Zodra de baby geboren is, begint het proces van aanpassing aan de wereld. Een volkomen afhankelijke pasgeborene ontwikkelt zich stap voor stap tot een zelfstandig individu. Lichamelijk, geestelijk en sociaal. In het eerste levensjaar groeit de baby het snelst. In de eerste vijf jaar leren kinderen de basisvaardigheden. In de jaren daarna leren ze een een breed scala aan emotionele, intellectuele en lichamelijke vaardigheden.
Kinderen doorlopen een vast groei- en ontwikkelingspatroon, maar elk kind doet dat in zijn eigen tempo. Lichamelijke groei en intellectuele ontwikkeling zijn deels bepaald door genetische factoren, maar ook door gezondheid en omgevingsinvloeden.
- De borstkas
- Hier zijn het hart en de thymus (zwezerik) te zien, die bij pasgeborenen heel groot is.

Voordat baby’s de basisvaardigheden onder de knie krijgen, hebben ze een aantal primitieve reflexen waardoor ze kunnen overleven. Ze communiceren door te huilen en ze tonen een sterke zuigreflex als ze een tepel aangeboden krijgen.
Baby’s groeien in het begin heel snel; de meeste verdrievoudigen het eerste jaar in gewicht en groeien wel 30cm. Na hun tweede verjaardag begint een lange, langzamere groeiperiode, waardoor er tijd is om ingewikkelde vaardigheden te leren en te vervolmaken. Zowel de intellectuele vaardigheden als de lichamelijke coördinatie hangen af van het spier- en zenuwstelsel. Het eerste wat peuters leren is lopen, praten en zelf eten. Ze gaan de interactie met hun omgeving aan en ontwikkelen intieme relaties. Naarmate ze onafhankelijker worden, beginnen kinderen zichzelf als individu te zien en gaan ze actiever dingen leren. Kinderen leren door imitatie en toepassing. Als ze twaalf zijn, is hun taalgebruik inmiddels verfijnd en zijn hun rekenkundige vaardigheden ontwikkeld.
De adolescentie is de overgangsperiode tussen de kinderjaren en de volwassenheid, waarin kinderen snel groeien en de ingrijpende veranderingen van de puberteit ondergaan – meestal tussen tien en vijftien jaar. Dat de puberteit eerder optreedt dan honderd jaar geleden, komt waarschijnlijk doordat er minder infecties zijn, evenals betere voeding en sociale omstandigheden. De voortplantingsorganen komen tot ontwikkeling, alsmede de secundaire geslachtskenmerken, zoals borsten en lichaamsbeharing; dit gebeurt al voordat de adolescenten de emotionele rijpheid hebben om een volwassen relatie aan te gaan. Zij moeten zich aan de lichamelijke veranderingen en de nieuwe gevoelens aanpassen en dat kost tijd.
Als ze achttien jaar zijn, worden jonge mensen in de meeste landen als volwassenen beschouwd, hoewel ze daarna in psychisch opzicht nog vele jaren blijven groeien.