Een kwaadaardige tumor in de wand van de dikke darm of de endeldarm
Kanker van dikke darm en endeldarm is de op de tweede plaats meest voorkomende oorzaak van overlijden aan kanker in Nederland. Het is een van de weinige soorten kanker die in een vroeg stadium kunnen worden ontdekt door het onderzoeken van mensen die tot een risicogroep behoren (zie Colonoscopie). Wanneer de aandoening vroegtijdig wordt ontdekt, kan ze vaak door middel van een operatie met succes worden bestreden.
Dikkedarm- en endeldarmkanker zijn onder veertig jaar zeldzaam en komen het meest voor bij mensen boven de zestig. In het algemeen komt endeldarmkanker meer voor bij mannen, en dikkedarmkanker meer bij vrouwen. Kanker kan zich overal in de dikke darm voordoen, maar ongeveer zes van de tien tumoren ontwikkelen zich in het deel dat dicht bij de endeldarm ligt.
In minder ontwikkelde landen, waar mensen traditioneel een vezelrijk dieet volgen dat uit granen, fruit en groenten bestaat, is darmkanker zeldzaam. Een typisch westers dieet, dat meestal vezelarm is en veel vlees en dierlijke vetten bevat, lijkt het risico op dikkedarmkanker te vergroten. Het is niet precies bekend hoe vezels in het dieet het risico op de aandoening kunnen doen afnemen. Een mogelijke verklaring is dat voedingsvezels de tijd bekorten die afvalstoffen in de darmen doorbrengen. Mogelijk kankerverwekkende stoffen (de zogenoemde carcinogenen) worden eerder uit het lichaam verwijderd. Andere factoren in de levenswijze, zoals overmatig alcoholgebruik, overgewicht en gebrek aan lichaamsbeweging, kunnen ook bijdragen aan de ontwikkeling van dikkedarmkanker. Waarom dit zo is, is onbekend.
Ongeveer één op de twintig gevallen van dikkedarm- en endeldarmkanker is het gevolg van aanleg voor een erfelijke vorm van kanker, hereditair (erfelijk)non-polyposis (niet veel poliepen) colorectaal (dikke darm en endeldarm) carcinoom (kanker), ofwel HNP CC. In zeldzame gevallen wordt darmkanker veroorzaakt door familiale adenomateuze polyposis (FAP), waarbij heel veel poliepen ontstaan in de dikke en endeldarm (zie Poliepen in de dikke darm, Poliepen in de dikke darm). Bij FAP is er een kans van 90 procent dat enkele poliepen in de loop van de tijd kwaadaardig worden.
Ontstekingen aan de dikke darm, zoals colitis ulcerosa (Colitis ulcerosa) of de ziekte van Crohn, vergroten op den duur het risico op kanker.
De klachten die darmkanker geeft, variëren naargelang de plaats van de tumor. Het kunnen zijn:
- veranderingen in frequentie van de stoelgang of vorm van de ontlasting;
- buikpijn;
- bloed in de ontlasting;
- pijn in de endeldarm of het gevoel dat de endeldarm niet geheel leeg is;
- verlies van eetlust.
De klachten van darmkanker kunnen worden verward met die van een minder ernstige aandoening zoals aambeien (Aambeien). Als geleidelijk te veel bloed wordt verloren, kan bloedarmoede (anemie) door ijzergebrek (Anemie door ijzertekort) het gevolg zijn. Symptomen van deze aandoening zijn een bleke huid, hoofdpijn en vermoeidheid. Als de tumor groter wordt, kan deze een darmafsluiting (Darmafsluiting (ileus)) veroorzaken.
U dient uw huisarts direct te waarschuwen als er zich bloed in uw ontlasting bevindt. Dikke- en endeldarmkanker zullen zich via het bloed verspreiden naar de lymfeklieren, lever en andere organen.
Bij een rectaal onderzoek, waarbij men met een gehandschoende vinger de endeldarm vanbinnen aftast, kan een tumor voelbaar zijn. De ontlasting kan op bloed worden onderzocht (Bloed in de ontlasting). Een bloedmonster kan worden onderzocht op bloedarmoede. De endeldarm kan met een kijkinstrument via de anus worden onderzocht. Uw huisarts kan u verwijzen voor een colonoscopie (Colonoscopie (test en behandeling)), waarbij een flexibele slang naar binnen wordt gebracht om de hele dikke darm te bekijken. Er kunnen tijdens de procedure biopten worden genomen voor microscopisch onderzoek. Ook kunnen röntgencontrastfoto’s (Röntgencontrastfoto’s) worden gemaakt, waarbij bariumpap via de anus wordt ingebracht om afwijkingen aan de dikke darm op te sporen. Indien een kwaadaardige tumor is ontdekt, volgt meestal een echografie of eventueel een CT-scan om te zien of de kanker zich heeft verspreid naar de lever.
Aan mensen met een naast familielid met darmkanker voor het vijftigste jaar of met twee naaste familieleden met darmkanker wordt vanaf vijfenveertig à vijftig jaar iedere drie tot zes jaar een colonoscopie aangeboden. Naaste familieleden van patiënten met HNP CC wordt geadviseerd iedere twee jaar een coloscopie te laten doen.
De behandeling van dikkedarmkanker hangt af van de plaats van de tumor. In de meeste gevallen van een vroege ontdekking kan het aangetaste deel van de darm worden verwijderd en kunnen de overblijvende delen aan elkaar worden vastgemaakt (Colectomie (behandeling)). Als, zoals soms het geval is, het grootste deel van de endeldarm verwijderd is, kan een colostomie noodzakelijk zijn (zie Colostomie). Bij deze procedure wordt in de buik een opening gemaakt, een stoma, waardoor de ontlasting wordt afgescheiden. Als de kanker niet kan worden genezen, is de behandeling gericht op het verlichten van de (pijn)klachten. Zo kan men operatief een darmafsluitend gezwel verwijderen. Als de kanker zich naar andere delen van het lichaam heeft verspreid, kunnen chemotherapie (Chemotherapie (behandeling)), bestraling (Radiotherapie (bestraling) (behandeling)) of beide noodzakelijk zijn voor de behandeling.
De meeste mensen bij wie de kanker in een vroeg stadium kan worden behandeld, leven langer dan vijf jaar. Het operatief verwijderen van aangetast weefsel in een verder gevorderde staat van de ziekte is succesvol bij vier van de vijf mensen. Als de kanker zich heeft verspreid, is de prognose slecht
- Dikkedarmkanker
- Op deze via de endoscoop gemaakte foto is een tumor in de wand van de dikke darm goed zichtbaar.

- Wand van de dikke darm
- Tumor
- Leeftijd
- Komt zelden voor onder 40 jaar; boven 40 jaar toenemend met de leeftijd
- In sommige gevallen is de aandoening erfelijk
- Een vet- en vleesrijk en anderzijds vezel- en groentearm dieet, overmatig alcoholgebruik, roken, weinig lichaamsbeweging en overgewicht zijn risicofactoren
- Geslacht
- Endeldarmkanker komt meer voor bij mannen, dikkedarmkanker meer bij vrouwen
- Erfelijkheid
- In sommige gevallen is de aandoening erfelijk
- Leefwijze
- Een vet- en vleesrijk en anderzijds vezel- en groentearm dieet, overmatig alcoholgebruik, roken, weinig lichaamsbeweging en overgewicht zijn risicofactoren