Mond-op-mondbeademing bij volwassenen en kinderen

Medische encyclopedie

Bij mond-op-mondbeademing probeert u uw uitademingslucht in de longen van een slachtoffer dat zelf niet ademhaalt te krijgen. Als er geen ademhaling is, zal het slachtoffer altijd bewusteloos zijn, zijn er geen bewegingen van de ribben te zien en geen ademtochten hoorbaar of voelbaar bij mond of neus. Het gezicht zal grijsblauw zijn. Iemand die niet ademt, moet onmiddellijk mond-op-mondbeademing krijgen. Als er geen hartslag voelbaar is, moeten zowel mond-op-mondbeademing als hartmassage worden gegeven (zie Cardiopulmonale reanimatie, Cardiopulmonaire reanimatie (volwassenen)). Meestal is mond-op-mondbeademing op de normale wijze te geven. Als het slachtoffer echter mond- of kaakletsel heeft, kan het nodig zijn mond-op-neusbeademing te geven. Gebruik zo mogelijk een gezichtskapje of een masker.

Stap 1

Is er iemand anders aanwezig, vraag diegene dan een ambulance te bellen. Bent u alleen en is het slachtoffer een volwassene, bel dan zelf een ambulance voordat u naar stap 2 gaat. Bent u alleen en is het slachtoffer een kind, ga dan direct naar stap 2.

Stap 2

Leg het slachtoffer plat op de rug. Als er geen verdenking is van ruggengraatsletsel, open dan de luchtweg door met één hand op het voorhoofd te duwen en met twee vingers van de andere hand de kin naar voren te trekken (‘chin lift’). Gebruik bij kans op ruggengraatsletsel een aangepaste methode (linksonder).

2

Stap 3

Knijp met duim en wijsvinger de neus van het slachtoffer dicht. Adem diep in en plaats uw mond stevig en afsluitend over de mond van het slachtoffer.

3

Stap 4

Blaas ongeveer 1,5 seconde lucht in het slachtoffer. Haal uw lippen van de mond, maar houd uw handen op hun plaats. Haal adem en beadem nogmaals 1,5 seconde.

4

Stap 5

Ziet u de borstkas van het slachtoffer niet omhoog komen en weer zakken, kantel het hoofd dan opnieuw en probeer het nogmaals. Zorg ervoor dat er een goed gesloten verbinding tussen uw longen en die van het slachtoffer is. Lukt het nu nog niet, pas dan de techniek toe tegen verstikking (Verstikking bij bewusteloze volwassenen en kinderen). Beweegt de borstkas wel mee, ga dan door met stap 6.

Stap 6

Voel of er hartslag is(zie Abc van reanimatie, ABC van reanimatie). Is die afwezig, begin dan met cardiopulmonale reanimatie (Cardiopulmonaire reanimatie (volwassenen)). Is er hartslag, vervolg dan de mond-op-mondbeademing (1 ademteug per 5 seconden). Bel na 1 minuut een ambulance.

Stap 7

Ga door met mond-op-mondbeademing in hetzelfde tempo. Voel na elke twaalfde ademteug (1 keer per minuut) de hartslag.

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.