Bij een huidtransplantatie gebruikt men de huid van het ene lichaamsdeel (donorplek) om een ander deel van het lichaam te bedekken waar de huid door bijvoorbeeld een brandwond of zweer vernietigd is. Er zijn verschillende methoden om de huid te transplanteren. In de twee voorbeelden hieronder worden kleine donorplekken gebruikt om een groot oppervlak te bedekken. Huidtransplantaties worden o.a toegepast bij brandwonden, open been, en doorliggen.
Een netvormig transplantaat wordt toegepast als de huid van een groot gebied is vernietigd en er weinig donorplekken zijn. Van de donorhuid maakt men een net met rechte hoeken dat kan worden opgerekt totdat dit het gebied waarvan de huid ontbreekt bedekt.
- Wegnemen van donorhuid
- Van de donorplek wordt een dun huidlaagje geschaafd. Er blijven voldoende cellen van de onderkant van de opperhuid achter om een nieuwe huidlaag te vormen.

- Opperhuid
- Verwijderd deel
- Lederhuid
- Basis van de opperhuid
- Aanbrengen van transplantaat
- De donorhuid wordt ingesneden tot een net dat op de grotere ontvangersite past. Nadat het is aangebracht, groeit nieuwe huid aan om de open ruimten op te vullen.

- Netvormig transplantaat
- Ontvangersite
Een punch-transplantaat of punchbiopt wordt gebruikt om de genezing van zweren te bevorderen. Men haalt van de donorplek kleine stukjes huid (punchbiopten) weg, waarna men ze overbrengt naar de plaats waar het huidweefsel ontbreekt.
- Wegnemen van punchtransplantaat
- Stukjes huid worden omhoog gedrukt en met een schaar of scalpel weggesneden. Omdat de weggenomen huiddeeltjes klein zijn, geneest de donorplek snel.

- Opperhuid
- Weggenomen gedeelte
- Lederhuid
- Aanbrengen van punchtransplantaat
- Op de ontvangerplek worden verschillende huiddeeltjes aangebracht, die aan elkaar groeien totdat zich na 10 tot 14 dagen een nieuwe gezonde huidlaag heeft gevormd.

- Punchtransplantaat
- Ontvangerplek