Ernstig achtergebleven ontwikkeling van normale communicatieve en sociale vaardigheden
In 1943 is autisme voor het eerst als zodanig herkend. De stoornis komt vaker voor bij jongens en kent diverse vormen. De kinderen vertonen een breed scala van symptomen. Over het algemeen is er een achterstand in de ontwikkeling van taal- en communicatieve vaardigheden en in het tot stand brengen van sociale relaties en is er een sterke behoefte aan vaste routine.
Minstens twee op de drie kinderen met autisme zijn ook verstandelijk gehandicapt. In een enkel geval hebben de kinderen een normale of gemiddelde intelligentie en mildere symptomen; ze hebben wel een duidelijke contactstoornis en eenzelvig gedrag. Deze vorm van autisme wordt wel het Asperger-syndroom genoemd.
Aan autisme verwante contactstoornissen zouden door afwijkingen in de hersenen kunnen worden veroorzaakt. De stoornissen komen soms vaker in families voor, wat een erfelijke factor doet vermoeden. Ongeveer één op de tien autistische kinderen heeft een genetische afwijking, zoals het fragiele-X-syndroom.
Sommige autistische kinderen hebben vanaf de geboorte al symptomen. Zij vermijden lichamelijk contact door bijvoorbeeld het krommen van de rug. Een zuigeling kan met zijn hoofd tegen de rand van het bedje slaan. Andere kinderen lijken tot twaalf à achttien maanden normaal, maar ontwikkelen dan symptomen:
- niet normaal leren spreken;
- afwezigheid van normale gezichtsuitdrukking en lichaamstaal;
- gebrek aan oogcontact;
- vooral alleen willen zijn;
- geen fantasiespel;
- repeterend gedrag, zoals heen-en-weer wiegen en met de handen slaan;
- geobsedeerd zijn door speciale voorwerpen of bepaalde vaste handelingen;
- ernstige leerproblemen.
Een heel enkele keer heeft een autistisch kind een uitzonderlijke vaardigheid, zoals technisch tekenen, wiskunde of het bespelen van een muziekinstrument. Ongeveer één op de drie kinderen krijgt epilepsie (Epilepsie). Kinderen met het syndroom van Asperger leren wel normaal praten, maar kunnen niet goed met andere mensen communiceren. Deze kinderen zijn erg star in hun gedrag en verdragen geen verandering van de vaste routine.
Aan autisme verwante aandoeningen verstoren het gezinsleven meestal ernstig. De opvoeding is niet eenvoudig, vooral als het kind niet normaal kan reageren of affectie kan tonen. De ouders vinden het moeilijk met het kind in het openbaar te verschijnen. De andere kinderen voelen zich verwaarloosd, omdat het autistische kind zo veel aandacht krijgt. Een autistisch kind loopt ook het risico op zelfbeschadiging.
Autisme en aan autisme verwante aandoeningen worden vaak als eerste door de ouders opgemerkt; ze zien dat het gedrag van hun kind afwijkt van dat van andere kinderen van dezelfde leeftijd. De diagnose van de stoornissen wordt gesteld aan de hand van de symptomen; er bestaan geen specifieke tests om de diagnose te bevestigen. Als men ook aan het fragiele-X-syndroom of aan een andere genetische afwijking denkt, wordt er genetisch bloedonderzoek gedaan.
Er bestaat geen genezing. De behandeling omvat in het algemeen speciaal onderwijs dat erop is gericht de mogelijkheden van het kind zo goed mogelijk te benutten. Spraak- en taaltherapie (zie Logopedie) bevordert de communicatieve vaardigheden. Gedragstherapie kan helpen het afwijkende gedrag door passender gedrag te vervangen. Ergotherapie kan de lichamelijke en zintuiglijke vaardigheden verbeteren. Een gestructureerd dagprogramma is geboden.
De meeste kinderen met een aan autisme verwante stoornis kunnen geen zelfstandig leven leiden en moeten altijd worden verzorgd, hetzij thuis, hetzij in een gezinsvervangend tehuis. Kinderen met het Asperger-syndroom hebben soms een succesvolle schoolloopbaan, terwijl hun sociale vaardigheden slecht blijven.
- Leeftijd
- Begint meestal al voor het kind 3 jaar is
- Komt soms bij meer personen in een familie voor
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt vaker voor bij jongens
- Erfelijkheid
- Komt soms bij meer personen in een familie voor
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis