Aanvallen van ademnood, hoesten en/of piepend ademhalen bij kinderen, ten gevolge van een terugkerende vernauwing van de luchtwegen
Bij kinderen met astma zijn de luchtwegen overgevoelig voor bepaalde prikkels. Als reactie op deze prikkels trekken de spiertjes rond de luchtwegen samen. Het slijmvlies langs de binnenkant van de luchtwegen zwelt op en produceert meer slijm. Daardoor worden de luchtwegen nauwer.
In Nederland is astma de meest voorkomende chronische aandoening bij kinderen. Ongeveer 5 tot 15% van alle kinderen lijdt aan een lichte of ernstigere vorm van astma of astmatische bronchitis. Het aantal kinderen met astma is de afgelopen jaren fors gestegen. De reden hiervoor is niet bekend, maar allergie en andere milieufactoren kunnen hierbij een rol spelen.
Bij astma speelt erfelijkheid een rol. Als een of beide ouders astma hebben, is er een grotere kans dat hun kind ook astma krijgt. Hierbij spelen overerving van allergie en overgevoeligheid van de luchtwegen een belangrijke rol. Andere ademhalingsziekten, met name die bij een premature geboorte (zie Problemen bij de premature baby) verhogen het risico dat het kind later astma-achtige klachten krijgt. Regelmatige blootstelling aan sigarettenrook thuis en luchtvervuiling door uitlaatgassen kunnen een reactie van de luchtwegen veroorzaken.
Bij kinderen onder de vijf jaar worden de aanvallen meestal opgeroepen door een virusinfectie, zoals een verkoudheid. Bij oudere kinderen zijn de boosdoeners naast virusinfecties, ook allergische reacties op bepaalde stoffen, zoals pollen, schimmels, stofmijt, en huidschilfers van dieren, zoals katten en honden. Lichamelijke inspanning, vooral in koude, droge lucht, kan ook benauwdheid veroorzaken. In een enkel geval kan bepaald voedsel, zoals melk, noten en eieren, astmasymptomen uitlokken. Bij sommige kinderen wordt benauwdheid door emoties uitgelokt.
De symptomen variëren qua ernst van dag tot dag en van week tot week naargelang de leeftijd van het kind. Ze treden snel op en kunnen een paar uur of langer aanhouden. De symptomen kunnen zijn:
- piepend ademhalen;
- kortademigheid;
- beklemd gevoel op de borst;
- droge hoest die ’s nachts erger is, waardoor het kind slecht slaapt.
Heel jonge kinderen met astma hebben vaak ’s nachts een droge hoest en verder geen symptomen. Oudere kinderen kunnen moe zijn door slaaptekort of kunnen door hun kortademigheid moeite hebben met inspannende sporten. Kinderen met astma hebben vaak ook andere allergische aandoeningen zoals eczeem (zie Eczeem bij kinderen) en hooikoorts (zie Allergische rhinitis).
Bij een ernstige aanval kan er een snelle ademhaling optreden met intrekken van de borstwand; het praten is dan moeilijk. Als het zuurstofgehalte in het bloed laag is, kunnen lippen en tong blauw worden, ook wel cyanose genoemd. Als uw kind zo’n aanval heeft, moet u met spoed uw huisarts of 112 bellen, want ernstige astma-aanvallen kunnen levensbedreigend zijn.
Bij zorgvuldig gebruik van astmamedicijnen kunnen ernstige astma-aanvallen worden voorkomen.
Wanneer u met uw kind bij de arts bent, kunnen symptomen afwezig zijn. De diagnose wordt dan gesteld aan de hand van een beschrijving van de symptomen. De arts zal met een stethoscoop naar de borst van uw kind luisteren. Een ouder kind moet waarschijnlijk op een piekstroommeter blazen om een schatting van de longfunctie te maken (zie TEST: Ademcapaciteit meten). Met dit apparaat wordt de uitademcapaciteit van het kind gemeten. Om de diagnose te bevestigen zal uw arts bij wijze van proef een luchtwegverwijdend medicijn voorschrijven (zie Bronchusverwijdende middelen). Als de symptomen worden veroorzaakt door astma, kunnen die na toediening van het medicijn sterk verbeteren.
Als de diagnose eenmaal is gesteld, kan er via bloedonderzoek een allergietest worden gedaan om te kijken of er allergieën zijn die de astma-aanvallen op gang brengen.
