Aplastische anemie

Medische encyclopedie

Een vorm van anemie waarbij het beenmerg helemaal geen nieuwe bloedcellen meer aanmaakt

Het bloed bevat witte bloedlichaampjes, rode bloedlichaampjes en bloedplaatjes. Deze cellen worden helemaal of grotendeels in het beenmerg geproduceerd. Bij mensen met aplastische anemie maakt het beenmerg echter geen stamcellen, de beginvorm van de bloedcellen, waardoor er te weinig bloedcellen zijn.

De oorzaken

In de helft van de gevallen blijft de oorzaak onbekend. Een enkele keer is een overgeërfd abnormaal gen de oorzaak. Als de oorzaak bekend is, spreekt men van secundaire aplastische anemie.

Secundaire aplastische anemie ontstaat soms na een ernstige virusinfectie, bijvoorbeeld hepatitis (zie Acute hepatitis). De aandoening kan ook na chemotherapie of radiotherapie ontstaan, want beide behandelingen kunnen een vermindering in de productie van bloedcellen in het beenmerg tot gevolg hebben. Blootstelling aan chemicaliën, zoals benzeen, en aan sommige antibiotica bijvoorbeeld sulfonamiden, kan ook tot secundaire aplastische anemie leiden.

Een enkele keer is aplastische anemie het gevolg van een auto-immuunziekte (Auto-immuunziekten) waarbij het immuunsysteem antilichamen produceert die zich tegen de eigen stamcellen richten en die vernietigen.

De symptomen

Het tekort aan rode bloedlichaampjes geeft de volgende symptomen:

  • vermoeidheid en een gevoel van slapte;
  • bleke huid;
  • kortademigheid bij lichte inspanning.

Een tekort aan bloedplaatjes, de kleine cellen die een rol bij de stolling spelen, kan leiden tot het snel krijgen van blauwe plekken en spontane bloedingen, vooral van het tandvlees en de neus. Een tekort aan witte bloedlichaampjes, een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem, maakt de patiënt kwetsbaar voor bacterie- en schimmelinfecties. Dat kan levensgevaarlijk zijn doordat het immuunsysteem niet adequaat meer kan reageren.

De behandeling

De arts zal de diagnose bevestigen met een bloedtest om het aantal bloedcellen te tellen en met een beenmergpunctie (rechts)voor een celmonster.

Als de onderliggende oorzaak wordt behandeld, herstelt het beenmerg zich soms. Auto-immuunziekten kunnen worden behandeld met immunosuppressieve middelen of corticosteroïden. Tot de patiënt hersteld is, kunnen bloedtransfusies en antibiotica nodig zijn om infecties te voorkomen of behandelen. Als deze behandelingen niet helpen, kan een beenmergtransplantatie uitkomst brengen.

De prognose

Als er in een vroeg stadium met behandeling wordt begonnen, kan iemand volledig genezen. In sommige gevallen is de aandoening echter fataal. Een geslaagde beenmergtransplantatie kan levensreddend zijn.

Risicofactoren

Erfelijkheid
Zelden, dan veroorzaakt door een abnormaal gen
Geen factoren van betekenis
Geen factoren van betekenis
Leefwijze
Blootstelling aan chemicaliën als benzeen is een risicofactor
Leeftijd
Geen factoren van betekenis
Geslacht
Geen factoren van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.