Malabsorptie doordat de darm is aangetast door een reactie op gluten, een eiwit dat in veel voedselproducten voorkomt
Coeliakie, ook wel spruw genoemd, is een aandoening die wordt veroorzaakt door het eiwit gluten dat wordt aangetroffen in tarwe, rogge en gerst, en in mindere mate in haver. Bij mensen die de ziekte hebben, is de wand van de dunne darm zo aangetast dat voedsel niet afdoende kan worden opgenomen (zie Malabsorptie). Hoe de aantasting precies in zijn werk gaat, is niet zeker, maar de oorzaak lijkt te liggen in een immuunreactie, waarbij antilichamen tegen gluten worden gevormd. De malabsorptie die daarvan het gevolg is, kan tot een tekort aan allerlei voedingsstoffen leiden, waaronder vitaminen en mineralen die voor een goede gezondheid onontbeerlijk zijn. Coeliakie komt soms in families voor, wat lijkt te wijzen op een erfelijke factor.
Bij baby’s verschijnen de symptomen al snel nadat voor het eerst granen aan het dieet zijn toegevoegd, gewoonlijk op de leeftijd van drie tot vier maanden. Bij volwassenen ontwikkelen de klachten zich meestal langzaam. De klachten zijn:
- veel losse, sterk ruikende ontlasting die er vettig uitziet;
- opgezwollen buik en winderigheid;
- gewichtsverlies;
- zwakheid en vermoeidheid;
- in sommige gevallen een aanhoudende, jeukerige uitslag op knieën, billen, ellebogen en schouders.
Baby’s en kinderen kunnen ook nog last hebben van
- diarree;
- te weinig groei of gewichtstoename;
- spierweefselverlies, vooral van de billen.
Tekorten aan vitaminen en mineralen kunnen leiden tot aandoeningen zoals anemie (bloedarmoede) door ijzertekort (Anemie door ijzertekort) en osteomalacie (Osteomalacie en rachitis), een ziekte die wordt veroorzaakt door een tekort aan vitamine D en calcium. Zonder behandeling kan coeliakie het risico op kanker doen toenemen, vooral van de dunne darm.
Uw huisarts kan op grond van uw klachten vermoeden dat u coeliakie hebt, zeker als u de uitslag hebt die boven beschreven is. Een bloedtest waarbij naar antilichamen wordt gezocht, kan de diagnose bevestigen. Bij een baby kan de diagnose worden verondersteld als de symptomen optreden vlak nadat vast voedsel in het dieet is opgenomen.
Om zeker te zijn van de diagnose wordt een weefselmonster genomen van de wand van de dunne darm. Dit wordt gedaan met behulp van een endoscoop die via de mond wordt ingebracht (zie Endoscopie bovenste spijsverteringsorganen). Bij microscopisch onderzoek van dit weefsel blijkt dat de darmwand vlak is. Ook kan er een bloedtest worden afgenomen om te zien of u bloedarmoede hebt.
De behandeling van coeliakie bestaat uit het vermijden van voedsel met gluten. Het dieet wordt dan niet eenvoudig, uw arts zal u daarom verwijzen naar een diëtist.
U dient eten te vermijden met tarwe, rogge en gerst en, heel soms, haver. Van de granen zijn alleen rijst, maïs en mogelijk haver geschikt. Het is niet verstandig om gewone mosterd, pasta (spaghetti, e.d.), couscous, slasaus en sommige margarines te gebruiken, omdat deze tarwe of tarwe-extracten bevatten, en u dient geen bier te drinken. Na de diagnose kunt u supplementen Voedingssupplementen met vitaminen en mineralen en mineralen nodig hebben. Van veel producten zijn glutenvrije varianten te verkrijgen.
Het verwijderen van alle gluten uit het dieet zorgt in het algemeen voor een grote en snelle verbetering, en de symptomen kunnen ten slotte helemaal verdwijnen. Coeliakie is echter een chronische aandoening en kan terugkeren zo gauw gluten worden gegeten. Aangezien de ziekte soms in families voorkomt, kan het bloed van familieleden van een patiënt worden onderzocht om vast te stellen of ze antilichamen kenmerkend voor de ziekte hebben aangemaakt.
- Leeftijd
- Komt gewoonlijk in het eerste levensjaar voor, maar kan zich op iedere leeftijd ontwikkelen
- Komt soms in bepaalde families vaker voor
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt vaker voor bij vrouwen
- Erfelijkheid
- Komt soms in bepaalde families vaker voor
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis