Ronde samenklonteringen van chemische afvalproducten van verschillende afmetingen, die zich geleidelijk in de blaas vormen
Als afvalproducten in de urine kristalliseren, kunnen stenen in de blaas ontstaan. Ongeveer acht van de tien stenen bestaan uit calcium dat afkomstig is van een teveel aan zouten in de urine. De meeste hebben een diameter van 2mm tot 2cm; sommige zijn groter. Blaasstenen komen ongeveer driemaal zoveel voor bij mannen als bij vrouwen en vaker bij mensen boven 45 jaar.
De aandoening kan tot ontwikkeling komen als er urine in de blaas achterblijft (zie Urineretentie). Ook komt deze vaker voor bij mensen die last hebben van regelmatige of chronische urineweginfecties (zie Blaasontsteking). Bovendien kunnen aandoeningen zoals jicht leiden tot verhoogde hoeveelheden afvalstoffen in de urine en zo de vorming van blaasstenen bevorderen.
Een kleine blaassteen hoeft geen klachten te geven. Als een steen groter wordt, kan hij het slijmvlies van de blaas gaan irriteren en klachten veroorzaken:
- pijnlijk en moeizaam plassen;
- frequente aandrang tot urineren;
- bloed in de urine.
Raadpleeg uw huisarts als u een van deze klachten hebt. Zonder behandeling kan een steen de spieren van de blaaswand irriteren en aandrang (incontinentie) veroorzaken. Een steen die de blaashals verstopt, kan urineretentie of blaasontsteking veroorzaken.
Als uw huisarts vermoedt dat zich stenen in uw blaas bevinden, zal deze een röntgenfoto van uw buik laten maken en een echo of röntgenfoto’s van uw urinewegen (zie Intraveneuze urografie). Ook kan de arts monsters van uw urine laten onderzoeken op tekenen van een ontsteking en om een onderliggende aandoening uit te sluiten. Bovendien kan een cystoscopie worden uitgevoerd om het slijmvlies van de blaaswand te bestuderen.
- Blaassteen
- De röntgenfoto toont een grote blaassteen. Zo’n grote steen in de blaas kan ervoor zorgen dat plassen pijnlijk is en moeizaam gaat.

- Wervelkolom
- Blaassteen
- Bekken
Als er blaasstenen worden geconstateerd, kunnen ze soms worden verpulverd met ultrageluidsgolven (zie Vergruizing). De resten van de steen worden na de behandeling met de urine uitgeplast. Als de stenen erg groot zijn, kan een operatie nodig zijn om ze te verwijderen (via de plasbuis of open operatie).
Blaasstenen komen vaak terug. Ongeveer drie van de vijf mensen bij wie blaasstenen met succes zijn verwijderd, krijgen ze binnen zeven jaar opnieuw, tenzij de oorzaak kan worden behandeld.
- Leeftijd
- Kan iedere volwassene treffen, maar komt veel vaker voor boven 45 jaar
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Komt vaker voor bij mannen
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis