Astma

Medische encyclopedie

Terugkerende vernauwing van de luchtwegen, wat kortademigheid en piepende ademhaling veroorzaakt

Mensen met astma hebben aanvallen van benauwdheid en piepende ademhaling die van dag tot dag en van maand tot maand in ernst kunnen variëren. Sommige mensen krijgen slechts af en toe een lichte aanval, terwijl andere dagenlang erg ziek zijn. Bij de meeste patiënten zitten de symptomen ergens tussen deze uitersten in, maar als een aanval optreedt, is deze onvoorspelbaar in hevigheid en lengte. Een zware astma-aanval kan zonder onmiddellijke medische behandeling levensbedreigend zijn.

Hoewel astma op iedere leeftijd kan beginnen, hebben de meeste volwassenen de aandoening al in de jeugd ontwikkeld. Omdat astma bij kinderen zo zijn eigen problemen meebrengt, wordt astma bij kinderen besproken in het deel over kinderziekten (zie Astma bij kinderen). De behandeling bij kinderen is overigens gelijk aan de behandeling van de aandoening bij volwassenen.

Hoe vaak komt het voor?

In westerse landen is astma de afgelopen twintig jaar toegenomen, voor een deel ook omdat de diagnostische mogelijkheden groter zijn en de ziekte vaker wordt herkend. Wat vroeger vaak ‘bronchitis’ werd genoemd, blijkt thans toch het predicaat ‘astma’ te verdienen. Geschat wordt dat 20 procent van alle mensen in meer of mindere mate last van gevoeligheid van de luchtwegen heeft (hyperreactiviteit) en dus onder bepaalde omstandigheden (lichte) astmaklachten kan hebben. In Nederland is astma de meest voorkomende chronische aandoening bij kinderen. Ongeveer 5 tot 15% van alle kinderen lijdt aan een lichte of ernstigere vorm van astma. De meest voorkomende klachten zijn regelmatig terugkerende perioden met hoesten en piepende uitademing.

De oorzaken

Bij een astma-aanval trekken de spieren in de wand van de bronchiën zich samen, waardoor deze nauwer worden. De bekleding van de luchtwegen raakt opgezet en scheidt meer slijm af, wat de kleinere luchtwegen kan verstoppen.

Bij sommige mensen wordt de verandering van de luchtwegen door een allergie aangezet. Dit allergische type astma komt vooral in de kindertijd voor en kan zich samen met constitutioneel eczeem en andere allergieën ontwikkelen, zoals hooikoorts (zie Allergische rhinitis). Vatbaarheid hiervoor komt in sommige families meer voor en kan erfelijk zijn. Een aantal stoffen geeft vaak aanleiding tot allergische astma. Tot deze allergenen behoren pollen, huisstofmijt, schimmelsporen en huidschilfers en speeksel van huisdieren. In zeldzame gevallen geven voedingsmiddelen zoals melk, eieren, noten en tarwe een allergische astmatische reactie. Sommige mensen met astma zijn gevoelig voor aspirine en/of hieraan verwante pijnstillers: NSAID’s, en kunnen bij inname hiervan een aanval krijgen.

Als astma zich op volwassen leeftijd ontwikkelt, is er meestal geen aanwijsbare allergie. De eerste aanval wordt vaak veroorzaakt door een infectie van de luchtwegen. Tot de factoren die een aanval bij iemand met astma kunnen uitlokken, behoren koude lucht, lichamelijke inspanning, rook en soms geestelijke spanningen. Hoewel luchtvervuiling door de industrie en auto’s gewoonlijk geen astma veroorzaakt, verergert dit wel de symptomen en kan het een aanval opwekken.

In sommige gevallen kan een stof die geregeld op de werkplek wordt ingeademd, bij een verder gezonde persoon astma veroorzaken. Dit heet beroepsastma en is een van de weinige beroepslongziekten (Beroepslongziekten) die nog steeds toeneemt. Als u last krijgt van benauwdheid en een piepende adem en deze klachten worden minder als u buiten de werkomgeving bent, dan kunt u beroepsastma hebben. De diagnose van deze aandoening is vaak moeilijk te stellen, doordat iemand vaak weken tot jaren aan de verantwoordelijke stof kan worden blootgesteld voor zich astma voordoet. Er zijn momenteel ongeveer tweehonderd stoffen waarvan bekend is dat ze astma kunnen veroorzaken, zoals meel bij bakkers, maar ook lijmen, harsen, latex en isocyanaten, die in talloze materialen zijn verwerkt.

Effect van astma op de luchtwegen
Normaal stroomt lucht vrij door de luchtwegen. Bij een astma-aanval trekken de spieren van de bronchiën zich samen en hoopt zich slijm op, wat de luchtstroom belemmert.
Effect van astma op de luchtwegen
  1. Dunne laag slijm
  2. Slijmvormende cel
  3. Normaal kanaal
  4. Ontspannen spier
  5. Normale luchtwegen
  6. Te veel slijm
  7. Vernauwd kanaal
  8. Samengetrokken spier
  9. vernauwde luchtwegen

De symptomen

De klachten bij astma kunnen zich geleidelijk ontwikkelen en kunnen onopgemerkt blijven totdat de eerste aanval door een allergeen wordt opgewekt. Blootstelling aan een allergeen of een infectie kan de volgende klachten veroorzaken:

  • piepende adem;
  • intrekkingen boven het borstbeen en gebruikmaken van hulpademhalingsspieren in de hals;
  • benauwdheid;
  • moeite met in- maar vooral uitademen;
  • (hardnekkige) droge hoest;
  • paniekgevoelens;
  • zweten.

Deze symptomen worden vaak ’s nachts en in de vroege ochtend erger.

Sommige mensen hebben een enigszins piepende ademhaling bij verkoudheid of een infectie van de luchtwegen, maar meestal wijst dit niet op astma. Het voornaamste kenmerk dat astma van andere aandoeningen van de luchtwegen onderscheidt, is de wisselende ernst van de aanvallen en de klachtenvrije periode tussen de aanvallen in.

Als astma ernstig wordt, kunnen zich de volgende klachten ontwikkelen:

  • bemoeilijkt ademen dat onhoorbaar is, doordat de luchtwegen dichtzitten;
  • door ademnood niet in staat zijn zinnen af te maken;
  • blauwe lippen, tong, vingers en tenen door zuurstofgebrek;
  • uitputting, verwarring en coma.

Als iemand in uw omgeving een ernstige astma-aanval heeft of uw eigen symptomen erger worden, bel dan de huisarts of 112.

De diagnose

Als u onlangs ademhalingsklachten hebt gehad, maar geen symptomen hebt op het moment dat u bij de dokter bent, vraagt hij/zij u de problemen te omschrijven en zal hij u onderzoeken. Er kunnen ook tests zoals spirometrie worden uitgevoerd om de mate van een eventuele uitademingsstoornis van de luchtwegen te meten (zie Longfunctietest). Ook kan de arts een lichte astma-aanval uitlokken door u histamine, een lichaamseigen stof, te laten inhaleren of door u inspanning te laten verrichten. Als u dan een aanval krijgt, zal hij medicijnen voorschrijven.

Als u op het spreekuur van de arts een lichte aanval hebt, kan hij de ademhalingssnelheid meten met een piekstroommeter (zie Ademcapaciteit meten) en u vervolgens een bronchusverwijdend middel (Bronchusverwijdende middelen) laten inhaleren. De diagnose astma kan worden gesteld als de piekstroom na inademing van een bronchusverwijder meer dan 20 procent toeneemt.

Als u een ernstige aanval hebt, wordt u wellicht in het ziekenhuis opgenomen voor behandeling. Het zuurstofgehalte van het bloed kan worden bepaald (zie Bloedgas meten, Bloedgas meten (test)) en een röntgenopname van de borst worden gemaakt om andere ernstige longaandoeningen, zoals pneumothorax, uit te sluiten.

Als de diagnose astma is gesteld, kan de arts u op allergieën laten onderzoeken. Indien beroepsastma wordt vermoed, wordt geprobeerd de verantwoordelijke stof op de werkplek op te sporen.

De behandeling

Sommige mensen met astma hoeven niet te worden behandeld als ze de prikkels kunnen vermijden die de klachten uitlokken (zie Leven met astma). Er zijn echter zo veel van die factoren dat het moeilijk is ze allemaal te vermijden, waardoor behandeling toch vaak nodig is.

Tegenwoordig kunnen astma-aanvallen worden behandeld met (kortwerkende)medicijnen. Bovendien kan langetermijnbehandeling het ontstaan van de aanvallen voorkomen. De huidige benadering is de patiënt de kennis en het zelfvertrouwen te geven waarmee hij in overleg met de arts de aandoening onder controle kan houden. Het belangrijkste aspect hiervan is het zorgvuldig plannen van de medicatie en regelmatige controle.

Het doel van de medicatie is het bestrijden van de symptomen en het verminderen van de frequentie en de hevigheid van de aanvallen, zodat een gang naar de huisarts of de eerstehulpafdeling van het ziekenhuis niet meer nodig is. Levensgevaarlijke aanvallen ontstaan zelden zonder waarschuwing. Het opmerken van een sterke verandering van uw toestand en het ondernemen van onmiddellijke actie door het bijstellen van de medicatie of contact op te nemen met de arts, zijn essentieel om een ernstige aanval voor te zijn.

Soorten medicijnen

De medicijnen tegen astma zijn in twee groepen te verdelen: snelwerkende en preventieve. Aanvallen van benauwdheid worden gewoonlijk behandeld met de snelwerkende bronchusverwijders. Er zijn verschillende soorten bronchusverwijders die de spieren van de luchtwegen ontspannen. Deze middelen werken als ze worden geïnhaleerd meestal binnen enkele minuten, maar het effect kan variëren van enkele uren tot een half etmaal (nieuwe langwerkende bronchusverwijders). Ze moeten worden gebruikt zodra de symptomen opkomen of, als dat door de arts is voorgeschreven, voor u zich gaat inspannen.

De tweede groep bestaat uit medicijnen waarmee aanvallen op termijn kunnen worden voorkomen. Dit zijn met name de inhalatiecorticosteroïden (zie Corticosteroïden bij aandoeningen van de luchtwegen), die de ontstekingsreactie tegengaan en ervoor zorgen dat er minder slijmproductie is en de luchtwegen zich bij blootstelling aan de prikkel minder vernauwen. Deze middelen moeten dagelijks worden geïnhaleerd en hun werking is pas na enkele dagen optimaal.

Beide soorten medicijnen worden geïnhaleerd vanuit een dosisinhalator of als poeder. De arts, longverpleegkundige of apotheker kan demonstreren hoe het voorgeschreven medicijn met bijbehorend apparaat moet worden geïnhaleerd. Voor acute aanvallen zijn bij hevig benauwde mensen de snelwerkende medicijnen het effectiefst als ze worden geïnhaleerd vanuit een voorzetkamer aan de inhalator of via een vernevelaar. Hiermee wordt een fijne wolk van het medicijn door een mondstuk of masker geïnhaleerd (zie Astmamedicijnen nemenn). Voorzetkamers zijn ook nuttig als u het moeilijk vindt om het apparaatje te gebruiken en tegelijk in te ademen. Ook bij kleine kinderen is een voorzetkamer nodig.

Mensen met ernstige astma kunnen lage doses corticosteroïden in tabletvorm krijgen. Deze middelen worden ook bij een ernstige aanval gegeven.

Dagelijkse behandeling

Volwassenen hebben tegenwoordig zelf de verantwoordelijkheid voor hun dagelijkse behandeling, in overleg met hun arts. Het belangrijkste bij astma is dat u de symptomen in de gaten houdt. U kunt eventueel een piekstroommeter gebruiken om de ademcapaciteit te meten. Astma kan van dag tot dag of over langere perioden in ernst variëren. De arts zal een behandelplan op uw situatie toesnijden.

Dit plan wordt regelmatig bijgesteld aan de hand van de huidige symptomen en de piekstroommetingen. Wellicht moet de hoeveelheid medicijnen worden aangepast of de manier van inname worden veranderd, bijvoorbeeld via een andere manier van inhaleren met een ander apparaatje; misschien moet er een ander middel worden gebruikt of moet de frequentie van inname worden veranderd. Als de ene methode niet werkt, moet u een andere proberen.

Bij volwassenen bij wie zojuist astma is geconstateerd, worden vaak eerst alleen snelwerkende middelen voorgeschreven. De preventieve inhalatiesteroïden worden gegeven als blijkt dat de snelwerkende middelen vaker dan enkele malen per week moeten worden gebruikt. Als u dagelijks een piekstroommeter gebruikt om de longfunctie te meten, merkt u een verandering van de toestand sneller op en kan de behandeling sneller worden aangepast. Laat u goed door uw arts over het behandelplan informeren. U moet ook weten wat u bij een ernstige aanval moet doen.

Spoedbehandeling

Bij een plotselinge ernstige astma-aanval moet u snelwerkende bronchusverwijdende medicijnen nemen, zoals voorgeschreven door de arts. Als dit niet werkt, moet u uw huisarts of in ernstige gevallen het alarmnummer 112 bellen. Probeer kalm te blijven en ga in een gemakkelijke houding zitten. Plaats uw handen op uw knieën om uw rug te steunen; ga niet liggen. Probeer de ademsnelheid te vertragen om te voorkomen dat u uitgeput raakt.

In het ziekenhuis krijgt u wellicht zuurstof en corticosteroïden toegediend, eerst met een infuus en daarna mogelijk oraal. Ook krijgt u waarschijnlijk een hoge dosis bronchusverwijders, met een vernevelaar of als een injectie.

Als deze middelen niet helpen, is mechanische beademing met zuurstofrijke lucht nodig. Hiermee moet worden doorgegaan tot de medicijnen werken en de luchtwegen zich ontspannen.

De prognose

Ten minste 50-70% van alle kinderen met astma zal ook op volwassen leeftijd symptomen blijven houden. Wel daalt het aantal klachten tussen de leeftijd van tien en twintig jaar, maar een aanzienlijk percentage krijgt na deze klachtenvrije periode later opnieuw astma. Er lijken twee soorten astma te bestaan. De eerste soort betreft kinderen jonger dan vier jaar, die door virusinfecties uitgelokte perioden van benauwdheid hebben. Bij deze groep komt later weinig astma voor, maar de kinderen hebben wel een grotere kans om op oudere leeftijd chronische obstructieve longaandoening (COPD) te krijgen.

Daarnaast is er een groep kinderen vanaf vier jaar bij wie de astma meer aanvalsgewijs voorkomt over een periode van vijf tot tien jaar. Deze kinderen hebben nogal eens een allergische (atopische) aanleg. Ze kunnen ook benauwd worden ten gevolge van een virale luchtweginfectie en hebben dus een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. Deze groep blijft vaak astma houden of krijgt het op volwassen leeftijd weer terug. Bij hen bestaat geen relatie met COPD.

Risicofactoren

Leeftijd
Alle leeftijden, maar de helft van de nieuwe gevallen betreft kinderen onder 10 jaar
Komt in sommige families meer voor
Blootstelling aan tabaksrook is een risicofactor
Geslacht
Komt meer voor bij mannen
Erfelijkheid
Komt in sommige families meer voor
Leefwijze
Blootstelling aan tabaksrook is een risicofactor

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.