Na de bevalling gaan de borsten colostrum produceren; deze vloeistof is rijk aan voeding en antistoffen. Hierna komt de melkproductie op gang. De baarmoeder, baarmoederhals, vagina en buik, die in de zwangerschap groter zijn geworden, worden weer normaal van grootte.
Tijdens de zwangerschap raken de melkklieren, die bij niet-zwangere vrouwen inactief zijn, geleidelijk in staat melk te produceren ter voorbereiding op de voeding voor de pasgeborene. Ze vermeerderen ook in aantal, om genoeg melk te kunnen produceren.
- Veranderingen in de borsten
- Het aantal melkklieren in de borsten wordt tijdens de zwangerschap veel groter. Na drie maanden kunnen ze colostrum produceren, en wanneer de baby is geboren, kunnen ze maximaal ongeveer 1 liter melk per dag aanmaken.

- Melkklier
- Nieuwe melkklier
- Vergrote melkklier
- Tijdens zwangerschap
- Voor zwangerschap
De baarmoeder begint meteen na de geboorte te krimpen en blijft dat gedurende zes tot acht weken doen, daarbij geholpen door hormonen die in het lichaam van de moeder circuleren. Dit kan de eerste weken gepaard gaan met pijn (naweeën), maar die verdwijnt snel.
- Een week na de bevalling
- Eén week na de bevalling is de baarmoeder ongeveer de helft zo groot als hij direct na de bevalling was.

- Verdikte baarmoeder
- Opgerekte vagina
- Zes weken na de bevalling
- Na zes weken is de baarmoeder gekrompen (tot bijna normale grootte) en heeft zijn oude positie ingenomen.

- Samengetrokken baarmoeder
- Vagina is weer normaal