve dit medicijn ook een maagbeschermend medicijn voor.
-
Hoofdpijn en zweten. Dit treedt vooral op aan het begin van de behandeling en wordt vanzelf minder. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
- Tijdelijke seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen, moeilijke erectie en een vertraagde zaadlozing. Deze bijwerkingen gaan over als u met het medicijn stopt. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.
Zelden
-
Sufheid, slaperigheid en een verminderd reactievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid erg nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van een proces op het werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten als u last heeft van deze bijwerkingen.
-
Slapeloosheid, vreemde dromen en nervositeit. Heeft u hier last van, en gebruikt u het een keer per dag? Neem het dan altijd 's ochtends in.
-
Droge mond. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
-
Wazig zien. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
-
Gewichtsverandering. Vraag uw huisarts om een verwijzing naar een diëtist als de gewichtsverandering te groot en ongewenst is.
-
Duizeligheid en flauwvallen, door een lagere bloeddruk. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt het beste even gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
-
Trillen of gapen.
-
Hartklachten, zoals een hoge bloeddruk of een verlaagde bloeddruk, hartkloppingen en een versnelde hartslag. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft. Zeer zelden hartritmestoornissen. Dit merkt u aan plotselinge duizeligheid of kortdurend buiten bewustzijn raken. Dit komt vooral voor bij mensen met een bepaalde hartritmestoornis, namelijk het aangeboren verlengde QT-interval. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft. Overleg met uw arts. Mogelijk kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven.
Zeer zelden
-
Moeilijk kunnen stilzitten en rusteloosheid. Vooral mensen met de ziekte van Parkinson kunnen hier meer last van krijgen. Raapleeg uw arts als dit gebeurt, mogelijk moet de dosering van venlafaxine verlaagd worden.
-
Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
-
Vaak moeten plassen en moeite om de urine op te houden (urine-incontinentie).
-
Haaruitval. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
-
Hallucinaties (dingen zien en horen die er niet werkelijk zijn). Raadpleeg dan uw arts.
- Sneller en langer bloeden bij een verwonding. Dit merkt u ook aan blauwe plekken en bloedneuzen. Raadpleeg uw arts als u daar veel last van heeft. Dit medicijn kan problemen geven bij bloedingen. Meld daarom uw arts dat u dit medicijn gebruikt wanneer u een operatie moet ondergaan.
- Mensen met epilepsie hebben kans op een toename van het aantal aanvallen. Overleg hierover met uw arts.
-
Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw bij deze klachten uw arts.
-
Stemmingsverandering, toename van depressieve gedachten, vijandige gevoelens naar zichzelf of anderen. Dit kan zich uiten in agressie, zelfverwonding of gedachten aan zelfmoord. Neem contact met uw arts op als depressieve gevoelens juist toenemen of verergeren. Jongeren onder de 18 jaar hebben meer kans op deze bijwerkingen. Artsen schrijven dit medicijn daarom meestal niet aan hen voor.
-
Huiduitslag, jeuk en galbulten. Raadpleeg in dat geval uw arts. Mogelijk is er sprake van een allergische reactie op het medicijn en moet u met het medicijn stoppen. In zeldzame gevallen ontstaat er bij allergie koorts, opgezwollen lippen, tong of gezicht of overgevoeligheid voor zonlicht. Stop dan meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. Bij allergie mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor venlafaxine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.
- Veranderingen in uw bloedglucosegehalte. Controleer daarom vaker uw bloedglucosegehalte als u diabetes heeft.
Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
naar boven
Verboden
autorijden?
Dit medicijn kan uw rijvaardigheid verminderen door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Als deze bij u optreden, heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.
Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.
Na verloop van tijd raken de meeste mensen gewend aan de bijwerkingen. Iedereen reageert echter anders. Rijd in elk geval niet als u last heeft van de bijwerkingen die de rijvaardigheid verminderen.
Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van de sterkte, de dosering, de duur van het gebruik en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.
Bij gebruik tot en met
2 keer per dag 75 mg
Bij de meeste mensen wordt de rijvaardigheid bij deze dosering niet beïnvloed. Ga niet rijden als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.
Bij gebruik van meer dan2 keer per dag 75 mg
Rijd geen auto totdat ugedurende een week dezelfde doseringgebruikt. Beoordeel daarnahoeveel last u heeft van bijwerkingen die de rijvaardigheid verminderen. Rijd nog niet als u er wel last van heeft.
Tips voor als u besluit te gaan autorijden
- Rijd niet als u onscherp ziet.
- Rijd niet als u zich suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was is als u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
- Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
- Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
- Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
- Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
alcohol?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan venlafaxine, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.
alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.
naar boven
Zwanger
Zwangerschap
Gebruik dit medicijn NIET tijdens de zwangerschap. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Meld het in elk geval aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Zo mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een ander medicijn.
Borstvoeding
Gebruik dit medicijn NIET als u borstvoeding geeft of stop de borstvoeding. Dit medicijn komt in de moedermelk. Het kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts u tijdelijk een ander medicijn voorschrijven, waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.
naar boven
Wisselwerking
Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.
De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.
- Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnenis vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld reactievermogen en coördinatievermogen versterken elkaar. Rijd geen auto als u naast paroxetine een ander medicijn gebruikt dat het reactievermogen beïnvloedt.
-
Ontstekingsremmende pijnstillers, zoals ibuprofen, diclofenac, acetylsalicylzuur en naproxen. Deze medicijnen kunnen bijwerkingen op de maag veroorzaken, zoals een maagbloeding. Gelijktijdig gebruik van venlafaxine vergroot de kans op deze bijwerkingen. Gebruik daarom liever paracetamol als pijnstiller. Die heeft dat nadeel niet. Wees extra alert als u toch venlafaxine samen met een ontstekingsremmende pijnstiller moet gebruiken, en raadpleeg uw arts bij maagklachten. Meestal adviseert de arts u een maagbeschermer te slikken om maagklachten te voorkomen. Overleg met uw arts of dat bij u nodig is.
-
De plastabletten chloortalidon, chloorthiazide, hydrochloorthiazide, epitizide en indapamide. Als u een van deze medicijnen samen met venlafaxine gebruikt, heeft u de eerste weken een verhoogde kans op een tekort aan natrium in het bloed. Dat kan vooral ontstaan door vochtverlies, zoals bij braken, diarree, koorts en hitte. U merkt dat aan plotselinge ernstige vermoeidheid, sufheid, slecht aanspreekbaar zijn, verminderde eetlust, braken en diarree. Waarschuw dan meteen uw arts.
- Atazanavir, darunavir, efavirenz, fosamprenavir, indinavir, lopinavir, nelfinavir, ritonavir, saquinavir, tipranavir, medicijnen tegen hiv en aids. Deze medicijnen remmen de afbraak van venlafaxine, waardoor u meer last kunt krijgen van de bijwerkingen van venlafaxine. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
Bij combinatie met de volgende medicijnen is er een kleine kans op een ernstige bijwerking, het serotoninesyndroom.
- De pijnstillers pethidine en tramadol, en het antibioticum linezolid. Overleg bij deze medicijnen met uw arts. Misschien kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven die dit risico niet heeft. Moet u de combinatie wel gebruiken, let dan op de verschijnselen, zoals trillen, beven, bewegingsdrang, spiertrekkingen, opgewondenheid, verwardheid, angst, koorts, zweten, versnelde hartslag en een verminderd bewustzijn. Er is bij deze verschijnselen niet altijd sprake van het serotoninesyndroom. Sommige van deze bijwerkingen kunnen ook bij uw ziekte horen of vanzelf weer weg gaan. Raadpleeg bij twijfel wel uw arts, omdat het een ernstige bijwerking is. Vertel ook aan mensen uit uw naaste omgeving over deze bijwerkingen, omdat u ze door de verwardheid en het verminderde bewustzijn mogelijk niet altijd merkt. Zij kunnen dan contact opnemen met de huisarts.
Bij de volgende medicijnen is de kans op deze bijwerking relatief groot. Deze mag u niet samen met venlafaxin gebruiken. Overleg met uw arts.
-
Selegiline en rasagiline, medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en
fenelzine, tranylcypromine en moclobemide, medicijnen tegen depressie. Ook als u al bent gestopt met venlafaxine, duurt het een week voor u deze medicijnen veilig kunt gebruiken. Andersom duurt het twee weken voor u, na stoppen met deze medicijnen, met venlafaxine mag beginnen. Bij moclobemide kunt u wel direct na het stoppen met venlafaxine beginnen.
Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.
naar boven
Vergeten
Het is belangrijk dat u dit medicijn consequent blijft slikken. Mocht u toch een dosis vergeten:
- als u dit medicijn één keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan acht uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan acht uur? Sla de vergeten dosis dan over.
- Als u dit medicijn twee keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan vier uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan vier uur? Sla de vergeten dosis dan over.
- Als u dit medicijn drie keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan twee uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan twee uur? Sla de vergeten dosis dan over.
naar boven
Stoppen
Bouw bij voorkeur langzaam af over een periode van minstens twee weken. Na plotseling stoppen krijgen sommige mensen last van angst, slapeloosheid, onrust, duizeligheid, hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, vermindering van eetlust en zweten. Deze verschijnselen treden vaak pas één tot vier dagen na plotseling stoppen op en zijn na twee weken meestal over.
Niet iedereen heeft evenveel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert. Als u er geen last van heeft kunt u misschien sneller afbouwen. Vraag uw arts of apotheker hierbij om advies.
Als u dit medicijn gebruikt tegen een depressiviteit: wees erop bedacht dat het effect van venlafaxine pas na een aantal weken maximaal is en dat het medicijn daarna nog minstens zes maanden moet blijven gebruiken. Als u eerder stopt, heeft u meer kans dat de depressie terugkomt.
naar boven
Merk en soorten
Venlafaxine is sinds 1993 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Efexor en als het merkloze Venlafaxine in capsules en tabletten.
naar boven