Snelle, ongecoördineerde elektrische prikkels in de boezems
Boezemfibrilleren is de meest voorkomende vorm van snelle, onregelmatige hartslag. Ongeveer 10 procent van de mensen boven de zestig heeft er last van. Tijdens boezemfibrilleren trekken de boezems zich praktisch niet samen, maar er heersen wel talrijke, snelle, ongecoördineerde elektrische prikkels. Slechts een deel van die elektrische prikkels wordt via de AV-knoop naar de kamers doorgegeven. Die kamers slaan daardoor ook sneller dan normaal: meestal 100 tot 160 slagen per minuut. Omdat de boezems en kamers zich niet langer in een vast patroon met elkaar samentrekken, wordt de hartslag in tijd en kracht onregelmatig, waardoor er minder bloed wordt rondgepompt.
De gevaarlijkste complicatie van boezemfibrilleren is een beroerte door een stolsel uit het hart dat in de hersenvaten blijft steken (zie Trombose en embolie, Trombose en embolie).
Boezemfibrilleren kan zonder duidelijke oorzaak optreden, vooral bij oudere mensen, maar meestal is er eerst een aandoening waardoor de boezems groter worden. Het gaat om aandoeningen zoals hoge bloeddruk (zie Hoge bloeddruk (hypertensie)), coronaire hartziekten en klepafwijkingen. Roken, te weinig beweging, vet eten en overgewicht zijn voor veel van deze aandoeningen risicofactoren. Boezemfibrilleren komt ook veel voor bij mensen met een overactieve schildklier (zie Hyperthyreoïdie, Hyperthyreoïdie) of een laag kaliumniveau in het bloed. Ook mensen die te veel alcohol gebruiken, kunnen er last van krijgen.
Er treden niet altijd klachten op, maar als ze er zijn, komen ze plotseling op. De volgende klachten kunnen af en toe of aanhoudend voorkomen:
- hartkloppingen (zich bewust zijn van een onregelmatige of abnormaal snelle hartslag);
- een licht gevoel in het hoofd;
- kortademigheid;
- pijn op de borst.
De arts kan boezemfibrilleren vermoeden als u een snelle onregelmatige pols hebt. De diagnose zal worden bevestigd met een elektrocardiogram. Een bloedtest kan uitwijzen of er een onderliggende oorzaak zoals hyperthyreoïdie is.
Als er een onderliggende oorzaak, zoals hoge bloeddruk of hyperthyreoïdie, wordt gevonden, zal behandeling van die aandoening vaak ook het boezemfibrilleren genezen. Boezemfibrilleren wordt meestal behandeld met medicijnen tegen hartritmestoornissen (Geneesmiddelen tegen ritmestoornissen), bètablokkers (Bètablokkers) en digitalis (Digitalisbevattende middelen). Deze medicijnen vertragen de geleiding van elektrische prikkels van de boezems naar de kamers, zodat de kamers voldoende tijd tussen twee slagen hebben om zich met bloed te vullen. Het onregelmatige ritme wordt vervolgens met andere medicijnen behandeld. Zo lang het boezemfibrilleren duurt, krijgt u ook het antistollingsmiddel coumarine om de kans op bloedstolsels en daarmee een beroerte te verkleinen (zie Antistollingsmiddelen, Thrombolytica). Bij sommige mensen met aanvallen van boezemfibrilleren kan met behulp van een katheter een gebiedje in de hartboezems worden weggebrand, zodat de ritmestoornis niet meer terugkeert. Daarna wordt dan gewoonlijk een pacemaker (Pacemaker (behandeling)) geïmplanteerd.
- Leeftijd
- Komt vaker voor bij mensen boven 60 jaar
- Roken, vet eten, overmatig alcoholgebruik, te weinig beweging en overgewicht zijn risicofactoren
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt vaker voor bij mannen
- Leefwijze
- Roken, vet eten, overmatig alcoholgebruik, te weinig beweging en overgewicht zijn risicofactoren
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis