Bètablokkers

Medische encyclopedie

Middelen die de overdracht blokkeren van bepaalde zenuwsignalen en die worden gebruikt bij de behandeling van aandoeningen van het hart en de bloedsomloop

Veelgebruikte middelen

  • acebutolol
  • atenolol
  • bisoprolol
  • carvedilol
  • celiprolol
  • esmolol
  • labetalol
  • metoprolol
  • nebivolol
  • oxprenolol
  • pindolol
  • propranolol

Bètablokkers, ofwel bèta-adrenoreceptorblokkerende middelen, worden algemeen voorgeschreven bij aandoeningen van hart en circulatie alsmede bij andere ziekten. Cardioselectieve bètablokkers (zoals atenolol, bisoprolol en metoprolol) hebben voornamelijk effect op het hart. Andere bètablokkers werken op de bloedvaten in het hele lichaam of op weer andere weefsels, zoals de cellen die voor vochtuitscheiding in het oog zorgen en in de luchtwegen.

Toepassing

Bètablokkers worden veel gebruikt bij de behandeling van verhoogde bloeddruk (Hoge bloeddruk (hypertensie)). Daarnaast worden ze gebruikt ter behandeling van hartaandoeningen, waaronder angina pectoris (Angina pectoris). Verder worden ze toegepast ter voorkoming van een heroptreden van een hartinfarct (Hartinfarct), om bepaalde afwijkingen in het hartritme te corrigeren (zie Hartritmestoornissen, Hartritmestoornissen) en ter behandeling van hartfalen (zie Chronisch hartfalen, Chronisch hartfalen).

Sommige bètablokkers (metoprolol, propranolol) worden ook gebruikt bij de behandeling van migraine (Migraine) en lichamelijke symptomen van angst, zoals tremor. Verder worden ze gebruikt bij glaucoom (met name timolol), een aandoening waarbij vaak de druk in de oogbol verhoogd is. Tevens kunnen bètablokkers helpen bij de behandeling van klachten door hyperthyreoïdie (Hyperthyreoïdie).

Werking

Bètablokkers danken hun werking aan het feit dat ze de werking blokkeren van epinefrine (adrenaline) en norepinefrine (noradrenaline), twee stoffen die het lichaam zelf produceert en die de hartslag en de bloeddruk verhogen. Cardioselectieve bètablokkers zijn voornamelijk effectief in het vertragen van de hartslag en het verlagen van de kracht waarmee het hart slaat, zodat het hart minder energie nodig heeft. Op die manier zijn deze bètablokkers geschikt voor de behandeling van angina pectoris, hypertensie en bepaalde vormen van ritmestoornissen. Andere bètablokkers grijpen meer wijdverspreid aan en blokkeren overal in het lichaam de effecten van noradrenaline, waaronder het vernauwen van bloedvaten en het veroorzaken van tremor en zweten. Daardoor kunnen deze bètablokkers worden gebruikt ter bestrijding van de lichamelijke symptomen die deze stof veroorzaakt, zoals een tremor. De bètablokkers behandelen niet de onderliggende oorzaak van de symptomen.

Doordat ze de werking van noradrenaline op de bloedvaten in het hoofd kunnen blokkeren, zijn bètablokkers ook effectief bij de behandeling van migraine. Tegen glaucoom helpen ze doordat ze de vorming van oogvocht in de oogbol verminderen, waardoor de druk in het oog afneemt. Ze worden dan als oogdruppels toegediend.

Gebruik

Wie angina pectoris heeft, een verhoogde bloeddruk of migraine, kan een langetermijnbehandeling met bètablokkers voorgeschreven krijgen. De arts kan beginnen met een lage dosis en die opvoeren totdat het gewenste effect bereikt is. In het ziekenhuis kan een bètablokker intraveneus worden toegediend bij ernstige angina pectoris of na een hartaanval.

Bètablokkers worden ook samen met andere middelen voorgeschreven, vooral in het geval van angina pectoris, hoge bloeddruk en hartfalen.

Bijwerkingen

Bètablokkers kunnen bepaalde aandoeningen van de luchtwegen verergeren. Ze worden dan ook liever niet, of alleen in lage dosering, voorgeschreven aan mensen die astma of een chronische obstructieve longziekte (COPD) hebben (gehad). Zo nodig kan worden gekozen voor cardioselectieve bètablokkers. Ook de combinatie van een bètablokker met insuline (Diabetes mellitus) moet worden vermeden omdat bètablokkers sommige tekenen kunnen maskeren van hypoglykemie (lage bloedsuiker).

Wie een bètablokker gebruikt, kan een veranderd slaappatroon ondervinden en merken dat zijn handen en voeten koud zijn omdat de bloedtoevoer daar verminderd is. Ook moeheid en duizeligheid kunnen optreden. Mannen worden soms impotent. In zeldzame gevallen kunnen bètablokkers huiduitslag en droge ogen veroorzaken. Al deze bijwerkingen zijn over het algemeen uitgesprokener en frequenter bij oudere mensen.

Indien gestopt dient te worden met een bètablokker, zal de arts uitleggen hoe de dosis geleidelijk af te bouwen is, om te voorkomen dat de bloeddruk plotseling weer stijgt, de angina pectoris terugkomt of een nieuwe hartaanval optreedt.

Let op

Stop niet plotseling met het nemen van een bètablokker zonder overleg met uw arts. Dit kan de bloeddruk doen stijgen, angina pectoris verergeren en het risico op een hartaanval vergroten.

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.