Onderzoek om afwijkingen in aantal of structuur van bloedcellen vast te stellen
In het bloed komen drie typen cellen voor: rode bloedcellen die hemoglobine bevatten (een pigment dat zuurstof transporteert), witte bloedcellen die het lichaam helpen bij de bestrijding van ziekten, en bloedplaatjes, kleine cellen die een rol spelen bij de stolling.
Van elk van de drie typen cellen worden, in een klein volume bloed, de aantallen geteld, de gemiddelde doorsnede bepaald en de vorm beoordeeld. Dit gebeurt door automaten die binnen een paar minuten ongeveer 10.000 cellen kunnen tellen en beoordelen. Handmatig tellen van cellen in telkamers met behulp van een microscoop gebeurt niet veel meer. Het beoordelen van de vorm van de cellen kan door hetzelfde apparaat worden uitgevoerd, maar bij sterk afwijkende vormen, zoals bij leukemie, wordt dit nog handmatig uitgevoerd. Een druppeltje bloed wordt op een glasplaatje uitgesmeerd en onder een microscoop bekeken (bloeduitstrijkje).
Elke milliliter bloed bevat ongeveer drie tot vijf miljard rode cellen, vier tot tien miljoen witte cellen en iets minder dan een half miljard bloedplaatjes. De witte bloedcellen zijn nog verder onder te verdelen, bijvoorbeeld in neutrofielen en lymfocyten. Deze aantallen cellen worden bepaald door de hematologieautomaten. Tevens worden bepaald de fractie van het totale bloedvolume dat wordt ingenomen door de rode cellen, de zogenoemde hematocrietwaarde, en de hoeveelheid van het zuurstoftransporterend eiwit, de hemoglobineconcentratie.
Als het aantal rode bloedcellen of de hemoglobineconcentratie lager is dan normaal, spreekt men van bloedarmoede. De gemiddelde omvang van de rode bloedcellen kan een aanwijzing zijn voor de oorsprong van de bloedarmoede, bijvoorbeeld gebrek aan ijzer, vitamine B12 en/of foliumzuur.
Als het aantal witte bloedcellen veel groter is dan normaal, kan de oorzaak daarvan leukemie zijn, een stoornis in het beenmerg waarbij de aanmaak nauwelijks meer wordt geremd (Leukemie). Een minder grote stijging duidt echter meestal op een infectie of ontsteking ergens in het lichaam. Zo kan een toename van de zogenoemde neutrofiele granulocyten wijzen op een bacteriële ontsteking, terwijl een toename van een ander subtype, de lymfocyten, eerder op een virusinfectie wijst.
Als het totale aantal witte bloedcellen lager is dan normaal, kan het immuunsysteem verzwakt zijn. Dit kan onder andere het gevolg zijn van chemotherapie, ondervoeding of een hiv-besmetting, waarbij met name één soort lymfocyten (de T-helpercellen)sterk verlaagd is.
Bloedplaatjes spelen een grote rol in het stoppen van bloedingen door het bloed te helpen stollen. Bij een te laag aantal bloedplaatjes (bij chemotherapie, grootschalige stolling of sterk vergrote milt)ontstaat een bloedingsneiging (Trombocytopenie), wat gemakkelijk kan leiden tot inwendige bloedingen.
- Cellen in een bloedmonster
- Deze zeer sterke vergroting van een bloedmonster op een glasplaatje laat normale rode en witte bloedcellen zien.

- Rode bloedcellen
- Witte bloedcellen
Hierbij wordt een druppeltje bloed op een glasplaatje gesmeerd, waardoor het een dunne film vormt. Met speciale stoffen kleurt men het bloed om de cellen beter zichtbaar te maken. Vervolgens bestudeert men het monster onder de microscoop. Zo kunnen bijvoorbeeld parasieten in het bloed worden ontdekt. Ook spoort men zo cellen met een abnormale vorm op, die niet met de machine kunnen worden gevonden, zoals sikkelvormige rode bloedcellen die kenmerkend zijn voor sikkelcelanemie. Het bloeduitstrijkje is ook voor de diagnose van leukemie noodzakelijk.