Zypadhera (olanzapine)

Wat is het

Olanzapine is een antipsychoticum van de tweede generatie. Het remt in de hersenen de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk van dopamine en serotonine. Hierdoor verminderen psychosen, hevige onrust en bepaalde ongestuurde spierbewegingen.

Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, tics, posttraumatische stressstoornis en ernstige misselijkheid.

naar boven

Gebruik

Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

Hoe?

  • Gewone tabletten: innemen met een half glas water of met een andere drank.
  • Smelttabletten (‘Velotab'): in de mond laten smelten en dan doorslikken. Eventueel kunt u het smelttablet ook eerst in een glas water of een andere drank (bijvoorbeeld melk, kofiie, appelsap of sinaasappelsap) uiteen laten vallen en dan opdrinken.
  • Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige in een bilspier toedienen.
Hoe lang?

Schizofrenie
Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken om een nieuwe psychose te voorkomen. De arts zal de dosering in die periode meestal verlagen.
  • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal gedurende 2 jaar gebruiken voor u kunt proberen te stoppen.
  • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan hanteert de arts meestal een periode van 5 jaar.

Manie
Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van olanzapine langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met olanzapine, om een nieuwe manie te voorkomen.

Onrust
Olanzapine wordt meestal gedurende meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, aggressiviteit of angst, zoals mensen met dementie, verstandelijk gehandicapten en mensen met autisme.

Tics
Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.

Posttraumatische stressstoornis
Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal langere tijd blijven gebruiken.

Ernstige misselijkheid
Zolang u hier last van heeft.

naar boven

Bijwerkingen

Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Lang niet iedereen ervaart bijwerkingen en niet iedereen krijgt dezelfde. Dit is afhankelijk van uw eigen gevoeligheid voor elke specifieke bijwerking.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig

  • Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Omdat de gewichtstoename onder andere komt door een toename van de eetlust, is het belangrijk minder te eten dan u zou lusten. Dat is voor veel mensen erg moeilijk. Raadpleeg daarom uw arts of een diëtist als u inderdaad aankomt. Zij kunnen u helpen hiermee om te gaan.
Soms
  • Sufheid, slaperigheid, moeite om de ogen scherp te stellen, nachtblindheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
  • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
  • Minder zin in seks, en moeilijker krijgen van een erectie of orgasme. Deze bijwerking kan ook optreden bij verhoging van de dosering.
  • Bij vrouwen onregelmatige menstruatie of wegblijven van de menstruatie. Pijnlijke borsten of melkafscheiding uit de borsten. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft. Als het optreedt, is dat meestal aan het begin van het gebruik of na een verhoging van de dosering.
Zelden
  • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Mensen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
  • Hartkloppingen of onregelmatige hartslag. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Dit is vooral van belang voor mensen met hartfalen, u kunt meer last krijgen van uw aandoening. Raadpleeg uw arts als u last heeft van hartkloppingen.
  • Plasproblemen, door minder controle over de spieren van de blaas. Daardoor kunt u last krijgen van ongewild urineverlies, maar ook moeite krijgen met plassen of om de blaas helemaal leeg te maken. Deze klachten verergeren bij een vergrote prostaat. Door achterblijven van urine in de blaas heeft u ook meer kans op blaasontsteking. Neem contact op met uw arts als u als u problemen krijgt met plassen. De klachten gaan meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.
  • Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid, plotselinge spiertrekkingen en spierstijfheid. Dit kan zich uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens (akathisie), spiertrekkingen in hoofd of gezicht (acute dystonie), trillen, stijve spieren, waardoor u moeite heeft met bewegen, lopen of spreken (parkinsonisme). Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Meestal zal de arts een ander medicijn voorschrijven.
    Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan. Late bewegingsstoornissen (tardieve dyskinesie) komen zeer zelden voor. Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Neem contact op met uw arts zodra u dit merkt. Tardieve dyskinesie kan zich ook uiten in buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken Deze bijwerkingen kunnen soms pas aan het licht komen als u met dit medicijn bent gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
  • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten. Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Deze klachten gaan meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.
  • Droge ogen en wazig zien, doordat u minder traanvocht aanmaakt. Vooral mensen met contactlenzen hebben hier snel last van. Het gaat meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn. Neem contact op met uw arts als de klachten blijven of als u veel last heeft van oogirritatie. Mogelijk is een ander antipsychoticum geschikter. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere mond en ogen droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen.
  • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel. Het gaat meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.
  • Vocht vasthouden (oedeem), vooral in handen en voeten.
  • Vermoeidheid en slapte.
  • Te veel glucose (suiker) in het bloed. Raadpleeg uw arts als u ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen. Als u diabetes heeft, is het belangrijk vaker uw bloedglucose te controleren, omdat dit medicijn de hoeveelheid glucose in het bloed kan verhogen.
  • Toename van het cholesterol in het bloed. Dit is vooral van belang voor mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten of diabetes (suikerziekte). Zij moeten hier extra op worden gecontroleerd. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
  • Huiduitslag en jeuk. Dit kan komen door overgevoeligheid voor olanzapine, maar dat hoeft niet.
Zeer zelden
  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.
  • Een verhoogde kans op infecties, door een tekort aan witte bloedcellen. De kans hierop is het grootst in de eerste drie maanden van de behandeling. Uw arts zal meestal uw bloed controleren op eventuele afwijkingen. Als u ineens onverklaarbare koorts of keelpijn krijgt, moet u direct contact opnemen met uw arts.
  • Een verhoogde kans op bloedingen, door minder aanmaak van bloedplaatjes. Neem contact op met uw arts als u merkt dat u vaker bloedneuzen of blauwe plekken heeft.
  • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.
  • Bij mensen met epilepsie kan een aanval worden uitgelokt. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
  • Overgevoeligheid voor olanzapine. U kunt dan huiduitslag, galbulten of jeuk krijgen. Dit kan ook ontstaan onder invloed van zonlicht of UV-licht van de zonnebank. In zeer zeldzamen gevallen kan 'angio-oedeem' optreden: een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als het ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. Stop bij allergische reacties meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. U mag dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor olanzapine. Het apotheekteam kan er op letten dat u het medicijn niet opnieuw krijgt.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingpatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum voor u geschikter.

naar boven

Verboden

autorijden?
Dit medicijn vermindert de rijvaardigheid door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Hierdoor heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.

Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.
Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van uw aandoening, de duur van het gebruik en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.

Bij gebruik voor psychiatrische aandoeningen: mensen met deze aandoeningen mogen vaak niet autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is.
Als u ondanks uw aandoening toch mag autorijden, kunt u hieronder het advies voor dit medicijn vinden.

Rijd geen auto totdat u gedurende vier dagen dezelfde dosering gebruikt. Beoordeel daarna hoeveel last u van de bijwerkingen heeft.
Iedereen reageert echter anders. Rijd nog niet als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.

Bent u door dit medicijn wel suf of slaperig en gebruikt u het één keer per dag? Neem het dan voor u gaat slapen in, zodat u er overdag minder last van heeft.

Tips voor als u weer gaat autorijden

  • Rijd niet als u onscherp ziet.
  • Rijd niet als u suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was, ia sl u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
  • Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
  • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
  • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
  • Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
alcohol drinken?


alles eten?

naar boven

Zwanger

Zwangerschap
Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.

Als u dit medicijn gebruikt en u denkt erover zwanger te worden, overleg dan met uw arts. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

Borstvoeding
Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn gebruikt. Het komt in de moedermelk en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

naar boven

Wisselwerking

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u twee of meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
  • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en olanzapine verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
    Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.
  • Fluvoxamine, een medicijn tegen depressie. De hoeveelheid olanzapine in het bloed kan stijgen, waardoor de werking en de bijwerkingen sterker worden. Overleg hierover met uw arts.
  • Ritonavir een medicijn gebruikt bij hiv-infectie. De hoeveelheid olanzapine in het bloed kan door ritonavir dalen. Hierdoor werkt olanzapine minder goed. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.

naar boven

Vergeten

Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn

U gebruikt dit medicijn 1 keer per dag: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten dosis dan over.

naar boven

Stoppen

  • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
  • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van meerdere weken tot maanden. Als u geleidelijk afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels. Zorg er ook voor dat u de voortekenen voor een nieuwe psychose kunt herkennen, zodat u onmiddellijk aan de bel kunt trekken als het toch mis dreigt te gaan.
  • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas één tot vier dagen na plotseling stoppen op en zijn na twee weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwennings-verschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
  • Ook nadat u bent gestopt kunnen de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.

naar boven

Merk en soorten

Olanzapine is sinds 1996 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in tabletten, smelttabletten en injecties onder de merknamen Zypadhera en Zyprexa en als het merkloze Olanzapine.

naar boven

Kies soort en sterkte. Vergelijk dan in het overzicht de bedragen.

Vergelijkbare medicijnen

Medicijnen met dezelfde werkzame stof hebben dezelfde werking. Medicijnen met een andere werkzame stof kunnen een ander effect hebben.

Zelfde werkzame stof

Medicijnen met dezelfde werkzame stof worden onder verschillende merken verkocht.

Andere werkzame stof

Raadpleeg altijd huisarts of apotheker als u van medicijn wilt veranderen!

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.