U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Radiotherapie (bestraling) (behandeling)

Medische encyclopedie

Radiotherapie is een behandeling bij kanker, waarbij gebruik wordt gemaakt van radioactieve straling (met name röntgenstraling). Deze straling vernietigt kankercellen of remt deze in hun groei. De straling heeft echter ook effect op andere sneldelende gezonde lichaamscellen die zich rond het gezwel bevinden. Gezonde cellen zijn echter beter bestand tegen straling en kunnen zich sneller herstellen.

De opzet van de behandeling is om het gezwel zo veel mogelijk te vernietigen en het gezonde weefsel te sparen. De straling is onzichtbaar en laat geen radioactiviteit in het lichaam achter. Net zoals operatief ingrijpen en chemotherapie kan radiotherapie gericht zijn op genezing of een levensverlengende verlichting van symptomen of verbetering van de kwaliteit van leven (=palliatieve behandeling). Radiotherapie wordt alleen of in combinatie met andere behandelingen toegepast. Bijvoorbeeld na een operatie als er een kans bestaat dat daarbij kankercellen zijn achtergebleven.

Meestal komt de bestraling van buitenaf, via een bestralingsapparaat. Het kan echter ook van binnenuit, door het inbrengen van radioactief materiaal tegen het gezwel aan. Dit heeft alleen effect in het gebied dat bestraald wordt (het stralingsveld). Dit stralingsveld moet zo klein mogelijk worden gehouden om de gezonde cellen zo min mogelijk te beschadigen.

De behandeling is niet pijnlijk, maar doordat toch gezonde cellen in het bestralingsgebied worden meebestraald, kunnen er wel bijwerkingen optreden. De bijwerkingen zijn afhankelijk van het gebied dat wordt bestraald en de intensiteit van de bestraling. Voorbeelden zijn: een rode of pijnlijke huid op de bestraalde plek, slechte eetlust, misselijkheid, braken en vermoeidheid. Als de behaarde hoofdhuid in het bestralingsveld ligt, kan haaruitval optreden, tijdelijk of soms blijvend (zie alopecia). Indien mond en/of slokdarm in het bestralingsveld liggen, kunnen een pijnlijke droge mond en slikklachten ontstaan. Bestraling van de dikke darm kan ontstekingsverschijnselen en langdurige diarree veroorzaken. De meeste bijwerkingen kunnen met medicijnen worden verlicht en verdwijnen als de behandeling is afgelopen.

Uitwendige bestraling

Radiotherapie wordt in de meeste gevallen (90%) uitwendig toegediend. Voor uitwendige bestraling maakt men meestal gebruik van bestralingsapparatuur die zich buiten het lichaam bevindt en die röntgenstraling, gammastraling of elektronenbundels produceert. Het gebied waar het gezwel zich bevindt wordt hierbij door de huid heen bestraald. Welk type men toedient, hangt af van het type kanker. Op de huid wordt het te bestralen gebied met inkt afgetekend. Afhankelijk van het type kanker en het type straling bestraalt men eens per week, een paar keer per week of een paar keer per dag.

Longkanker
Met behulp van CT-scans onder verschillende hoeken wordt een driedimensionale weergave samengesteld van de gezwellen in de long en de lymfklieren. Men gebruikt deze weergaven om te bepalen welk gebied moet worden bestraald.
Longkanker
  1. Gezwel in long
  2. Gezwel in lymfklier
  3. Luchtpijp
  4. Wervelkolom
  5. Rib
Tijdens de behandeling
U moet volstrekt stilliggen, zodat de straling tot het juiste gebied doordringt. De behandeling zelf duurt een paar minuten, maar het instellen van de apparatuur kan tien tot twintig minuten duren.
Tijdens de behandeling
  1. Verstelbare tafel
  2. Stralingsbundel
  3. STRALINGSBRON: Het apparaat wordt gekanteld om het gezwel vanuit verschillende hoeken te bestralen

Inwendige bestraling

Bij inwendige bestraling, ook wel brachytherapie genoemd, wordt de stralingsbron in het lichaam gebracht, direct in of rond het gezwel. In ongeveer 10% van de gevallen wordt hiervoor gekozen. De gemakkelijkste manier is die waarbij de stralingsbron tijdelijk in een hol orgaan wordt aangebracht, zoals de vagina of baarmoeder. Soms wordt de radioactieve stof via een drank toegediend of in een lichaamsholte geïnjecteerd. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij prostaatkanker, is het mogelijk de radioactieve stralingsbron direct in het aangetaste orgaan aan te brengen. De bron kan hier de straling geleidelijk en gedurende een langere tijd afgeven.

Radioactief implantaat in de vagina
Soms gebruikt men een implantaat met radioactief materiaal om kanker van baarmoeder, baarmoederhals en vagina te behandelen.
Radioactief implantaat in de vagina
  1. Blaas
  2. Baarmoeder
  3. Vagina
  4. Radioactief implantaat
Radioactieve jodiumzaadjes in de prostaat
Prostaatkanker kan worden behandeld door kleine radioactieve bronnen in te brengen. Zij geven enkele maanden lang straling af.
Radioactieve jodiumzaadjes in de prostaat
  1. Prostaat
  2. Blaas
  3. Radioactieve jodiumzaadjes

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: