Als u regelmatig insuline-injecties nodig hebt, kunt u leren hoe u die uzelf kunt toedienen. Aan jonge mensen wordt dit altijd geleerd. Er wordt vrijwel altijd met een insulinepen gespoten, die gemakkelijker en discreter is in het gebruik dan de gewone injectiespuit. Insuline kan in ieder gebied met lichaamsvet worden ingespoten. De meest voorkomende spuitplaatsen zijn buik of been. Pak de huid vast, prik de naald snel in de plooi en spuit de insuline langzaam in. Probeer de injectie niet telkens op dezelfde plaats te geven.
- Insulinepen
- Dit apparaatje bevat een insulinepatroon; door aan de knop te draaien bepaalt u de dosis. Gooi de naald na gebruik weg.

- DOSEERKNOP: Door draaien bepaalt u de dosis insuline
- Dosisglaasje
- INSULINEPATROON: Elk patroon is gevuld met insuline
- Naald
- INSULINESCHAAL: Hierop ziet u hoeveel eenheden er over zijn
- DRUKKNOP: Duw op deze knop om de insuline af te geven
- Leren injecteren
- Als ze ongeveer tien jaar oud zijn, kunnen kinderen leren hoe ze zichzelf een injectie moeten geven.

- PLAATS VAN DE INJECTIE: Voor kinderen is de dij vaak de gemakkelijkste plek om zich te injecteren