Aandoeningen van voortplantingsorganen en urinewegen bij kinderen zijn vrijwel altijd het gevolg van een abnormale ontwikkeling van de foetus. Abnormale aanleg van urinewegen leidt gemakkelijk tot urineweginfecties. De aandoeningen moeten snel worden behandeld om nierbeschadiging te voorkomen.
Als eerste zullen twee aandoeningen bij jongens worden besproken, namelijk hypospadie en de niet-ingedaalde teelbal – aandoeningen die bij de geboorte al aanwezig zijn. Bij hypospadie zit de opening van de urinebuis aan de onderkant van de penis, en niet aan het uiteinde. Niet-ingedaalde testikels zijn teelballen die niet in het scrotum zijn ingedaald.
Hierna worden urineweginfecties besproken. Deze komen relatief meer voor bij meisjes. Urineweginfecties bij kinderen dienen snel te worden behandeld, omdat de nieren beschadigd kunnen raken als de infectie recidiveert. Hierna volgt bedplassen. Bedplassen is normaal in de eerste levensjaren, maar wordt na het zesde jaar als afwijkend beschouwd.
Het hoofdstuk eindigt met de Wilms-tumor, een vorm van nierkanker die vaak met goed resultaat wordt behandeld.

- Nier
- Urineleider
- Eierstok
- Vagina
- Urinebuis
- Blaas
- Baarmoeder

- Nier
- Urineleider
- Blaas
- Prostaat
- Penis
- Testis
- Urinebuis
Zie Nieren en urinewegen, 716-717 en 730-733 voor meer informatie over urinewegen en de voortplantingsorganen.