Het belangrijkste principe in de eerstehulpverlening is het ABC van reanimatie: Airway (luchtweg), Breathing (ademhaling) en Circulation (bloedcirculatie). Het ABC is een procedure voor het vaststellen of een slachtoffer hulp nodig heeft, en moet altijd eerst gevolgd worden. De luchtweg moet vrij zijn, het slachtoffer moet ademhalen en de hartslag moet worden gevoeld om te zien of de bloedsomloop nog aanwezig is. Als er geen ademhaling is, moet direct met mond-op-mondbeademing worden begonnen. Als er geen hartslag is, moet onmiddellijk met hartmassage worden begonnen.
Om de luchtweg vrij te maken plaatst u één hand op het voorhoofd van het slachtoffer en twee vingers onder de kin. Kantel het hoofd achterover door op het voorhoofd te duwen en til de kin iets op. Breng het hoofd van een kind tot een jaar echter in neutrale positie. Gebruik bij een kind één vinger op de kin.

- Plaats twee vingers onder de kin
Controleer de ademhaling: kijk of de borst beweegt, voel door beide handen op de borstkas te plaatsen, luister of er ademhaling is of probeer deze te voelen door uw wang bij de mond van het slachtoffer te houden. Als er geen ademhaling is, geef dan twee langzame mond-op-mondademhalingen (Mond-op-mondbeademing bij volwassenen en kinderen).

- Kijk of de borst beweegt door ademhaling
De bloedsomloop kan bij een volwassene of een kind worden vastgesteld door vijf tot tien seconden de halsslagader te voelen. Duw daarvoor twee vingers lichtjes tussen de luchtpijp en de grote halsspier. Voel bij een baby de armslagader met twee vingers aan de binnenkant van de bovenarm. Als er geen hartslag is en er geen tekenen van verbetering zijn, pas dan hartmassage (Cardiopulmonaire reanimatie (volwassenen)) toe.

- Verstrengel vingers
- Houdt armen recht
- Druk handen recht naar beneden