Cervixkanker; een kwaadaardig gezwel aan de baarmoederhals (cervix)
Baarmoederhalskanker is een van de meest voorkomende kankersoorten bij vrouwen. In Nederland wordt de diagnose jaarlijks bij circa 1200 vrouwen gesteld. Baarmoederhalskanker is een van de weinige soorten kanker die soms kan worden voorkomen door regelmatige controle voordat er symptomen zijn. Meestal ontwikkelt de kanker zich langzaam. In het voorstadium veranderen de cellen in de baarmoederhals zich langzaam van licht tot extreem afwijkend; deze aandoening heet ook wel dysplasie (Dysplasie van de baarmoedermond). De veranderingen komen aan het licht bij een uitstrijkje (Het uitstrijkje (Pap-test) (test)), waardoor de behandeling al vroeg kan starten.
De oorzaken van baarmoederhalskanker zijn onduidelijk, maar het heeft wel te maken met veranderingen in de cellen door infecties met bepaalde typen van het humaan papillomavirus (HPV). Andere typen veroorzaken genitale wratten. Dit virus is seksueel overdraagbaar. Het risico van baarmoederhalskanker is hoger als men op jonge leeftijd seks zonder condoom heeft gehad of met veel wisselende partners, maar ook met een partner die op zijn beurt veel wisselende seksuele contacten zonder condooms heeft gehad. Roken is ook een risicofactor. Vrouwen met een verminderde weerstand of die immunosuppressiva slikken, lopen een hoger risico.
Het belangrijkste symptoom van baarmoederhalskanker is bloedverlies na de geslachtsgemeenschap. Naarmate de kanker verder groeit, kunnen de symptomen zijn:
- Een waterige, bloederige en vies ruikende afscheiding uit de vagina;
- Pijn in het bekken;
- Hevig bloedverlies tijdens en na het vrijen.
Als de kanker niet wordt behandeld, is uitbreiding mogelijk naar de baarmoeder en voorts naar de lymfklieren in het bekken, en doorgroei naar de blaas en de endeldarm. Uiteindelijk kunnen ook andere delen van het lichaam, zoals de lever en de longen, aangetast raken.
Als uw arts vermoedt dat u baarmoederhalskanker hebt, zal deze een colposcopie (zie Colposcopie) doen om de baarmoederhals met behulp van de colposcoop, een soort microscoop, te kunnen bekijken en op afwijkende plekken te controleren. Er zal weefsel worden weggenomen en door de patholoog op kankercellen worden onderzocht.
Als er baarmoederhalskanker wordt vastgesteld, volgt er nader onderzoek om te kijken hoe ver de kanker is uitgebreid. Dit gebeurt allereerst met een uitgebreid gynaecologisch onderzoek, soms onder narcose. Daarna volgen onderzoek van de blaas en de nieren, een röntgenfoto (Röntgenopname (test)) van de borstkas om de longen te bekijken, bloedonderzoek en een CT-scan van de buik om lymfeklieren en de lever te beoordelen.
De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte en van uw individuele omstandigheden. Als de kanker alleen in de baarmoederhals zit, u nog kinderen wilt en het kankergezwel nog microscopisch klein is, kan men volstaan met een conisatie. Daarbij wordt alleen een kegelvormig weefstuk met het aangedane weefsel van de baarmoedermond verwijderd. De standaardbehandeling is een radicale baarmoederverwijdering (Baarmoederverwijdering (behandeling)), waarbij niet alleen de baarmoeder in zijn geheel wordt verwijderd, maar ook het omringende bindweefsel en de lymfklieren in het kleine bekken. Bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, laat men zo mogelijk de eierstokken zitten, om een voortijdige overgang te voorkomen. Na een operatie is soms aanvullende radiotherapie (bestraling) aangewezen. Ook is radiotherapie soms de eerst aangewezen therapie. Baarmoederhalskanker reageert daar in het algemeen goed op (Radiotherapie (bestraling) (behandeling)). Behandeling met chemotherapie, soms gecombineerd met hyperthermie (sterk verhoogde temperatuur) is een nieuwe behandelwijze die voor sommige vrouwen geschikt is.
Als de baarmoederhalskanker vroeg wordt herkend en behandeld, herstellen bijna alle vrouwen volledig. Een radicale baarmoederverwijdering veroorzaakt gewoonlijk meer blijvende, hinderlijke klachten, vooral over de blaas en het plassen, dan een gewone baarmoederverwijdering. Ook bestraling geeft soms blijvende klachten, vooral van de darmen.
- Baarmoederhalskanker
- Deze gekleurde MRI van het bekken toont een grote tumor op de baarmoederhals, vlak achter de blaas.

- Heupgewricht
- Blaas
- Kwaadaardige tumor
- Leeftijd
- Komt vooral voor tussen 25 en 65 jaar
- Geen factor van betekenis
- Leefwijze
- Seks zonder condoom op jonge leeftijd, seks met wisselende partners zonder condooms, seks met een partner die veel wisselende contacten heeft gehad, en roken vormen risicofactoren
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis