A Een groot aantal geneesmiddelen tegen seropositiviteit voor hiv en de gevolgen daarvan
- didanosine (ddI)
- lamivudine (ddI)
- nevirapine
- stavudine
- zalcitabine (ddC)
- zidovudine (azt)
- indinavir
- nelfinavir
- ritonavir
- saquinavir
Door de recente vooruitgang in de behandelingsmogelijkheden met geneesmiddelen tegen seropositiviteit en aids (Hiv-infectie en aids) zijn er voor patiënten betere vooruitzichten in de zin dat het ontwikkelen van de ziekte kan wordt afgeremd, waardoor de kwaliteit van leven verbetert.
Het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) infecteert en vernietigt de witte bloedcellen van het immuunsysteem, die we cd4-lymfocyten noemen. Deze cellen dragen normaal gesproken bij aan het bestrijden van infecties. Mensen die seropositief zijn voor hiv, kunnen jarenlang klachtenvrij zijn, of alleen regelmatig een lichte infectieziekte hebben. Als het functioneren van het immuunsysteem ernstig aangetast is, zeggen we dat de patiënt aids heeft ontwikkeld (acquired immunodeficiency syndrome). De diagnose aids wordt gesteld wanneer het aantal cd4-lymfocyten onder een bepaalde waarde komt of wanneer één van de specifieke ziektebeelden voor aids ontstaat. Onder die ziektebeelden, aidsgerelateerde ziekten genaamd, valt een aantal ernstige infecties, zoals Pneumocystis carinii-pneumonie of pcp (Pneumocystose), toxoplasmose (Toxoplasmose) en bepaalde vormen van kanker, waaronder het Kaposi-sarcoom (Kaposi-sarcoom) en het non-Hodgkin-lymfoom (Maligne lymfoom).
Met de middelen die op dit moment worden gebruikt bij seropositiviteit voor hiv, is het mogelijk geworden de hoeveelheid van het virus in het bloed laag te houden, soms zelfs tot niet-meetbare waarden, zodat het immuunsysteem voldoende opknapt om infecties weer effectief te bestrijden. Volgens experts zijn de middelen voldoende werkzaam om bij een deel van de seropositieve patiënten het ontwikkelen van aids geheel te voorkomen. De resultaten die daarop wijzen, zijn tot nu toe bemoedigend. Bij veel mensen die de nieuwe middelen gebruiken, is de gezondheidstoestand drastisch verbeterd.
Aangenomen wordt dat iedereen die seropositief is of al aids heeft ontwikkeld, baat heeft bij behandeling met antiretrovirale middelen, al zijn de deskundigen verdeeld over het beste moment om daarmee te beginnen. Op dit moment wordt de behandeling aanbevolen bij mensen die korte tijd geleden in contact zijn gekomen met het virus en eerste tekenen van infectie vertonen, mensen met een sterke daling van het aantal cd4-lymfocyten of een sterk stijgend virusgehalte in het bloed, en mensen met een aidsgerelateerde ziekte. In het algemeen is het zo dat de kans om het ziekteproces te beïnvloeden groter wordt naarmate de behandeling eerder is ingezet. Mensen die echter seropositief zijn maar nog geen symptomen ondervinden, kunnen besluiten de behandeling uit te stellen vanwege de ernstige bijwerkingen van de geneesmiddelen.
Behandeling met antiretrovirale middelen wordt ook aanbevolen aan mensen die onlangs in contact zijn geweest met besmet bloed of andere lichaamsvloeistoffen. Als na de blootstelling binnen 48 uur wordt gestart met de behandeling, kan dat het infectierisico verlagen.
Er zijn twee hoofdgroepen in de antiretrovirale middelen tegen seropositiviteit en aids: reverse-transcriptaseremmers en proteaseremmers. Hun werking is gebaseerd op het blokkeren van het vermenigvuldigingsproces van het virus zonder verregaande schade te berokkenen aan de lichaamscellen waarin het virus is binnengedrongen. Reverse-transcriptaseremmers, zoals zidovudine (azt), veranderen ofwel het genetisch materiaal van de geïnfecteerde cel dat het virus nodig heeft om zich te vermeerderen, ofwel het genetisch materiaal van het virus zelf. Proteaseremmers, zoals ritonavir, verhinderen de productie van virale eiwitten die bij de vermenigvuldiging nodig zijn.
Naarmate onze kennis over het hiv-virus groter wordt, verandert de behandeling van seropositiviteit en aids in snel tempo. Op dit moment wordt meestal een combinatie van antiretrovirale middelen gebruikt, teneinde het virus effectiever te vernietigen en het ontwikkelen van resistente hiv-stammen te voorkomen. De middelen moeten oraal worden ingenomen en vaak moet de patiënt meerdere tabletten meermalen per dag nemen. Regelmatig innemen is van belang voor het voorkómen van de ontwikkeling van resistentie door het hiv-virus.
Als iemand seropositief is, zal de arts alle behandelmogelijkheden uitgebreid met hem bespreken omdat de beschikbare geneesmiddelen allemaal ernstige bijwerkingen hebben, die moeten worden afgewogen tegen de voordelen.
Antiretrovirale middelen kunnen misselijkheid, braken en diarree veroorzaken, soms in hevige mate. Andere ernstige bijwerkingen zijn een ontsteking van de pancreas (zie Acute pancreatitis) en schade aan zenuwen, ogen, lever of nieren. Ook kan bloedarmoede (zie Anemie Anemia) ontstaan. Om vroegtijdig symptomen van bijwerkingen te signaleren worden bij gebruikers van deze middelen regelmatig de ogen en het bloed onderzocht.