Dementie

Medische encyclopedie

Afname van de verstandelijke vermogens door hersenaandoeningen

Dementie is een combinatie van geheugenverlies, verwardheid en algehele verstandelijke achteruitgang. De aandoening is belastend voor de patiënt, de familie en vrienden, maar uiteindelijk beseft de patiënt zelf vaak niet meer wat er iets mis is. Alleen een slecht geheugen is geen teken van dementie, want achteruitgang van het geheugen (vooral moeite met het onthouden van namen) hoort bij het ouder worden. Dementie komt relatief veel voor bij ouderen; ongeveer één op de tien mensen ouder dan vijfenzestig jaar lijdt eraan. Doorgaans is dementie een voortschrijdende, onbehandelbare aandoening; in ongeveer 5 procent van de gevallen is er echter een onderliggende oorzaak die wél kan worden behandeld. Een ernstig depressieve oudere kan dement lijken doordat er een aantal gemeenschappelijke kenmerken is, zoals concentratiestoornis en vergeetachtigheid.

De oorzaken

Bij dementie is er sprake van een afname van het aantal hersencellen, zodat het hersenweefsel slinkt. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak van dementie. Bij vasculaire dementie (Vasculaire dementie) wordt de bloedstroom in de kleine vaten van de hersenen door stolsels geblokkeerd. Minder algemene oorzaken van dementie zijn de ziekte van Huntington, de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en de ziekte van Parkinson.

Dementie kan ook bij jonge mensen voorkomen. Mensen met aids (Hiv-infectie en aids) kunnen dementie krijgen. Ook alcoholisten hebben een verhoogd risico. Daarbij staan vooral geheugenstoornissen op de voorgrond (zie Syndroom van Wernicke-Korsakoff, Syndroom van Wernicke-Korsakoff). Dit komt gedeeltelijk door rechtstreekse schade aan de hersenen en gedeeltelijk door slecht eten, wat tot vitamine B1-gebrek leidt. Bij pernicieuze anemie (Megaloblastaire anemie) is er gebrek aan vitamine B12. Als dit ernstig is, kan dementie optreden. Dementie kan ook op ernstig hersenletsel volgen (Aandoeningen van hersenen en ruggenmerg).

Bepaalde medicijnen, zoals anti-epileptica en antidepressiva, kunnen geheugenverlies veroorzaken dat op dat van dementie lijkt.

Dementie komt in sommige families vaker voor, wat erop kan wijzen dat erfelijke factoren een rol spelen.

Hersenactiviteit bij dementie
Op deze PET-scans is een groot gebied met normale activiteit te zien bij een gezonde persoon en verminderde activiteit bij een persoon met dementie.
Hersenactiviteit bij dementie
  1. Gebied met normale activiteit
  2. Gebied met verminderde activiteit
  3. Hersenen bij dementie
  4. Normale hersenen

De symptomen

De symptomen kunnen zich in een periode van maanden of jaren ontwikkelen, afhankelijk van de oorzaak. Het kan gaan om:

  • geheugenverlies, vooral bij het herinneren van recente gebeurtenissen;
  • geleidelijk verlies van geestelijke vermogens, zoals redeneren en begrijpen;
  • moeite met deelnemen aan gesprekken;
  • verkleinde woordenschat, praktische handelingen niet meer kunnen uitvoeren;
  • emotionele uitbarstingen;
  • ronddwalen en rusteloosheid;
  • verwaarlozing van de persoonlijke hygiëne.

In de beginstadia van de ziekte kan de patiënt angstig (zie Angststoornissen) of depressief worden doordat hij zich het geheugenverlies realiseert. Als dementie erger wordt, kan de patiënt steeds afhankelijker worden.

De diagnose

De huisarts zal de mentale toestand van de patiënt onderzoeken en de patiënt en de familieleden vragen stellen. Ook zal de arts naar een oorzaak zoeken om deze zo mogelijk te kunnen behandelen.

Soms volgt verwijzing naar een specialist voor nader onderzoek.

De behandeling

Als het geheugenverlies ontstaat door vitamine B1-gebrek of pernicieuze anemie, worden vitaminen geïnjecteerd. Als medicijnen de oorzaak zijn, wordt de medicatie bijgesteld. De meeste andere oorzaken kunnen niet worden behandeld, maar de symptomen kunnen met medicijnen worden verlicht. Een depressie zal men bijvoorbeeld behandelen met antidepressiva. Een heel klein aantal patiënten met de ziekte van Alzheimer heeft enige baat bij medicijnen.

Iemand met dementie heeft gewoonlijk thuishulp nodig (zie Thuiszorg, Thuiszorg).

Risicofactoren

Leeftijd
Komt meer voor boven 65 jaar
Risicofactor hangt af van de oorzaak
Geen factor van betekenis
Erfelijkheid
Komt in sommige families meer voor
Leefwijze
Risicofactor hangt af van de oorzaak
Geslacht
Geen factor van betekenis

U bevindt zich hier: