U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Artrose

Medische encyclopedie

Geleidelijke degeneratie van het kraakbeen dat de botuiteinden bekleedt in gewrichten

In een gewricht met artrose is het kraakbeen dat ter bescherming op de botuiteinden zit, veranderd. In de loop van de ziekte raakt het bot rond het aangedane gewricht verdikt en vormen zich benige uitgroeisels die we osteofyten noemen. Als de synoviale bekleding van het gewrichtskapsel ontstoken raakt, kan zich bovendien vloeistof ophopen in het gewricht. Door die veranderingen ontstaan pijn, zwelling en stijfheid in het gewricht, met als gevolg een verminderde beweeglijkheid.

Artrose komt het meest voor in gewrichten die gewicht moeten dragen, zoals de knieën en de heupen, maar ook handen, voeten, wervelkolom en schouders kunnen aangedaan zijn (zie Cervicale spondylose, Cervicale en lumbale spondylose). Rond het zeventigste jaar heeft bijna iedereen wel een zekere mate van artrose ontwikkeld, al heeft lang niet iedereen daar last van.

De oorzaken

Vaak is er geen aanwijsbare oorzaak voor het ontstaan van artrose. Wel zijn er risicofactoren bekend die de kans verhogen op de ontwikkeling ervan. Slijtage treedt sneller op in gewrichten die reeds beschadigd waren door herhaaldelijke zware belasting of door herhaaldelijke kleine blessures. Zo maakt de druk die balletdansers op hun voeten uitoefenen, hen vatbaar voor het ontwikkelen van artrose in de enkelgewrichten. Verder komt artrose veel voor bij voormalige atleten. Gewrichtsschade op jonge leeftijd kan later tot artrose leiden. Ook overgewicht is een risico, doordat de druk op de gewrichten verhoogd is.

De symptomen

In eerste instantie zijn de symptomen niet opvallend. Ze kunnen echter langzaam verergeren. Vaak zijn slechts één of twee gewrichten ernstig aangedaan, maar soms doen vrijwel alle gewrichten mee. Symptomen kunnen zijn:

  • pijn en gevoeligheid, verergerend bij activiteit en te verlichten door rust;
  • zwelling van het gewricht;
  • startstijfheid, enige tijd aanhoudend na een periode van inactiviteit;
  • beperkte beweeglijkheid van het gewricht;
  • vergrote, vervormde gewrichtjes in de vingers bij aandoening van de handen;
  • krakend geluid (zogeheten crepitatie) bij beweging van het gewricht.

De pijn kan uitstralen naar gebieden die ver van de aandoening af liggen, maar die via dezelfde zenuwbaan signalen naar de hersenen sturen. Zo kan een artrotische heup uitstralende pijn veroorzaken in de lies, bil of knie. De klachten zijn vaak het ergst na een periode van rust, met name’s ochtends bij het opstaan, en nemen af bij bewegen. Tegen het eind van de dag, na overbelasting, kan de pijn ook erger worden. Als de patiënt zich moeilijk kan bewegen, kan hij aan huis gebonden raken. Vaak komen patiënten zo in een vicieuze cirkel: beweging is belangrijk om de klachten te verminderen en voorkomt het terugkomen of verergeren van de klachten. Een gewricht waaromheen geoefende spieren zitten, kan namelijk meer verdragen en doet minder pijn. Gebrek aan beweging kan ook leiden tot gewichtstoename.

De behandeling

De arts kan artrose vermoeden door de symptomen, een voorgeschiedenis met gewrichtsaandoeningen en een lichamelijk onderzoek. Artrose kan men meestal aan de klachten herkennen, zodat röntgenfoto’s zelden nodig zijn. Artrose is op een foto niet altijd goed te zien. Met röntgenfoto’s kan de diagnose gewoonlijk worden bevestigd.

Voor artrose bestaat geen genezing. De behandeling is gericht op het verlichten van verschijnselen. De arts kan paracetamol voorschrijven (zie Pijnstillers),of een ontstekingsremmende pijnstiller ( NSAID’s ). Bij een ernstige opleving van pijn en ontsteking in één gewricht kan een injectie met corticosteroïden in het gewricht de zwelling en de pijn verminderen.

De arts kan doorverwijzen naar een fysiotherapeut om gedoseerd te leren bewegen. Bij zeer ernstige artrose kan een chirurgische ingreep noodzakelijk zijn om een gewricht te herstellen of te vervangen (zie Kunstgewrichten).

Artrose in een heup
In het heupgewricht (rechts) heeft de kop van het femur (het dijbeen)slijtage geleden op de plaats waar het in het bekken past. Hierdoor zijn pijn en stijfheid ontstaan.
Artrose in een heup
  1. Gezond heupgewricht
  2. Bekken
  3. Artrotisch heupgewricht
  4. Femur (dijbeen)

Wat kunt u zelf doen?

Bij lichte artrose kan men vaak de meeste gewone dingen blijven doen door de leefwijze aan te passen (zie Leven met een gewrichtsaandoening). Bij overgewicht is het goed de arts om advies te vragen over afvalmethoden en dieetaanpassingen. Regelmatige, niet overdreven lichaamsbeweging versterkt de spieren, vergemakkelijkt het afvallen en kan de voortgang van de ziekte vertragen. Schoenen met rubberzolen, eventueel met luchtkussens erin, absorberen schokken bij het lopen en kunnen eveneens voortschrijdende artrose vertragen. Gebruik bij een pijnlijke heup of knie een wandelstok. Massages, warme baden en warmte of koude kompressen kunnen de gewrichtspijn verminderen en de beweeglijkheid vergroten.

Risicofactoren

Leeftijd
Zeldzaam bij mensen jonger dan 45 jaar; veelvoorkomend en toenemend in frequentie vanaf 60 jaar
Soms veelvoorkomend binnen een familie
Risicofactoren zijn herhaaldelijke zware inspanning en overgewicht
Geslacht
Twee keer zo frequent bij vrouwen
Erfelijkheid
Soms veelvoorkomend binnen een familie
Leefwijze
Risicofactoren zijn herhaaldelijke zware inspanning en overgewicht

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: