Een groep ontstekingsremmende middelen, gebruikt bij verschillende ziekten van de ademhalingswegen
- beclometason
- budesonide
- fluticason
- predniso(lo)n
Corticosteroïden (Corticosteroïden) zijn geneesmiddelen die verwant zijn aan natuurlijke bijnierschorshormonen. Ze worden bij de behandeling van luchtwegaandoeningen gebruikt om hun ontstekingsremmende effect. Ze worden vooral toegepast om astma-aanvallen te voorkomen. Ook bij een opflikkering van COPD (Chronisch obstructief longlijden () worden ze gebruikt, vooral ter bestrijding van de vaak aanwezige ontsteking in de kleinere luchtwegen en soms gecombineerd met een antibioticum. In zeldzame gevallen worden ze ook voorgeschreven bij sarcoïdose (Sarcoïdose) en interstitiële fibrose (Longfibrose), ziekten waarbij het longweefsel ontstoken is. Sporadisch worden ze voorgeschreven bij ontstekingen van de neus en de neusbijholten ten gevolge van hooikoorts (zie Allergische rhinitis).
Bij een astma-aanval treedt, naast een samentrekken van de spiercellen in de wand van de luchtwegen, een ontstekingsreactie op in de bekleding van de luchtwegen in de longen. Er ontstaat een verdere vernauwing van de ademwegen met verminderde luchtdoorstroming. Corticosteroïden hebben een gunstig effect op de ontsteking in de wand van de luchtwegen. Doordat de ontsteking afneemt, worden de luchtwegen meer doorgankelijk. Het gebruik van inhalatiecorticosteroïden werkt preventief en voorkomt zo astma-aanvallen. Bij sarcoïdose en interstitiële fibrose werken de corticosteroïden ontstekingsremmend en weefselsparend. Hun gunstige effect bij hooikoorts berust op het feit dat ze inwerken op de bloedvaatjes in de neus en de bijholten.
Als iemand regelmatig een astma-aanval heeft en daarom meermalen per week een bronchusverwijdend middel moet gebruiken, kan de arts kiezen voor inhalatiecorticosteroïden. Dagelijks gebruik van een inhaler met corticosteroïden kan de aanvalsfrequentie verminderen en zelfs helemaal doen verdwijnen. Na een hevige astma-aanval wordt soms gedurende enkele dagen corticosteroïden in tabletvorm voorgeschreven. Bij ernstige astma is het soms onvermijdelijk een lage onderhoudsdosis van een oraal corticosteroïd te geven. Bij opname in het ziekenhuis ten gevolge van een hevige aanval worden de corticosteroïden gedurende een aantal dagen intraveneus gegeven. Patiënten met interstitiële fibrose of sarcoïdose moeten vaak maanden- tot jarenlang een oraal corticosteroïd gebruiken.
Wie enkele weken of nog langer orale corticosteroïden gebruikt, mag daarmee niet plotseling stoppen. Het lichaam heeft in deze periode de eigen productie verlaagd en de bijnieren moeten langzaam weer hun productie opbouwen. Daarom is het belangrijk de dosering van de corticosteroïden geleidelijk te verminderen. De behandelend arts of de apotheker zal de patiënt die orale corticosteroïden neemt, richtlijnen en bij voorkeur een medicijnenkaartje meegeven die de patiënt te allen tijde bij zich moet dragen.
Geïnhaleerde corticosteroïden kennen, omdat ze ter plekke hun werking verrichten en nauwelijks elders in het lichaam terechtkomen, bijna geen bijwerkingen. De meest voorkomende is een schimmelinfectie van het mondslijmvlies en/of de slokdarm (zie Candidiasis, Candidiasis). Ter voorkoming hiervan moet de patiënt na het gebruik van de inhaler zijn mond met water naspoelen. Om het risico van bijwerkingen bij langdurig gebruik te beperken, zal de arts de dosering zo laag mogelijk houden. Helaas valt het niet uit te sluiten dat er toch bijwerkingen optreden in de vorm van verhoogde gevoeligheid voor infecties, botontkalking (zie Osteoporose, Osteoporose), staar (Staar), blauwe plekken, acuut glaucoom (Acuut glaucoom) en vertraging van het groeiproces bij kinderen.
Stop niet plotseling met orale corticosteroïden als u ze langdurig gebruikt, maar raadpleeg eerst uw arts.