In tanden wordt na tandbederf bijna altijd een witte composietvulling gebruikt, in kiezen amalgaam (een legering van zilver, tin en kwik) of composiet (samengesteld uit kunsthars en vuldeeltjes, zoals kwarts). Soms wordt bij het vullen een plaatselijke verdoving gebruikt. Daarna wordt het aangetaste deel van het element weggeboord en krijgt het gat een vorm waardoor de vulling goed blijft zitten. Een amalgaamvulling wordt er als een zachte pasta ingeduwd en wordt in enkele uren hard. Een composietvulling hardt sneller uit.
- Voor de behandeling
- Tandbederf is door de harde glazuurlaag gedrongen en heeft het tandbeen, het zachtere materiaal waaruit het grootste deel van het element bestaat, aangetast.

- Glazuur
- Aangetaste plek
- Te verwijderen deel
- Pulpa
- Zenuw
- Tandbeen
- Bloedvat
- Na de behandeling
- Het aangetaste deel van de kies is verwijderd en het gat heeft de vorm gekregen om de vulling vast te houden. Deze wordt erin geduwd om verder bederf te voorkomen.

- Hersteld oppervlak
- Vulling
- Pulpa
- Tandbeen