Verstoring van de hersenfunctie waardoor terugkerende toevallen optreden
Bij epilepsie (vallende ziekte)veroorzaakt abnormale elektrische activiteit in de hersenen terugkerende aanvallen van kortdurende bewustzijnsverandering: toevallen of insulten. Epilepsie komt veel voor: 0,6 procent van de bevolking lijdt eraan. Dat zijn naar schatting 100.000-120.000 mensen. Per jaar komen daar ongeveer 6000-12.000 mensen bij. Epilepsie kan op iedere leeftijd voorkomen, maar in driekwart van de gevallen begint het voor of rond het twintigste levensjaar. Dan volgt een periode tussen het twintigste en het zestigste jaar waarin relatief weinig nieuwe gevallen zich voordoen. Na het zestigste jaar neemt het aantal mensen met epilepsie weer toe. Bij ouderen kan epilepsie ontstaan als reactie op hersenbeschadiging door bijvoorbeeld een beroerte.
Bij ongeveer een derde van de mensen met epilepsie wordt de oorzaak achterhaald via EEG (zie kader hiernaast) en MRI
). Enkele specifieke vormen van epilepsie zijn erfelijk.
Veel mensen met epilepsie leiden een normaal leven. Mensen met geregelde toevallen moeten zich echter op sommige gebieden beperken.
In 60 procent van de gevallen is de oorzaak niet duidelijk; een erfelijke factor kan meespelen. In andere gevallen kunnen herhaalde toevallen het gevolg zijn van een ziekte of beschadiging van de hersenen, bijvoorbeeld door een infectie zoals hersenvliesontsteking, een beroerte, een hersentumor of littekenvorming na een ernstig hersenletsel. Een ouder met epilepsie die niet het gevolg is van opgelopen hersenletsel, heeft een verhoogde kans dat zijn of haar kind eveneens epilepsie ontwikkelt.
Bij mensen met epilepsie kan een toeval worden opgewekt door slaapgebrek of het overslaan van een maaltijd. Andere uitlokkende factoren zijn onder meer overmatig alcoholgebruik, knipperlicht, een steeds herhaald geluid en flikkerende tv- en computerschermen.
Een eenmalige toeval hoeft niet door epilepsie te zijn veroorzaakt. Hoge koorts bij kinderen kan bijvoorbeeld tot koortsstuipen leiden. Langdurig alcoholmisbruik kan toevallen teweegbrengen (zie Alcoholverslaving). Een zeer lage glucosespiegel in het bloed, die kan optreden door behandeling van diabetes mellitus, en bepaalde geneesmiddelen kunnen ook een toeval opwekken, ook bij mensen die geen epilepsie hebben.
Epileptische toevallen kunnen gegeneraliseerd of partieel zijn, wat afhangt van het deel van de hersenen waar de abnormale elektrische activiteit ontstaat. Tijdens een gegeneraliseerde toeval betreft de activiteit de hersenen in hun geheel, bij een partiële toeval slechts een deel van de hersenen. Gegeneraliseerde toevallen zijn te verdelen in tonisch-klonische toevallen en absences. Partiële toevallen worden verdeeld in enkelvoudige partiële toevallen en complexe partiële toevallen. Beide vormen kunnen zich generaliseren.
Dit type toevallen kan worden voorafgegaan door een waarschuwing, de aura. De aura duurt enkele seconden en geeft u gelegenheid te gaan zitten of liggen voordat bewusteloosheid intreedt. Een aura kan bestaan uit een gevoel van angst of nervositeit. Tijdens de eerste dertig seconden van een toeval verstijft het lichaam en de ademhaling wordt onregelmatig of stopt even. Hierop volgen enkele minuten van onbeheerste bewegingen van ledematen en romp, met bewusteloosheid. Na de toeval komt het bewustzijn terug, de ademhaling wordt normaal en de spieren ontspannen zich. Samentrekking van de bekkenspieren kan incontinentie veroorzaken. U kunt enkele uren verward en gedesoriënteerd zijn en hoofdpijn hebben. Na een tonisch-klonische toeval kunt u zich gewoonlijk niet herinneren wat er gebeurd is.
Status epilepticus is een ernstige toestand met herhaalde tonisch-klonische toevallen zonder dat de patiënt bij bewustzijn komt. Dit kan levensbedreigend zijn en er moet onmiddellijk medische hulp worden ingeroepen, omdat de hersenen en het hart blijvend beschadigd kunnen raken door overbelasting.
Deze ontstaan in de kindertijd en treden op tot in de adolescentie. Absences komen zelden voor bij volwassenen. Tijdens een toeval verliest het kind het contact met de omgeving en is even compleet afwezig. Het lijkt op dagdromen, want de ogen blijven open en staren. Een absence duurt vijf tot dertig seconden. Het kind weet achteraf meestal niet dat er iets mis was. Omdat het kind vrijwel nooit valt of abnormale bewegingen maakt, kunnen de toevallen onopgemerkt blijven. Veelvuldige kleine toevallen kunnen de prestaties op school benadelen.
Tijdens een enkelvoudige partiële (gedeeltelijke)toeval blijft u bij bewustzijn. Het hoofd en de ogen kunnen één kant op draaien, hand, arm en één zijde van het gezicht kunnen gaan trekken of u krijgt een tintelend gevoel in een van deze gebieden. Na een toeval kan één kant van het lichaam tijdelijk slap of verlamd zijn.
Voorafgaand aan dit type toeval kunt u vreemde smaken of geuren waarnemen of een déjà vu hebben. U raakt vervolgens in een droomachtige toestand en bent een paar minuten niet te bereiken. Tijdens de aanval kunt u smakken, met het gezicht trekken of vreemde bewegingen maken. Na de toeval kunt u zich niet herinneren wat er is gebeurd. U kunt ook vreemde geuren, geluiden of smaken waarnemen voorafgaand aan de aanval. Soms volgt een tonisch-klonische toeval.
Als u epilepsie hebt, moet u alles vermijden wat een aanval kan opwekken, zoals stress of slaapgebrek (zie Leven met epilepsie, links). U moet ook papieren bij u dragen met informatie over uw toestand voor het geval u een toeval krijgt.
Als iemand anders een toeval krijgt, moet u hem op zijn zij leggen en tegen verwonding beschermen (zie Eerste hulp: epileptische aanvallen). De meeste aanvallen stoppen vanzelf, maar als de toeval langer dan vijf minuten duurt, moet u 112 bellen.
Waarschuw altijd de huisarts als iemand een toeval krijgt of bewusteloos raakt. Het is belangrijk de arts precies te vertellen wat er is gebeurd. Nader onderzoek kan nodig zijn om naar een onderliggende oorzaak te zoeken, zoals een hersentumor of hersenvliesontsteking.
Als er geen oorzaak wordt gevonden of als u vaker toevallen hebt, wordt er een EEG
gemaakt. Het EEG helpt ook om de verschillende typen epilepsie te onderscheiden. Er kan ook een CT-scan of MRI
van de hersenen worden gemaakt om afwijkingen op te sporen.
Na slechts één toeval is behandeling veelal niet nodig. Wel kan het nodig zijn een eventueel onderliggend probleem aan te pakken, zoals slaapgebrek of overmatig alcoholgebruik. Als u herhaaldelijk toevallen hebt, worden waarschijnlijk anti-epileptica voorgeschreven. Deze worden meestal in steeds hogere doses gegeven, tot de toevallen verdwijnen. Soms is een tweede anti-epilepticum nodig.
Soms wordt de concentratie van het medicijn in het bloed gecontroleerd. Als u twee tot drie jaar geen toevallen hebt gehad, kan worden geprobeerd met het medicijn te minderen of te stoppen. Een verandering van dosis mag alleen onder medisch toezicht. Bij bijna de helft van de mensen die met anti-epileptica stoppen, komen de toevallen binnen twee jaar terug.
Als medicijnen niet helpen en de oorzaak in een klein hersengebied ligt, kan dit eventueel operatief worden verwijderd.
Iemand met status epilepticus moet onmiddellijk in het ziekenhuis worden opgenomen, waar intraveneus medicijnen worden toegediend.
Ongeveer een derde van de mensen met een eenmalige toeval heeft binnen twee jaar een volgende. De kans op herhaling is het grootst gedurende de eerste paar weken.
De prognose voor epilepsie bij kinderen is in het algemeen goed; meer dan 70 procent van de patiënten herstelt binnen tien jaar.
- Leeftijd
- Ontstaat meestal bij kinderen en jongvolwassenen
- Geen factor van betekenis
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Sommige typen komen in sommige families meer voor, sommige zijn erfelijk
- Geslacht
- Geen factor van betekenis
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis