In Nederland is een abortus provocatus mogelijk wanneer een vrouw vindt dat zij door de zwangerschap in een noodsituatie terecht is gekomen en alternatieven voor een zwangerschapsafbreking voor haar niet acceptabel zijn. Daarnaast kunnen er ook redenen zijn om een in principe gewenste zwangerschap af te breken.
Er zijn diverse methoden om een zwangerschap te beëindigen. De meeste beëindigingen worden tussen week 6 en 12 uitgevoerd, al zijn ze tot week 22-24 wettelijk toegestaan.
- WaarIn sommige ziekenhuizen of een abortuskliniek
- MethodeTot 16 dagen over tijd is een ‘overtijd’-behandeling mogelijk. Hiervoor geldt geen 5 dagen bedenktijd. Er zijn beneden de 7 weken twee soorten abortus: medische (met behulp van de zogenaamde abortuspil mifepriston), gevolgd door 24 tot 48 uur later prostaglandine, waarna de baarmoeder het zwangerschapsproduct uitdrijft. Soms is alsnog een curettage nodig. Ook is het mogelijk direct voor een curettage te kiezen.
- WaarIn sommige ziekenhuizen of een abortuskliniek
- MethodeOnder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose wordt een zuigbuis door de baarmoederhals in de baarmoeder ingebracht. Via deze zuigbuis wordt het zwangerschapsproduct uit de baarmoeder verwijderd (curettage).
- WaarIn enkele ziekenhuizen en enkele abortusklinieken
- MethodeIn sommige abortusklinieken vindt een soort curettage plaats, veelal onder een roesje. Bij zwangerschapsafbrekingen wegens een foetus met een erfelijke of aangeboren afwijking wordt steeds vaker ook gebruikgemaakt van de abortuspil, 24-48 uur later gevolgd door veelal vaginaal in te brengen prostaglandinetabletten.