U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

ADHD

Medische encyclopedie

Attention deficit hyperactivity disorder: een gedragsstoornis waarbij het kind voortdurend veel te actief is en/of zich moeilijk kan concentreren

ADHD is een veel voorkomende aandoening; in de VS wordt de diagnose zelfs bij één op de twintig kinderen gesteld. De aandoening komt vaker voor bij jongens en mag niet verward worden met het normale leeftijdsafhankelijke drukke gedrag van een gezond kind. Kinderen met ADHD vertonen over een langer tijdsbestek voortdurend een abnormaal gedragspatroon. Het kind kan rusteloos zijn, is niet in staat langer dan een paar tellen stil te zitten, let niet op en is impulsief. De oorzaken van ADHD zijn niet geheel bekend. De aandoening komt vaak bij meer familieleden voor, wat een erfelijke factor doet vermoeden. ADHD is niet, zoals men wel eens hoort, een gevolg van slechte opvoeding of kindermishandeling.

De symptomen

De symptomen van ADHD beginnen al vroeg, meestal als het kind drie tot zeven jaar oud is. Deze kunnen zijn:

  • geen taak kunnen afmaken;
  • korte aandachtsspanne en niet in staat zich in de klas te concentreren;
  • moeite met het opvolgen van instructies;
  • de neiging te veel te praten en anderen voortdurend te onderbreken;
  • moeilijk (op de beurt) kunnen wachten;
  • niet in staat rustig alleen te spelen;
  • lichamelijk impulsief zijn.

Kinderen met ADHD kunnen moeilijker vriendschap sluiten. Ze hebben meestal een lage eigendunk doordat ze vaak een standje krijgen en worden bekritiseerd.

Wat kunt u doen?

De arts zal het kind van wie hij vermoedt dat het ADHD heeft soms naar een kinderpsycholoog of -psychiater, een kinderarts of kinderneuroloog verwijzen. De diagnose wordt gesteld na gesprekken met de ouders en na het kind geobserveerd te hebben. Vaak worden vragenlijsten gebruikt. Bij kinderen die nog niet in de schoolgaande leeftijd zijn, is ADHD moeilijk vast te stellen. De ouders spelen een cruciale rol bij de behandeling; zij worden meestal getraind in technieken om het gedrag van hun kind te verbeteren. Deze technieken zijn gebaseerd op belonen van goed gedrag in plaats van bekritiseren van onaangepast gedrag. Deze kinderen hebben baat bij onderwijs in kleine groepen.

In sommige gevallen zal de arts medicijnen voorschrijven die de concentratie verhogen (zie Stimulerende middelen voor het centraal zenuwstelsel).

Bij de meeste kinderen zet de aandoening gedurende de hele adolescentieperiode door, hoewel de gedragsproblemen bij oudere kinderen minder kunnen worden. Een kleine groep krijgt later een conduct disorder, waarbij het kind aanhoudend asociaal en onaangepast gedrag zal blijven vertonen.

Risicofactoren

Leeftijd
Komt meestal in de eerste levensjaren al tot ontwikkeling
Zit vaak in de familie
Geen factor van betekenis
Geslacht
Komt vaker voor bij jongens
Erfelijkheid
Zit vaak in de familie
Leefwijze
Geen factor van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: