Chirurgische procedures waarbij een kijkinstrument wordt ingebracht via een natuurlijke lichaamsopening of door een huidincisie
Met endoscopische chirurgie kunnen verschillende procedures plaatsvinden zonder dat een grote snede in de huid moet worden aangebracht. Een endoscoop is een slang- of buisvormig kijkinstrument met een lichtje erin. In de meeste endoscopen zit een miniatuurcamera ingebouwd. Afhankelijk van de plaats waar de operatie moet gebeuren, worden ze het lichaam binnengebracht via een bestaande opening, zoals de anus, of door een aangebrachte incisie in de huid. Endoscopische chirurgie door een huidincisie wordt vaak aangeduid met minimaal invasieve chirurgie(zie De minimaal invasieve operatie op De minimaal invasieve operatie (procedure)). Endoscopen kunnen buigzaam zijn of recht(Endoscopie en Stijve endoscopie (procedure)). Zij worden gebruikt om de binnenkant van lichaamsholten zichtbaar te maken, rechtstreeks door de endoscoop of via een scherm.
Via een endoscoop kan een arts een bepaalde behandeling uitvoeren, kijken wat er aan de hand is of een monster nemen van het weefsel ter plekke. Kleine instrumenten zoals tangen en scharen worden daarbij naar het operatiegebied gebracht door weer andere incisies in de huid of via extra buisjes die langs de endoscoop liggen. Die instrumentjes worden bediend door de chirurg, die daarbij door de endoscoop of op een scherm kan zien wat hij doet.
Omdat bij endoscopische chirurgie geen of maar zeer kleine incisies worden gemaakt, zijn de ziekenhuisopname en de herstelperiode korter dan bij open chirurgie. Het bloedverlies uit eventuele kleine operatiewonden is minimaal. De wondjes genezen daardoor sneller en lopen minder risico geïnfecteerd te raken dan de grote incisies die bij open chirurgie nodig zijn.
Endoscopische chirurgie kan worden toegepast bij operaties aan elk lichaamsonderdeel dat groot genoeg is om de benodigde instrumenten erin te krijgen en te gebruiken. Mogelijke plaatsen zijn bijvoorbeeld de borst- en buikholte, de onderbuik, de binnenkant van de darmen, de bijholten van de neus en grote gewrichten zoals knieën en heupen. Afhankelijk van de plaats waarvoor deze bedoeld zijn, hebben endoscopen verschillende namen. Zo wordt een laparoscoop gebruikt in de buik, een bronchoscoop in de longen en een coloscoop in de dikke darm.
Als iemand klachten heeft die kunnen wijzen op een aandoening van de inwendige geslachtsdelen, spijsverteringsorganen, longen, bijholten of blaas, kan de arts een endoscoop inbrengen via vagina, anus, mond, neus of plasbuis om het aangedane gebied te onderzoeken. Endoscopie via natuurlijke lichaamsopeningen kan vele malen worden herhaald zonder veel risico, zodat op die manier bijvoorbeeld een aandoening zoals een maagzweer (Ulcus pepticum (peptische zweer)) in de gaten kan worden gehouden.
Endoscopische chirurgie met kleine incisies wordt toegepast als het te opereren gebied niet via een natuurlijke opening te bereiken is. Zo kan bij een aandoening van de galblaas, de blindedarm of bepaalde onderdelen van de vrouwelijke geslachtsorganen, zoals de eileiders, een laparoscoop via een sneetje in de buikwand in de buikholte worden gebracht om het gebied te bekijken of te behandelen(zie Laparoscopie, Laparoscopie (test en behandeling)). Een laparoscoop wordt ook gebruikt bij sterilisatie bij vrouwen (Sterilisatie (behandeling)). Bij een gewrichtsaandoening, zoals artritis, of een beschadiging van het kraakbeen of van een gewrichtsband, kan een artroscoop via een kleine incisie worden ingebracht om het gewricht te bekijken en zo mogelijk te opereren(zie Artroscopie, Artroscopie (onderzoek en behandeling)).
Bij endoscopische chirurgie via een bestaande opening, zoals de keel of de anus, is soms helemaal geen verdoving nodig, alleen een kalmerend middel of lokale anesthesie. In het laatste geval is de patiënt volledig bij bewustzijn, maar voelt hij weinig in het gebied dat wordt geopereerd (zie Lokale anesthesie, Lokale anesthesie (procedure) , en Regionale anesthesie, Regionale anesthesie (procedure)). Soms wordt tevoren een kalmerend medicijn gegeven. Als de endoscoop is ingebracht door de lichaamsopening, kunnen de chirurgische instrumenten naar binnen worden geleid via speciale buisjes die langs de endoscoop lopen.
Endoscopische chirurgie met incisies vindt meestal plaats onder algehele verdoving (Algehele anesthesie (procedure)). Voor de endoscoop wordt een incisie van 1 à 1,5cm gemaakt en indien nodig nog een aantal kleinere voor instrumenten, zoals een schaar of een laserapparaat(zie Lasertherapie, Lasertherapie). Bij een laparoscopische operatie van de buik is er ook nog een incisie nodig voor een buisje, waardoor zachtjes gas in de buikholte wordt geblazen, zodat de buik wat opzet en de chirurg voldoende ruimte heeft om goed te zien en te opereren.
De chirurg ziet wat hij doet door een kijkgat of lens in de endoscoop en heeft daarnaast een uitvergroot beeld tot zijn beschikking op een monitor. Daarop kunnen ook de andere leden van het chirurgisch team zien wat er gebeurt.
Als de operatie is voltooid, worden endoscoop en instrumenten weggehaald en kunnen de incisies worden gesloten, meestal met slechts een enkele hechting.
Bij endoscopische chirurgie bestaat er een iets grotere kans op beschadiging van een orgaan of een bloedvat dan bij open chirurgie (Open chirurgie), omdat de chirurg in een kleiner gebiedje moet opereren. Evenals bij alle andere vormen van chirurgie bestaat de kans op een bijwerking van de narcose. Tijdens de operatie kan het gebeuren dat de chirurg toch een groter gebied moet behandelen en moet overgaan tot open chirurgie. Daarvoor wordt al toestemming gevraagd aan de patiënt voordat de endoscopische ingreep gaat beginnen.