U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Antidepressiva

Medische encyclopedie

Geneesmiddelen tegen de symptomen van een depressie

Veelgebruikte middelen

Selectieve serotonine-heropnameremmers (ssri’s)

  • citalopram
  • escitalopram
  • fluoxetine
  • fluvoxamine
  • paroxetine
  • sertraline

Tricyclische antidepressiva (TCA’s)

  • amitriptyline
  • clomipramine
  • imipramine
  • nortriptyline

Monoamine-oxidaseremmers (mao-a-remmers)

  • fenelzine
  • tranylcypromine

Overige antidepressiva

  • duloxetine
  • lithium
  • mirtazapine
  • moclobemide
  • trazodon
  • venlafaxine

Antidepressiva helpen tegen veel symptomen van depressiviteit (Depressie), zoals somberheid, wanhoop, traagheid, slechte eetlust, slapeloosheid en doodsgedachten. Zenuwcellen communiceren met elkaar door het afscheiden van bepaalde stoffen in de hersenen. Die stoffen noemen we neurotransmitters. Van twee daarvan, serotonine en norepinefrine, wordt aangenomen dat ze een invloed hebben op onder meer de stemming. Antidepressiva kunnen de activiteit van de systemen, waarin zich deze neurotransmitters bevinden, verhogen. Daarbij hebben sommige antidepressiva vooral een effect op serotonine, andere vooral op norepinefrine en weer andere op beide.

Wanneer antidepressiva worden ingenomen, duurt het meestal twee tot vier weken voordat ze effect sorteren op de depressie, maar sommige bijwerkingen kunnen al binnen enkele dagen optreden. Wanneer de depressie over is, zal de arts adviseren het middel zeker nog tot zes maanden te blijven slikken, opdat de symptomen niet terugkeren. Daarna moet de dosis geleidelijk in ongeveer vier weken of langer worden afgebouwd. Alcohol kan het sederende effect van sommige antidepressiva vergroten.

De stemmingsstabilisator (Stemmingsstabilisatoren) lithium kan bij een depressie die niet op alleen een antidepressivum reageert, aan de behandeling met het antidepressivum worden toegevoegd door een psychiater.

Bij een depressieve stoornis kan overigens ook verbetering worden verwacht van andere therapievormen, zoals begeleidende gesprekken en psychotherapie. Dit is dan ook gewoonlijk de behandeling waarmee men begint bij het begin van een eerste of niet-ernstige depressieve stoornis.

Soorten antidepressiva

De meeste middelen die voor de behandeling van depressie worden gebruikt, behoren tot een van de drie hoofdgroepen: selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s), tricyclische antidepressiva (TCA’s) en een minder gebruikte groep: monoamine-oxidaseremmers (MAO-remmers). Daarnaast worden nog veel andere middelen gebruikt.

SSRIs

Deze middelen worden het meest gebruikt. De keuze bij antidepressiva wordt bepaald door de contra-indicaties, de potentiële bijwerkingen en de eerdere ervaringen.

De belangrijkste toepassing is de behandeling van depressie, maar ze worden ook veel gebruikt bij de paniekstoornis, de dwangstoornis en fobieën, al dan niet samen met benzodiazepinen (Fobieën) (zie Angststoornissen (Angststoornissen). Hun werking is gebaseerd op het remmen van de heropname van serotonine (zie Zo werken SSRI’s). Bijwerkingen van SSRI’s zijn onder andere diarree, misselijkheid en braken, verminderd libido, hoofdpijn, rusteloosheid en angst. Bovendien kunnen zij aanleiding geven tot ontwenningsverschijnselen en onder bepaalde omstandigheden zelfmoordneiging veroorzaken of verergeren. Bij kinderen dienen zij alleen door een ervaren kinder- en jeugdpsychiater te worden voorgeschreven.

TCA’s

Tricyclische middelen worden vaak gebruikt bij de behandeling van een depressie en soms ook bij de behandeling van aangezichtspijn bij trigeminusneuralgie (Aangezichtspijn (trigeminusneuralgie)) of ter preventie van migraine (Migraine). De meeste remmen zowel de heropname van serotonine als die van norepinefrine (noradrenaline) in de hersenen. TCA’s hebben een aantal bijwerkingen, waaronder een droge mond, wazig zien, obstipatie en problemen met urineren. Deze treden meestal in het begin van de behandeling op en nemen in ernst na verloop van tijd af. Tricyclische middelen zijn gevaarlijk bij overdosering. Zij kunnen insulten veroorzaken en hartritmestoornissen.

Klassieke MAO-A-remmers

Deze middelen worden gewoonlijk alleen gebruikt als andere middelen niet helpen. Hun werking is gebaseerd op het blokkeren van de activiteit van monoamine-oxidase (het enzym dat serotonine en norepinefrine afbreekt) in de hersencellen. Bijwerkingen kunnen zijn duizeligheid bij overeind komen, slapeloosheid en hoofdpijn. Verder vertonen deze middelen interactie met andere geneesmiddelen (bijvoorbeeld verkoudheidsmiddelen) en met bepaalde soorten voeding, waaronder kaas. Wie een MAO-remmer gebruikt, moet de instructies van de arts goed opvolgen.

Overige antidepressiva

Venlafaxine en duloxetine blokkeren de heropname van serotonine en norepinefrine. Trazodon werkt op ongeveer gelijke wijze als een SSRI, maar ook door serotoninereceptoren te blokkeren. Mirtazepine heeft deze laatste werking ook, maar beïnvloedt langs andere weg ook de functie van norepinefrine en serotonine.

Pas op

Antidepressiva kunnen sufheid veroorzaken en daardoor de rijvaardigheid beïnvloeden en het bedienen van machines bemoeilijken.

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: