Hiv-infectie en aids

Medische encyclopedie

Seropositiviteit; chronische infectie die, als behandeling uitblijft, de immuniteit aantast en andere infecties mogelijk maakt

Over weinig ziekten is in de afgelopen twintig jaar zo veel geschreven als over besmetting met het humaan immunodeficiëntievirus (hiv), dat in veel gevallen leidt tot aids (afkorting van het Engelse begrip acquired immunodeficiency syndrome). Het is een gevreesde infectieziekte waarvoor wel antivirale middelen beschikbaar zijn, maar geen vaccin waarmee infectie kan worden voorkomen. Wereldwijd neemt het aantal mensen met een hiv-infectie nog steeds toe.

Waarschijnlijk is hiv afkomstig uit Afrika, waar een vergelijkbaar virus voorkomt bij sommige apen. Het virus zou verspreid zijn nadat mensen waren gebeten door dieren, en vervolgens van mens op mens zijn overgebracht. De eerste duidelijke gevallen van aids deden zich in de VS voor in 1981, toen relatief veel jonge homoseksuele mannen ongebruikelijke vormen van longontsteking en huidkanker kregen. Twee jaar later wist men het virus te isoleren en kreeg het de naam hiv.

Hiv infecteert en vernietigt cellen van het immuunsysteem, zodat de afweer tegen infecties en kanker afneemt. Mensen die met hiv zijn besmet, kunnen jarenlang vrij blijven van klachten.

Als het immuunsysteem ernstig verzwakt is, spreekt men van aids. Een aidspatiënt krijgt ernstige infecties, veroorzaakt door organismen die bij gezonde mensen meestal onschuldig zijn, en heeft een grotere kans op bepaalde vormen van kanker.

Risicogroepen

Eind 2005 waren wereldwijd ongeveer veertig miljoen mensen besmet met hiv. In Nederland wordt het aantal hiv-seropositieve mensen per half 2005 geschat op 16.000 tot 24.000. Men vermoedt dat wereldwijd ongeveer 45 miljoen mensen besmet zijn en dat 90 procent van hen zich daarvan niet bewust is. Door de ontwikkeling van medicijnen is sinds 1995 het aantal dodelijke slachtoffers in de ontwikkelde landen drastisch gedaald, hoewel in de VS de ziekte nog steeds een belangrijke doodsoorzaak is bij jonge mensen. In de ontwikkelingslanden, waar de meeste besmette mensen leven, is het probleem veel groter, omdat de medicijnen daar niet beschikbaar en/of te duur zijn en omdat daar onvoldoende preventiemaatregelen, zoals veilig vrijen met condooms, worden genomen.

Besmetting

Hiv wordt overgebracht via lichaamsvocht zoals bloed, sperma, vaginaal slijm, speeksel en moedermelk. Meestal wordt het virus overgebracht door seksueel contact (vaginaal, anaal en oraal). Mensen die al een andere seksueel overdraagbare ziekte hebben, lopen een groter risico.

Het risico op besmetting met hiv is ook groter bij mensen die intraveneus drugs gebruiken en geen steriele naalden gebruiken. Gezondheidswerkers lopen een verhoogd risico door besmette naalden en contact met lichaamsvocht van patiënten.

Een besmette vrouw kan de infectie overbrengen op het kind, ongeboren kind of tijdens de bevalling (zie Aangeboren infecties), of door borstvoeding te geven. Verder kan het virus worden overgebracht door orgaantransplantatie en bloedtransfusies. In de ontwikkelde landen worden bloed, organen en weefsels tegenwoordig op de aanwezigheid van het virus getest. Hiv kan niet worden overgebracht door dagelijkse contacten zoals handen schudden en ook niet door hoesten of niezen, zodat u geen gevaar loopt als een van uw vrienden of collega’s besmet is.

Humaan immunodeficiëntievirus (hiv)
Deze vergroting van een deel van het oppervlak van een witte bloedcel, de CD4-lymfocyt, laat pasgevormde aidsvirussen (hiv)zien die uit het celoppervlak stulpen.
Humaan immunodeficiëntievirus (hiv)
  1. Celoppervlak
  2. Nieuwe virussen

De oorzaak

Hiv komt in de bloedbaan en infecteert witte bloedcellen (lymfocyten) met een speciale structuur op het celoppervlak die de CD4-receptor wordt genoemd. De CD4-lymfocyt is een witte bloedcel die een belangrijke rol speelt bij de bestrijding van infecties. De cellen worden vernietigd doordat het virus zich daarin vermenigvuldigt.

In het begin kan het immuunsysteem nog normaal functioneren en het kan jaren duren voordat zich klachten voordoen. Als de infectie niet wordt behandeld, neemt het aantal CD4-cellen echter af, zodat de weerstand afneemt en de patiënt gevoeliger wordt voor andere infecties en kanker.

De symptomen

De eerste klachten doen zich meestal binnen zes weken na de besmetting met hiv voor. Sommige mensen krijgen griepachtige verschijnselen met een of meer van de volgende symptomen:

  • opgezette lymfklieren;
  • koorts;
  • vermoeidheid;
  • huiduitslag;
  • spierpijn;
  • keelpijn.

Na een paar weken zijn deze symptomen verdwenen en voelt de patiënt zich volkomen gezond. Sommige mensen krijgen echter de volgende verschijnselen:

Het kan vele jaren duren voordat iemand die besmet is met hiv, daadwerkelijk aids krijgt. Dit verschilt per individu. Veel mensen zijn zich er jarenlang niet van bewust dat ze besmet zijn, totdat ze een ernstige infectie of kanker krijgen die kenmerkend is voor de ziekte.

Complicaties

De enige complicatie van besmetting met hiv is aids. Iemand die met hiv besmet is, heeft medisch gezien aids als het aantal CD4-lymfocyten tot onder een bepaald niveau is gedaald of als de patiënt een van de voor aids kenmerkende ziekten krijgt. Hiertoe behoren opportunistische infecties (die alleen voorkomen bij mensen met verminderde weerstand), sommige vormen van kanker en aandoeningen van het zenuwstelsel die leiden tot dementie, verwardheid, gedragsveranderingen en geheugenverlies.

Opportunistische infecties

Deze infecties worden veroorzaakt door protozoën, schimmels, bacteriën of virussen en zijn vaak levensbedreigend. Hiertoe behoren een ernstige longinfectie, veroorzaakt door de gist Pneumocystis jiroveci, de protozoaire aandoeningen cryptosporidiose, die leidt tot langdurige diarree, en toxoplasmose, die de hersenen aantast.

Candida albicans is een schimmel die bij gezonde mensen milde oppervlakkige infecties veroorzaakt, maar bij mensen met aids veel ernstiger is (zie Candidiasis). De schimmel Cryptococcus neoformans (zie Ongewone schimmelinfecties) kan hersenvliesontsteking (zie Meningitis, Meningitis/ hersenvliesontsteking) en longontsteking veroorzaken.

Mensen met aids lijden aan ernstige bacteriële en virale infecties. Tot de bacteriële infecties behoren tuberculose, een op tuberculose gelijkende infectie met Mycobacterium avium en heel soms listeriose, zicht uitend in bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking. Tot de virusinfecties behoren verschillende vormen van herpes. Herpes simplex kan meningitis en virale hersenontsteking veroorzaken. Infectie met het cytomegalovirus kan ernstige aandoeningen veroorzaken, waaronder longontsteking, virale encefalitis en een oogontsteking die leidt tot blindheid. Mensen met aids zijn echter niet gevoeliger voor gewone infecties, zoals verkoudheid.

Kanker

De vorm van kanker die aidspatiënten het meest treft, is het sarcoom van Kaposi, een huidkanker die ook het slijmvlies van de mond en de inwendige organen kan aantasten, vooral de longen. Andere vormen van kanker die veel voorkomen bij aidspatiënten, zijn het kwaadaardig lymfoom, zoals het non-Hodgkin-lymfoom. Vrouwen die met hiv zijn besmet, krijgen vaker baarmoederhalskanker.

De diagnose

Als u denkt dat u met hiv besmet kunt zijn, kunt u uw bloed laten onderzoeken op aanwezigheid van antistoffen tegen het virus. Dit onderzoek wordt ook gedaan als iemand klachten heeft die wijzen op besmetting met hiv en maakt deel uit van de prenatale zorg. Dit onderzoek wordt uitsluitend gedaan met instemming van de betrokkene, die zowel voor als na het onderzoek psychische begeleiding krijgt.

Als de uitslag negatief is, kan men het advies krijgen drie maanden later nogmaals bloedonderzoek te laten doen, omdat het enige tijd duurt voordat de antistoffen zich ontwikkelen. Bij baby’s is hiv-infectie op deze manier moeilijk vast te stellen, omdat de antistoffen uit het lichaam van de moeder nog zeker een halfjaar in het lichaam van het kind aanwezig blijven. Daarom wordt gekeken naar de aanwezigheid van viraal RNA bij het kind.

De behandeling

Als de uitslag van het hiv-onderzoek positief is, wordt u doorverwezen naar een gespecialiseerd centrum waar men u onderzoekt, behandelt en advies geeft. Er is geen genezende behandeling. Wel is het, dankzij de toepassing van een combinatie van speciale medicijnen die de vermenigvuldiging van hiv afremmen, dikwijls mogelijk te voorkomen dat een hiv-infectie zich ontwikkelt tot aids en de virusinfectie zo ver te onderdrukken dat zich geen infecties meer voordoen (zie Middelen bij seropositiviteit en aids).

Wanneer zich eenmaal aids heeft ontwikkeld, worden opportunistische infecties behandeld zodra ze zich voordoen. Ook is een preventieve behandeling tegen een aantal van de gebruikelijkste infecties mogelijk. Psychische steun en praktische adviezen worden gegeven door de vele ondersteuningsgroepen en organisaties die aidspatiënten bijstaan.

De prognose

Een hiv-infectie is niet te genezen, maar met de medicijnen waarover men in de ontwikkelde landen beschikt, is het mogelijk de ziekte eerder als een langdurige chronische aandoening dan als een snelle dodelijke ziekte te beschouwen. In de twee jaar na de introductie van de combinatietherapie met antivirusmiddelen in 1995, is in Nederland en België het aantal sterfgevallen door aids drastisch gedaald. De meeste mensen met hiv leven echter in een ontwikkelingsland, en voor hen is de prognose somber, omdat ze maar zelden over de benodigde medicijnen kunnen beschikken. Van de besmette mensen die niet worden behandeld, krijgt de helft binnen tien jaar aids en sterft.

Is het te voorkomen?

Infectie met hiv is te voorkomen door mensen vanaf de kinderleeftijd voor te lichten over de risico’s. De voornaamste voorzorgsmaatregelen die iedereen kan nemen om besmetting via seksueel contact te voorkomen, is het gebruik van condooms tijdens de gemeenschap en het vermijden van seks met wisselende partners. Bepaalde groepen moeten bijzondere maatregelen nemen. Wie intraveneus drugs gebruikt, moet telkens een nieuwe steriele naald gebruiken.

Mensen met hiv moeten voorkomen dat ze andere mensen besmetten door hen niet in contact te laten komen met hun lichaamsvocht. Wie seropositief is en zwanger, kan een antivirusmiddel gebruiken om te voorkomen dat het ongeboren kind wordt besmet. Bevallen via een keizersnede (Keizersnede (behandeling)) en afzien van borstvoeding beperken de risico’s verder.

Mensen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg, doen hun uiterste best om overbrenging van de ziekte tegen te gaan door alle bloedproducten, weefsels en organen voor transplantatie zorgvuldig te onderzoeken en wegwerpmateriaal en/of goed gesteriliseerde instrumenten te gebruiken.

Er wordt uitvoerig onderzoek gedaan naar een vaccin tegen hiv en middelen om het ontstaan van aids tegen te gaan. Hoe optimistisch de onderzoekers echter ook zijn, er zullen wereldwijd nog miljoenen mensen sterven voordat een betaalbaar en voor iedereen verkrijgbaar geneesmiddel is ontwikkeld.

Het grote probleem bij hiv is dat het virus snel ongevoelig wordt voor de toegepaste anti-hiv-middelen. De combinatietherapie gaat dat tegen. De middelen moeten wel heel zorgvuldig worden ingenomen.

Risicofactoren

Leefwijze
Intraveneus drugsgebruik en onbeschermd seksueel contact met wisselende partners zijn risicofactoren
Geen factoren van betekenis
Geen factoren van betekenis
Leeftijd
Geen factoren van betekenis
Geslacht
Geen factoren van betekenis
Erfelijkheid
Geen factoren van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.