Het lekken van bloed door de niet-gesloten aortaklep
De aortaklep scheidt de linkerhartkamer van de aorta, de hoofdslagader die bij het hart ontspringt. De klep voorkomt dat er bloed vanuit de aorta naar het hart terugstroomt. Bij aortaklepinsufficiëntie sluiten de klepslippen niet goed, waardoor er bloed vanuit de aorta naar het hart kan lekken. Het hart moet dan harder en sneller pompen om toch voldoende bloed door het lichaam te laten stromen en dat kan uiteindelijk tot chronisch hartfalen (Chronisch hartfalen) leiden.
Ongeveer één op de vijftig jongens en één op de honderd meisjes wordt met een lekkende aortaklep geboren. De oorzaak van sommige gevallen is het syndroom van Marfan (Syndroom van Marfan). Infecties kunnen later in het leven tot klepafwijkingen leiden (zie Bacteriële endocarditis, Bacteriële endocarditis). Andere oorzaken zijn acuut reuma rheumatic fever (Acuut reuma) en syfilis, maar die ziekten zijn in veel landen zeldzaam geworden door het gebruik van antibiotica. In sommige ontwikkelingslanden komt acuut reuma nog veel voor. Ook bij de ziekte van Bechterew (Spondylitis ankylopoetica) komt aortaklepinsufficiëntie voor.
Als de aortaklepinsufficiëntie gering is, kan het jaren duren voor er klachten ontstaan. Uiteindelijk kunnen de volgende klachten ontstaan:
- vermoeidheid;
- kortademigheid bij inspanning;
- het zich bewust zijn van het krachtig kloppen van het hart.
Ernstige aortaklepinsufficiëntie kan tot hartfalen leiden, met klachten zoals constante kortademigheid en gezwollen enkels.
Als er geen klachten zijn, wordt aortaklepinsufficiëntie meestal bij een algemeen medisch onderzoek ontdekt. Uw arts kan dan een elektrocardiogram (Elektrocardiografie () laten maken om de elektrische activiteit van uw hart te bekijken. Daarnaast is een echocardiogram (Echocardiografie) nuttig om in het hart te kunnen kijken en de beweging van de kleppen te kunnen beoordelen. Met een röntgenfoto van de borst (Röntgenopname (test)) kan worden bekeken of het hart vergroot is door hartfalen en of de aandoening leidt tot stuwing van vocht in de longen.
Bij lichte aortaklepinsufficiëntie is vaak geen behandeling nodig. Als u echter chronisch hartfalen ontwikkelt of als u klachten krijgt, zal de arts medicijnen voorschrijven zoals ACE-remmers (
ACE-remmers), die de werkbelasting van het hart verminderen.
Als de medicijnen de klachten niet onderdrukken, kan tot een operatie worden besloten om de klep te repareren of te vervangen door een metalen kunstklep, een klep van dierlijke oorsprong of bij uitzondering van een overleden menselijke donor (zie Hartklepvervanging). De operatie heeft meer kans van slagen als het hartfalen nog niet ver is voortgeschreden.
Een abnormale aortaklep en een nieuw aangebrachte klep raken sneller ontstoken dan een normale klep. Om infecties te voorkomen, gebruikt men vaak eenmalig antibiotica (Antibiotica) voorafgaand aan niet-steriele ingrepen. Als de beschadigde aortaklep gerepareerd of vervangen is, heeft de patiënt meestal goede vooruitzichten. De levensverwachting is mede afhankelijk van de leeftijd waarop de operatie plaatsvindt en het type klepprothese.
- Geslacht
- Komt vaker voor bij mannen
- Geen significante factoren
- Geen significante factoren
- Erfelijkheid
- De aandoening wordt soms overgeërfd
- Leeftijd
- Geen significante factoren
- Leefwijze
- Geen significante factoren