Gevoel van somberheid, vaak vergezeld van gebrek aan interesse en plezier in de normale dingen van het leven en verminderde energie
Somberheid is een begrijpelijke reactie op persoonlijke tegenslag en kan een tijd duren. Men spreekt van een depressie als nare, sombere gevoelens zodanig verergeren dat het dagelijkse leven moeilijk wordt. Depressie is een van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen. Afhankelijk van hoe ruim depressie wordt gedefinieerd, heeft 5 tot 20 procent van de mensen er op enig moment in hun leven last van, meestal rond het dertigste levensjaar. Vrouwen hebben er tweemaal zo vaak last van als mannen. Bij sommige mensen gaat de depressie na een paar dagen of weken vanzelf over. Anderen hebben echter professionele hulp nodig. In ernstige gevallen, bijvoorbeeld wanneer iemand een gevaar voor zichzelf is, is opname nodig.
Depressiviteit gaat vaak gepaard met angstverschijnselen (zie Angststoornissen). Er kan bijvoorbeeld een constant naar voorgevoel zijn of voortdurend tobben.
Een depressie kan zich ontwikkelen als iemand een stressvolle gebeurtenis te wachten staat in de vorm van verlies, zoals het verbreken van een relatie of een sterfgeval.
Een traumatische ervaring in de jeugd, zoals het verlies van een ouder, kan de vatbaarheid voor een depressie verhogen. Bovendien komen depressies in sommige families meer voor. Er zijn verschillende lichamelijke ziekten die een depressie kunnen uitlokken. Hiertoe behoren sommige infectieziekten, zoals de ziekte van Pfeiffer (Ziekte van Pfeiffer), neurologische stoornissen, zoals de ziekte van Parkinson, en hormoonstoringen, zoals het syndroom van Cushing. Hormonale veranderingen in de overgang of na een bevalling kunnen eveneens een depressie uitlokken (zie Postpartumdepressie).
Een aantal psychische stoornissen kan bij daarvoor gevoelige personen ook tot een depressie aanleiding geven. Hiertoe behoren fobieën, anorexia nervosa, alcoholverslaving en drugsverslaving. Sommige mensen zijn alleen in de winter depressief; dit heet een seizoensgebonden depressie. Depressie kan ook het gevolg zijn van het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals bètablokkers, bloeddrukverlagers en corticosteroïden. Een depressie heeft vaak geen eenduidige oorzaak, maar er zijn vele factoren die, in combinatie, ertoe aanleiding kunnen geven.
Kenmerkend voor depressiviteit zijn somberheid of zelfs wanhoop die ’s morgens het ergst is en gedurende het grootste deel van de dag aanwezig is en/of verlies van interesse en plezier in de normale dingen van het leven zoals werk en hobby’s. Andere veelvoorkomende symptomen zijn:
- Verminderde energie;
- Moeite met concentreren;
- Verminderd gevoel van eigenwaarde;
- Schuldgevoelens;
- Snel vol schieten;
- Onvermogen beslissingen te nemen;
- Gemakkelijk wakker worden en dan niet kunnen doorslapen (zie Slapeloosheid, Slaapstoornissen) of overmatige slaapbehoefte;
- Gevoel van wanhoop;
- Herhaaldelijk aan de dood denken;
- Gewichtsafname of -toename;
- Verminderde zin in seks (Seksuele problemen).
Bij ouderen kunnen andere symptomen optreden, zoals verwardheid, vergeetachtigheid en persoonlijkheidsveranderingen, die abusievelijk aan dementie kunnen worden toegeschreven (Dementie). Verwaarlozing van normale dagelijkse activiteiten zoals zelfverzorging en eten kan bij ouderen ook een teken van een depressie zijn. Er zijn vrijwel altijd lichamelijke klachten waarmee men zich dan bij de dokter kan melden, zoals vermoeidheid (zie Somatisatie) of die kunnen leiden tot lichamelijke problemen zoals constipatie of hoofdpijn.
Zeer ernstig depressieve mensen kunnen dingen zien of horen die er niet zijn. Zelfs waanvoorstellingen kunnen optreden. Iemand kan er bijvoorbeeld van overtuigd raken dat hij of zij van binnen ‘verrot’ is.
Een depressie kan bij een manische depressieve stoornis worden afgewisseld met perioden van grote opgewektheid (zie Manische depressiviteit, Manisch depressieve stoornis (MD)).
Zonder behandeling kan in zeldzame gevallen een depressieve stupor optreden, waarbij de patiënt nauwelijks meer spreekt of beweegt. Zonder behandeling kan een depressie het herstel van een lichamelijke aandoening vertragen en pijn verergeren. Een zeer depressief persoon kan zelfmoord plegen of een poging daartoe doen (zie Zelfmoordpoging of Zelfmoord, Zelfmoordpoging of zelfmoord). Bij een verhoogd suïciderisico en bij een langdurig bestaande ernstige depressie is psychiatrische hulp aangewezen.
Als u een lichte depressie hebt, gaat deze meestal over als u sympathie en steun van uw naasten krijgt (watchful waiting; waakzaam afwachten). Als u toch hulp nodig hebt, is dat geen teken van zwakte. Een depressie kan vaak goed worden behandeld en u moet een bezoek aan de dokter niet uitstellen als u zich continu somber voelt. Deze kan u onderzoeken en eventueel bloedonderzoek laten uitvoeren om te zien of er een lichamelijke oorzaak is. U kunt zich ook psychologisch laten onderzoeken (zie Psychologisch onderzoek).
Als een depressie is gediagnosticeerd, kunt u worden behandeld met medicijnen, psychotherapie of een combinatie van beide. In zeer ernstige gevallen wordt elektroshock toegepast.
- Verminderde hersenactiviteit bij depressiviteit
- Grote gebieden met lage activiteit in de hersenen van iemand met een depressie vergeleken met kleinere gebieden bij een niet-depressieve persoon.

- Normale activiteit
- Lage activiteit
- Hersenen van een gezonde persoon
- Normale activiteit
- Lage activiteit
- Hersenen van iemand met depressie
Meestal worden antidepressiva voorgeschreven. Er zijn verschillende soorten die verschillende lastige of soms gevaarlijke bijwerkingen geven. De werkzaamheid is van vrijwel alle antidepressiva gemiddeld gelijk. In overleg met uw arts wordt een middel uitgekozen dat bij u past. De stemming verbetert meestal bij twee van de drie mensen als zij het middel vier tot zes weken hebben genomen, hoewel sommige symptomen sneller verbeteren. Als er na zes weken weinig verbetering is of als er vervelende bijwerkingen zijn, kan de dosering worden bijgesteld of een ander middel worden gekozen of een middel worden toegevoegd. Als de depressie is opgeklaard, doet u er verstandig aan ten minste zes maanden door te gaan met antidepressiva in dezelfde dosis. Anders is er een behoorlijke kans op een terugval. Er is geen kans op verslaving bij antidepressiva. Het staken ervan moet geleidelijk gebeuren.
Als u depressief bent, kunnen steun en bemoediging van uw huisarts/specialist of anderen essentieel zijn. De arts kan u verwijzen voor een psychotherapeutische behandeling, zoals cognitieve gedragstherapie (Cognitieve therapie) om u te helpen negatieve denkpatronen te veranderen, of inzichtgevende psychotherapie om meer inzicht in de oorzaken van uw depressie te krijgen. Bij matig ernstige depressies kan psychotherapie even werkzaam zijn als medicijnen. Bij ernstigere vormen van depressie is het verstandig te beginnen met antidepressiva en later psychotherapie toe te voegen.
In het uiterste geval wordt wel elektroshock toegepast. Dit wordt gedaan onder algehele narcose. Er wordt een korte stroomstoot gegeven via elektroden op het hoofd om een epileptisch insult op te wekken. Meestal zijn zes tot twaalf behandelingen binnen een maand voldoende. Deze behandeling is vooral geschikt als er wanen zijn. Na ECT zijn altijd ook antidepressiva nodig om een terugval te helpen voorkomen.
Antidepressiva geven in 70 procent van de gevallen een verbetering van ten minste 50 procent. Als medicijnbehandeling en psychotherapie worden gecombineerd, verdwijnen de symptomen meestal binnen enkele maanden. Zonder behandeling blijven ze langer bestaan of komen sneller terug. Belangrijk is het te streven naar het volledig verdwijnen van de verschijnselen om de kans op terugval te zo klein mogelijk te maken. Bij sommige mensen kan depressiviteit jaren duren. Helaas is het zo dat depressies nogal eens terugkeren.
- Leeftijd
- Komt meer voor rond 30 jaar
- Komt in sommige families meer voor
- Eenzaamheid is een risicofactor
- Geslacht
- Komt meer voor bij vrouwen
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor
- Leefwijze
- Eenzaamheid is een risicofactor