De meeste bot-, spier- en gewrichtsproblemen bij kinderen vallen uiteen in twee grote categorieën: problemen die bij de geboorte al aanwezig zijn en problemen die te maken hebben met de veranderingen tijdens de groeispurt in de puberteit. Hoe vroeger deze aandoeningen worden behandeld, des te groter is de kans op herstel en des te kleiner de kans op complicaties.
Dit hoofdstuk begint met drie aandoeningen die bij de geboorte al aanwezig kunnen zijn: aangeboren heupdysplasie, een klompvoet en achondroplasie, dat door een afwijkend gen wordt veroorzaakt. Daarna volgen aandoeningen die later in de kinderjaren en rond de puberteit kunnen optreden, zoals de ziekte van Perthes, epifysiolyse van de heupkop en de ziekte van Osgood-Schlatter. Ook minder ernstige problemen aan voeten en benen, zoals platvoeten en O-benen, komen aan bod, die vaak bij de normale ontwikkeling horen. Dan volgt de gewrichtsontsteking juveniele chronische artritis. Aandoeningen waar ook volwassenen aan kunnen lijden, worden elders behandeld (Het bewegingsapparaat).

- Bot
- Spier
- Gewricht
- Pees
Zie Het bewegingsapparaat voor meer informatie over de structuur en werking van het spier-/botstelsel.