Het bloed transporteert zuurstof en voedingsstoffen naar alle delen van het lichaam en voert kooldioxide en andere afvalproducten af. Zuurstof wordt door rode bloedlichaampjes vervoerd. Zij vormen bijna de helft van het bloedvolume. Verder bevat bloed witte bloedlichaampjes, die infecties bestrijden, en bloedplaatjes, kleine cellen die helpen bloedstolsels te vormen om beschadigde bloedvaten af te dichten.
Een ziekte van het bloed kan worden veroorzaakt door een abnormaliteit in het aantal, de inhoud of de vorm van een of meer van de soorten bloedcellen. De eerste delen van dit hoofdstuk gaan over de diverse soorten anemie. Bij dit type aandoening is er een tekort aan hemoglobine, het zuurstofbindende pigment in rode bloedlichaampjes, door een aanmaakstoornis, chronisch verlies of een afbraak van rode bloedlichaampjes in een te hoog tempo. Daarna worden ziekten besproken waarbij het bloed te langzaam of te snel stolt. Sommige van die aandoeningen zijn erfelijk, bijvoorbeeld hemofilie A en B en de ziekte van Von Willebrand. Bij deze ziekten zijn er afwijkingen in de genen die verantwoordelijk zijn voor de productie van bepaalde stollingsfactoren.
De diverse vormen van bloedkanker, ook wel leukemie genoemd, worden ook besproken. Deze ziekten zijn het gevolg van een overproductie van witte bloedlichaampjes, die de productie van normale bloedcellen in het lichaam onderdrukken. Het laatste deel van het hoofdstuk gaat over polycytemie, een ziekte waarbij te veel rode bloedlichaampjes worden geproduceerd.

- Wit bloedlichaampje (lymfocyt)
- Bloedplaatje
- Rood bloedlichaampje
- Plasma
- Wit bloedlichaampje (neutrofiel)
Zie Bloed, lymfvaatstelsel en immuunsysteem voor meer informatie over de structuur en de functie van het bloed.