De weefsels en cellen reageren op hun omgeving door chemische stoffen af te geven aan het bloed. Een stoornis kan leiden tot abnormale hoeveelheden van de stof in het bloed, wat met chemische testen kan worden vastgesteld. De uitslagen helpen de arts bij het opsporen en vaststellen van een ziekte. In sommige gevallen herhaalt men de test om het verloop van een aandoening te volgen.
Dit hoofdstuk begint met de gebruikelijke analyses die op bloed- en urinemonsters worden uitgevoerd. Door het vaststellen van abnormale hoeveelheden chemische stoffen kan men allerlei ziekten opsporen, waaronder nier- en leveraandoeningen, diabetes mellitus, bot- en spierziekten en hartaanvallen.
Daarna worden meer gespecialiseerde analyses van bloed en urine besproken. Hiertoe behoren metingen van het cholesterolgehalte (een verhoogd cholesterol geeft een groter risico op het krijgen van een beroerte of hartaanval) en metingen van hormonen, bijvoorbeeld het schildklierhormoon. Andere metingen zijn onder meer gericht op ontstekingen, die vaak worden uitgevoerd als de diagnose niet eenduidig is. Ook de ontlasting kan op de aanwezigheid van bloed worden bekeken, een routinetest als men dikkedarmkanker vermoedt.
- De resultaten
- Chemische testen doet men meestal met apparaten die de verschillende stoffen tegelijkertijd kunnen meten. De resultaten worden automatisch gegenereerd.
