Een kleine operatie, eventueel uit te voeren zonder anesthesie of onder lokale anesthesie
Kleine verrichtingen of kleine chirurgische ingrepen heten de operaties die snel uit te voeren zijn en meestal met alleen plaatselijke verdoving (zie Lokale anesthesie, hiernaast). Onder deze ingrepen vallen bijvoorbeeld het weghalen van moedervlekken, de incisie van drainage van cysten of abcessen, maar ook vasectomie (sterilisatie) bij mannen (Vasectomie (behandeling)). Bij de meeste kleine operaties zijn wel instrumenten nodig, maar sommige gebeuren helemaal zonder, zoals het ‘zetten’ of ‘reponeren’ van een eenvoudige botbreuk (Botbreuken (fracturen)).
Bovengenoemde kleine chirurgie wordt meestal uitgevoerd op de polikliniek of dagbehandeling van het ziekenhuis of bij de huisarts.
Voor een kleine operatie met weinig bloedverlies bij een jonge, gezonde persoon is maar weinig voorbereiding nodig. In de meeste gevallen zal de arts de procedure eerst uitleggen, een kort lichamelijk onderzoek uitvoeren en eventueel de gemaakte afspraken schriftelijk vastleggen.
Zo nodig wordt een lokale verdoving toegediend, meestal door een injectie. Er zijn ook verdovende middelen in crème- of sprayvorm, maar die zijn meestal minder effectief. Wel kunnen ze worden gebruikt om de huid wat minder gevoelig te maken voordat de injectie wordt gegeven.
Vervolgens wast de arts zijn handen en armen, doet een steriele jas en handschoenen aan en maakt met een antiseptische vloeistof de huid van de patiënt schoon op de plek van de ingreep. Het aangedane gebied wordt bedekt met een steriele doek, zodat de huidbacteriën van het omliggende weefsel niet in de wond komen. Als de huid goed schoon en verdoofd is, voert de arts de operatie uit, waarbij hij meestal in de huid moet snijden. Daarna wordt de wond gesloten met hechtingen (wonddraad), nietjes, pleisters of lijm (zie Het sluiten van operatiewonden). Bij sommige kleine verrichtingen ontstaat geen wond en wordt het operatiegebied alleen afgedekt met een gaasje of een verbandje.
Als er een operatiewond is, zal de arts of verpleegkundige instructies geven over de verzorging ervan. Soms zijn pijnstillers (Analgetica) enige tijd nodig na uitwerking van de verdoving, of antibiotica (Antibiotica) om een infectie te voorkomen.
Er zijn kleine operaties waarna de patiënt zich nog niet helemaal goed zal voelen en dus iemand bij zich moet hebben die hem naar huis brengt. Meestal zal ook een vervolgafspraak worden gemaakt, zodat de arts het resultaat van de operatie kan controleren en kan zien of de wond goed heelt. Bij hechtingen kan het zijn dat die weer moeten worden verwijderd. Er zijn echter ook hechtingen die vanzelf oplossen.