De behandeling is erop gericht uw kind een zo actief mogelijk leven te laten leiden met zo min mogelijk medicijnen. De arts zal u gedetailleerd uiteenzetten hoe u de astma van uw kind onder controle kunt houden, met advies over wanneer u op een andere behandeling moet overgaan en wat u moet doen als uw kind plotseling een aanval heeft. Het is belangrijk dat uw kind de ziekte begrijpt en dat hij weet wat hij bij symptomen moet doen. Sommige kinderen moeten thuis regelmatig een boekje bijhouden om de ernst van hun astma gedurende een bepaalde periode te kunnen registreren. De lengte van uw kind zal zo nu en dan gemeten worden, aangezien de normaalwaarden van de piekstroom worden bepaald aan de hand van de lengte van het kind.
U kunt de omgeving van het kind op diverse manieren zodanig aanpassen dat er minimale kans bestaat op contact met factoren die tot een aanval leiden (zie De kans op een astma-aanval bij kinderen beperken).
De medicijnen waarmee kinderen met astma worden behandeld, vallen uiteen in twee groepen: medicijnen die snel verlichting brengen (luchtwegverwijders) en medicijnen die de ziekte onder controle houden (onderhoudsmedicijnen), meestal inhalatiecorticosteroïden (zie Corticosteroïden bij aandoeningen van de luchtwegen), De eerste groep opent snel de luchtwegen om de benauwdheid en een piepende ademhaling tegen te gaan. Meestal werken ze binnen tien minuten, maar hun effect duurt maar een paar uur. Kinderen met licht astma moeten een dergelijk medicijn bij de hand hebben en gebruiken als er symptomen optreden.
Kinderen die regelmatig symptomen hebben, moeten ook iedere dag hun onderhoudsmedicijnen nemen. Deze middelen zijn pas effectief na één à twee weken, en moeten iedere dag geïnhaleerd of ingenomen worden, ook als er geen symptomen zijn. Deze medicijnen gaan ontsteking van de luchtwegen tegen en voorkomen dat er symptomen optreden. Vaak schrijft men inhalatiecorticosteroïden als onderhoudsmedicijn voor. De medicijnen worden meestal met een inhalator toegediend. Jonge kinderen hebben daar soms moeite mee en dan wordt er een voorzetkamer gebruikt (zie Inhalatiemedicijnen toedienen). Een vernevelaar is een apparaat dat medicijnen in nevelvorm via een mond-neusmasker toedient; dit wordt vaak bij een ernstige aanval gebruikt. Het is heel belangrijk dat bij inhalatoren en vernevelaars de juiste techniek wordt toegepast. De arts of verpleegkundige zal u en uw kind tonen hoe deze apparaten moeten worden gebruikt. Bij een ernstige aanval kan het kind naast de inhalatiemedicijnen ook corticosteroïden in tabletvorm krijgen voorgeschreven.
Om een aanval te kunnen bestrijden moet u of uw kind altijd een inhalator met een luchtwegverwijder bij zich hebben. Ook op school moet uw kind de beschikking over een dergelijke inhalator hebben. Als de symptomen van het kind niet door een enkele dosis van dit medicijn afzwakken, moet er nog een dosis worden gegeven. Als ook dit niet werkt, moet u contact opnemen met uw huisarts of de dichtstbijzijnde eerste hulp. Blijf vooral kalm en stel uw kind gerust. Zodra u in het ziekenhuis bent, zal uw kind zo nodig zuurstof krijgen en met een vernevelaar een hoge dosis van een luchtwegverwijder toegediend krijgen om de symptomen te verlichten. Uw kind zal soms een paar dagen in het ziekenhuis moeten blijven om helemaal van de ernstige aanval te herstellen. Waarschijnlijk krijgt uw kind ook een kuur met corticosteroïden.
Kinderen met astma kunnen met zorgvuldig medicijngebruik en door de factoren te mijden die een aanval uitlokken, zoals contact met harige dieren, een actief leven leiden. Bij bijna de helft van de kinderen verdwijnen de astmaklachten voor of rond de puberteit. Bij een aantal komen de klachten echter op latere leeftijd weer terug (zie Astma).
Jaarlijks sterven naar schatting in Nederland vier tot vijf kinderen ten gevolge van astma, met name nul- tot vierjarigen. In de meeste gevallen komt dat doordat men (ouders, kind, artsen) de symptomen niet goed onderkent, waardoor de behandeling te laat adequaat wordt gestart of doordat de astma-aanval zich dermate snel ontwikkelt dat men te laat in het ziekenhuis aankomt.
- Leeftijd
- Komt voor bij 10 procent van de kinderen
- Zit soms in de familie
- Blootstelling aan onder andere sigarettenrook, huidschilfers van dieren, huisstofmijt en luchtvervuiling kan een reactie van de luchtwegen veroorzaken
- Geslacht
- Komt vaker voor bij jongens
- Erfelijkheid
- Zit soms in de familie
- Leefwijze
- Blootstelling aan onder andere sigarettenrook, huidschilfers van dieren, huisstofmijt en luchtvervuiling kan een reactie van de luchtwegen veroorzaken