Individuele cellen of kleine stukjes weefsel die worden gescreend of getest om een diagnose te stellen
Een celmonster is materiaal bestaande uit lossen cellen die men op de een of andere manier van het lichaam heeft afgenomen. Celmonsters worden meestal gebruikt om ziekten zoals kanker op te sporen. Het verzamelen van celmonsters is een veilige en gewoonlijk pijnloze procedure die door de arts of een assistent kan worden uitgevoerd.
Celmonsters verkrijgt men door cellen van een oppervlak te schrapen, zoals bij de baarmoederhals, of door ze weg te spoelen van slijmvliezen, zoals die van de luchtwegen. In andere gevallen kan men cellen winnen uit lichaamsvocht, zoals urine of speeksel. Cellen die uit vocht worden gewonnen, moet men eerst hiervan scheiden. Door het buisje met vloeistof en cellen heel hard rond te draaien (centrifugeren), zakken de cellen naar de bodem van de buis en kan men ze vervolgens opzuigen. Daarna worden ze op een glasplaatje overgebracht en voorzichtig uitgesmeerd. Voor men ze kan bestuderen, behandelt men de cellen met een fixatiemiddel om ze vast te hechten op het glaasje. Daarna volgt een kleuring om ze beter zichtbaar te maken voor microscopisch onderzoek. Individuele cellen die van een weefseloppervlak zijn genomen worden gewoonlijk direct op een glasplaatje overgebracht. Cellen kunnen ook van een vaste weefselmassa worden gewonnen, zoals een gezwel in de borst, met behulp van een dunne naald.
Een weefselmonster is materiaal bestaande uit een stukje weefsel dat men op de een of andere manier van het lichaam heeft afgenomen. Het afnemen van een weefselmonster voor onderzoek wordt een biopsie genoemd. Weefselmonsters worden gewoonlijk alleen afgenomen als andere testen geen uitsluitsel hebben kunnen geven over een diagnose of als men een ernstige ziekte, zoals kanker vermoedt.
Bij het nemen van een weefselmonster bestaat een klein risico op bloedingen of beschadiging van omliggende organen. Weefselmonsters kunnen van bijna ieder deel van het lichaam worden genomen, en de procedure is afhankelijk van de plaats. Zo worden huidmonsters van 3-5 mm doorsnede verwijderd met behulp van een soort ‘appelboortje’ (zie huidbiopsie). Stukjes weefsel ter grootte van een dunne lucifer kunnen met een biopsienaald van inwendige organen worden afgenomen. Als bijvoorbeeld levercirrose wordt vermoed, kan een monster van leverweefsel worden afgenomen en geanalyseerd om de diagnose met zekerheid te stellen en om vast te stellen hoe ver de ziekte gevorderd is (zie leverbiopsie).
Ook kunnen monsters worden genomen van een weefsel dat operatief is verwijderd. Zo wordt bij dikkedarmkanker een stuk van de dikke darm weggehaald. Het weefselonderzoek (ook wel histologisch onderzoek genoemd) dient dan om na te gaan of de tumor in zijn geheel verwijderd is. Wat dat betreft kan het histologisch onderzoek nooit zekerheid geven, want ook al lijkt de tumor geheel verwijderd, de tumor kan zich al op dat moment hebben uitgezaaid naar lymfeklieren, lever en andere organen zonder dat daar enig zichtbaar teken van is.
Het weefselmonster wordt ondergedompeld in een fixerende vloeistof, vrijwel altijd formaline. Na ontwatering wordt het in een blokje was gegoten om het hanteerbaar te maken voor verdere bewerking. Daarna wordt het in flinterdunne plakjes (coupes) gesneden en gekleurd, zodat afwijkende cellen gemakkelijk kunnen worden aangetoond. De bewerking van weefsel kan enkele dagen duren. In uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld tijdens een operatie) is het mogelijk om binnen ongeveer een halfuur een histologische diagnose te hebben. Daarvoor wordt het weefsel diepgevroren en vervolgens in dunne plakjes gesneden.